|
Fons Litjens
Om de oudste ikonen ter wereld te kunnen zien
moest ik naar de Sinaïwoestijn, naar het
Catharina-klooster, heb ik lang gedacht. Dat ik
ook dichterbij terecht kon, begon ik me te realiseren
toen ik in april van dit jaar een bezoek aan Rome
bracht en daar met eigen ogen een aantal zeer
oude ikonen zag, die niet in het museum maar nog
steeds in een kerk hangen en voorwerp van verering
zijn. Zij overleefden het ikonoklasme van de achtste
en negende eeuw dankzij het feit dat de arm van
de keizer in Constantinopel niet lang genoeg was
om de paus te dwingen de ikonen te vernietigen.
Ik was verbaasd, omdat ik deze oude ikonen niet
verwachtte in het centrum van het westers christendom.
Nietsvermoedend bezocht ik de
tentoonstelling 'Roma Aurea' en kwam daar tot
mijn grote verrassing oog in oog te staan met
twee ikonen van de Moeder Gods, die mij vaag bekend
voorkwamen, omdat ik ze ooit als afbeelding gezien
had in het standaardwerk van Hans Belting over
de geschiedenis van de ikoon als voorwerp van
verering.
De
meeste indruk maakte een gigantische ikoon, waarop
de Moeder Gods mij met grote amandelvormige ogen
aankeek. Zij is oorspronkelijk afkomstig uit de
kerk van S.Maria Antiqua, die reeds in de tweede
helft van de zesde eeuw op het Forum Romanum stond.
Tijdens de restauratie in 1950 kwamen onder de
overschilderingen van eeuwen de oorspronkelijke
hoofden van moeder en kind tevoorschijn, in encaustische
techniek geschilderd op canvas. In de middeleeuwen
waren de hoofden uit de oorspronkelijke ikoon
gesneden en in een nieuwe ikoon opgenomen. De
oorspronkelijke ikoon moet de grootste van Rome
geweest zijn, aangezien het gezicht van de Moeder
Gods alleen al een omvang heeft van 53 bij 41
centimeter.
Zwaar
beschadigd was de andere ikoon, die haar vaste
plaats kreeg in het Pantheon, toen deze voormalige
heidense tempel in het jaar 609 geconsacreerd
werd tot kerk van de Maagd en alle martelaren.
Het olmenhouten paneel meet 100 bij 48 centimeter.
Het werd ooit verzaagd om de ikoon een plaats
te kunnen geven in het barokke altaar. Op deze
ikoon kijkt het kind ons met goddelijke waardigheid
aan. De moeder legt haar vergulde rechterhand
op de knie van het kind en met dit gebaar bemiddelt
zij ten bate van de gelovige, die voor deze ikoon
zijn of haar gebed uitspreekt.
Een derde zeer oude ikoon van
de Moeder Gods is te bewonderen in de S.Maria
in Trastevere. Over haar gaat het artikel van
B. Rizzoli, een van onze abonnees, op de volgende
pagina.
De ontdekking in de jaren vijftig
van deze en andere ikonen, die teruggaan tot in
de zesde eeuw, heeft volgens Belting aan het licht
gebracht dat Rome ook wat betreft de verering
van de ikonen in de late oudheid en vroege middeleeuwen
beschouwd moet worden als een Byzantijnse provincie.
Na mijn bezoek aan het centrum van het westerse,
katholieke christendom realiseerde ik me dat de
scheiding tussen oost en west, die opnieuw zo
pijnlijk voelbaar was tijdens de recente pausbezoeken
aan Griekenland en de Oekraïne, er eeuwenlang
niet geweest is.
Literatuur:
Hans Belting, Likeness and Presence. A History
of the Image before the Era of Art, Chicago/ London,
1994, p. 25, 63-73 en 123-125
Afbeeldingen:
Boven: Moeder Gods met kind uit de S.Maria Francesca
Romana in Rome (7e eeuw) Onder: Moeder Gods met
kind uit het Pantheon in Rome (609)
|