|
Otto Tissing
Wat heeft een ikoon van de 'Opdracht
van Jezus in de Tempel' gemeen met de 'Verkondiging
aan de Moeder Gods' en met ikonen waarop de evangelisten
schrijvend zijn afgebeeld?
Onder de vele prachtige zesde eeuwse mozaïeken
die de kerk Sant' Apollinare Nuovo te Ravenna
versieren, is er eentje die mij bijzonder intrigeert.
Hoog boven de ramen, tegen het plafond geduwd
en bijkans overstraald door het goud van de lager
aangebrachte voorstellingen, is in twee lange
rijen het leven en lijden van Christus afgebeeld.
Verschillende van deze bescheiden mozaïeken
zijn gewijd aan de wonderen die Jezus deed, en
een daarvan stelt de genezing van de verlamde
voor. Het tafereel is gebaseerd op het bekende
verhaal dat we bij de evangelisten tegenkomen
(hier Marc. 2: 3-4): 'En zij kwamen en brachten
een verlamde tot Hem, die door vier mannen gedragen
werd. En daar zij deze niet tot Hem konden brengen
vanwege de schare, namen zij de dakbedekking weg
boven de plaats waar Hij was, en na het dak opengebroken
te hebben, lieten zij de matras neder waarop de
verlamde lag.'
De mozaïekkunstenaars van de Sant' Apollinare
Nuovo beeldden van deze gebeurtenis het moment
af waarop de verlamde juist naar omlaag komt zakken.
Het was voor hen geen bezwaar Christus en een
van zijn leerlingen net zo groot weer te geven
als het huis waarin de geschiedenis plaatsvond.
Het feit dat Hij daardoor onder de stralende gouden
hemel moest worden geplaatst, zal juist hun opzet
zijn geweest. Het boeiende van de voorstelling
zit hem echter in de rechter helft van het mozaïek.
Als we ons oriënteren op het raam in de zijgevel
dan zien we de verlamde onmiskenbaar zweven binnen
de ruimte van het huis. De beide mannen die hem
neerlaten, staan daarentegen overduidelijk bui-ten
in de dakgoot van het gebouw. De zesde eeuwse
Byzantijnse kunstenaars kenden dus al het foefje
waarmee de graficus M.C. Escher in onze tijd beroemd
is geworden: het verspringend perspectief.
Toen ik dit mozaïek 'ontdekte', rees al snel
de vraag: waarom eigenlijk paste de kunstenaar
deze optische truc toe? Het kan niet als speels
grapje bedoeld zijn; aan de heilsboodschap van
Jezus' wonderen mocht op geen manier afbreuk gedaan
worden. Later ging ik me realiseren dat de kunstenaar
een slimme oplossing heeft bedacht voor het conflict
tussen de werkelijke toedracht van het gebeuren
en de mogelijk toen al bestaande canon om taferelen
altijd in de buitenlucht te laten afspelen.
Ook voor ikonen bepaalt het voorschrift dat de
bijbelse en overgeleverde gebeurtenissen buitenshuis
moeten worden afgebeeld. Dat levert problemen
op. Een voorbeeld vinden we in de bijbeltekst
waarop de ikoon van 'Jezus' Opdracht' berust (Luc.
2: 25-28):
'En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam
was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom
[...]. En hij kwam door de Geest in de tempel.
En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten
om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte
der wet, nam ook hij het in zijn armen en hij
loofde God [...].'
Het is een tafereel dat zich binnen de ruimte
van de tempel afspeelt. Lucas schrijft immers
dat Simeon in de tempel kwam en dat Maria en Jozef
hun kind naar binnen brachten. Het aardige in
dit voorbeeld is overigens, dat het door de evangelist
bedoelde deel van de tempel in werkelijkheid de
zogeheten voorhof der vrouwen was. Een open ruimte
dus, die echter in de interpretatie van de Byzantijnse
ikoonschilders (die alleen kerken kenden) een
overdekte plaats moet zijn geweest. Het is daarom
dat het verhaal van Simeon eigenlijk behoort te
worden afgebeeld als plaatsvindend in een besloten
ruimte. Maar ja, het voorschrift.
De ooit gevonden oplossing is, dat de figuren
op de ikoon worden geschilderd tegen een achtergrond
van gevels en portico's waaroverheen een - veelal
rode - doek is gehangen (soms ook is de doek vervangen
door een baldakijn) die zegt: het lijkt alsof
dit buiten gebeurt, maar dat is niet zo, de ruimte
is van boven afgedekt.
Er worden ook andere verklaringen voor de rode
doek gegeven. Zo zou de draperie de Heilige Geest
symboliseren; een teken dat Gods zegen rust op
het gebeuren. Dat kan zo zijn, maar mijn vraag
is dan: waarom nooit een doek bij taferelen die
zich traditioneel buiten afspelen?
Een andere uitleg - een beetje gezocht, vind ik
- is dat de gebouwen die door de doek worden verbonden,
staan voor het Oude en het Nieuwe Testament of
ook wel de oude en de nieuwe Kerk.
Er
zijn meer beeldthema's te noemen waarop rode draperieën
voorkomen. Bijvoorbeeld bij de 'Verkondiging aan
de Moeder Gods' en ook bij de 'Geboorte van de
Moeder Gods'. De reden daarvoor valt gemakkelijk
zelf te bedenken. Ook de drie synoptische evangelisten
Mattheus, Marcus en Lucas ziet men vaak aan hun
Evangelie schrijven onder een rode doek. Dat schrijven
doe je immers binnen, waar je rust hebt en geen
last van wind. Het interessante daarbij is dat
de evangelist Johannes - die zijn inspiratie en
visioenen op Patmos kreeg - wél altijd
onder de blote hemel werkend wordt afgebeeld.
Zonder doek. En als er íémand door
de Heilige Geest bezield is geweest...
Symboliek en rede passen niet bij elkaar, lees
ik in een oud nummer van Eikonikon. En ook: de
Oosterse Kerk heeft altijd meer aandacht gegeven
aan het leven dan aan logische redeneerkunst;
de voorschriften en gebruiken zijn niet te vatten
zonder een levend geloof.
Discussie gesloten dus? Ik hoop het niet, want
ik blijf met de vraag zitten: wat kan de reden
zijn van het kennelijk al heel oude voorschrift
'binnen moet buiten afgebeeld worden'? Waarom
vindt op ikonen de Annunciatie nooit plaats in
een fraai ingerichte binnenkamer, zoals op Westerse
afbeeldingen?
Enig speurwerk bracht aan het licht dat ook daarover
de meningen verdeeld zijn. Ik vond de volgende
verklaringen:
1 In tegenstelling tot de Westerse norm, verhinderen
de omgekeerd perspectivische wetten van de ikonografie
voorstellingen binnenskamers af te beelden.
Wel, ik kan me dat haast niet voorstellen.
Het gaat hier om niet meer dan een tekentechnisch
probleem waarvoor vindingrijke schilders uit de
begintijd best een oplossing hadden kunnen bedenken.
2 De achtergrond van de voorstelling is een schilderkunstige
voortzetting van de toneeldecors zoals die in
de antieke theaters waren bedoeld: bestaat het
decor uit bomen, dan speelt de handeling zich
buiten af; zijn het gebouwen, dan gebeurt het
binnen.
Voor dit standpunt zou veel te zeggen zijn,
ware het niet dat op de vroegste ikonen die ons
overgeleverd zijn vooral de achtergrond sterk
naturalistisch geschilderd is en helemaal niet
aan een decor doet denken. Pas later werd die
achtergrond steeds abstracter en kreeg een decor-achtige
uitstraling.
3 Dat wat de beschouwer ziet - het verhaal dat
de ikoon vertelt - behoort in zijn of haar eigen
binnenwereld plaats te vinden; de wereld van de
afbeelding is niet relevant.
Deze mening suggereert dat er aanvankelijk
helemaal geen voorschrift heeft bestaan. De vroege
schilders beeldden hun onderwerp - een geschiedenis
die al schilderend opnieuw plaatsvond in hun religieuze
innerlijk - kennelijk spontaan in de open lucht
af, ongeacht wat de overlevering zegt over de
plaats van handeling. Naderhand zou deze schilderwijze
dan traditie zijn geworden.
Deze laatste uitleg is misschien nog wel het dichtst
bij de waarheid. In binnenkamers - zeker die in
Zuid-Europese landen met hun kleine vensters -
heerst de schaduw; daar kan Gods gouden licht
onmogelijk stralen. Nee, het heilsgebeuren kan
niet anders dan in het alomvattende, mystieke
licht van de tijdloze eeuwigheid afgebeeld worden.
Daarom is, denk ik, de rode doek in de eerste
plaats een signaal aan beschouwer en vereerder
van de ikoon: binnen is buiten is binnen!
Illustraties:
Mozaïek van de 'Genezing van de Verlamde'
(Ravenna, Sant' Apollinare Nuovo, begin 6de eeuw)
en Ikoon van de 'Opdracht van Jezus in de Tempel'
(Novgorod, eind 15de, begin 16de eeuw).
|