|

|
Henk Roos
Vorig
jaar verscheen het boek van Victoria Clark: WHY
ANGELS FALL, A journey through Orthodox Europe
from Byzantium to Kosovo. A fascinating
ride through Eastern Orthodoxy stond er
op de kaft te lezen en ik werd nieuwsgierig. Het
boek leek mij interessant genoeg om er in EIKONIKON
melding van te maken. Immers, iemand die verslag
doet van een reis door Orthodox Oost Europa zal
ook wel wat te rapporteren hebben over ikonen.
Inderdaad komt Victoria Clark heel wat ikonen
tegen op haar omzwervingen, maar slechts zelden
gaat ze diep op die ontmoetingen in. Zij is naar
iets anders op zoek: namelijk naar het antwoord
op de vraag hoe het is gesteld met de christelijke
wereld aan de andere kant van de breuklijn die
in 1054 ontstond na het schisma tussen de kerken
van Rome en Constantinopel. De oorspronkelijk
Byzantijnse cultuur van de Orthodoxie overleefde
eeuwen van Ottomaanse hegemonie, en decennia van
communistisch bewind. Nu de koude oorlog achter
ons ligt herleeft de oude traditie.
Achter het Fluwelen Gordijn
De Londense journaliste Victoria Clark bracht
haar schooltijd door op twee Rooms-Katholieke
convents en studeerde aan de Universiteit van
York. Tussen 1990 en 1996 werkte ze als correspondente
voor de Observer in Roemenië, voormalig Joegoslavië
en Rusland. Ze rapporteerde over de Kroatische,
Bosnische en Tsjetsjeense oorlogen. In haar opzienbarende
boek doet ze verslag van een rondreis die in 1997
begint in Servië, en die ons via Macedonië,
Griekenland, Roemenië, Rusland en Cyprus
brengt naar het Constantinopel van 1999.
In het inleidende hoofdstuk Mount Athos,
beschrijft ze - enigszins gefrustreerd - hoe ze
op een boottocht met een groep vrouwen de 500
meter regel in acht moeten nemen. Voor de
orthodoxe vrouwen is dat vanzelfsprekend: Athos
is immers al meer dan 1000 jaar verboden terrein
voor vrouwen. Maar Clark droomt ervan rond te
dwalen op de Heilige Berg en er achter te komen
hoe de monniken zichzelf zijn gaan zien
als navolgers van Gods engelen. Een Griekse
reisgenote probeert haar ervan te overtuigen dat
de Europese Unie nooit Athos zal kunnen
dwingen vrouwen toe te laten, ook niet vanwege
het lidmaatschap van Griekenland. Maar Clark
vraagt zich af of haar vrijheid dan niet belangrijk
is:
Waar blijft dan het goede liberale principe
om te streven naar het beste voor de meer-derheid,
in plaats van het belang van een handjevol heiligen
die toevallig geloven dat ze proberen te leven
als engelen? Dat was de vraag die ik wilde stellen,
maar ik voelde dat we daarmee onze tijd zouden
verspillen. We zaten niet op dezelfde golflengte.
[...] Orthodox Europa - de tweelingzus waarmee
ons Rooms-katholieke en Protestantse West-Europa
sinds een millennium geleden onverschillig het
contact verloor - is een entiteit waarvan we de
specifieke waarden, tradities en dus ook de geschiedenis
hebben gedenigreerd, of nog erger, genegeerd.
Clark roemt professor Samuel Huntington, politicoloog
aan Harvard University, die in 1996 het boek The
Clash of Civilizations and the Remaking of World
Order publiceerde. Huntington schrijft: Nu
de ideologische deling van Europa is verdwenen,
is de culturele deling tussen westers christendom
en oosters christendom en islam opnieuw aan het
daglicht getreden. Deze lijn loopt langs wat nu
de grenzen zijn tussen Finland en Rusland, tussen
de Baltische staten en Rusland, snijdt dwars door
Wit-Rusland en Oekraïne, het meer katholieke
westelijke Oekraïne scheidend van het orthodoxe
oostelijke Oekraïne, slingert westwaarts,
zodat zij Transsylvanië scheidt van de rest
van Roemenië, en loopt dan door Joegoslavië,
bijna precies langs de lijn die nu Kroatië
en Slovenië scheidt van de rest van Joegoslavië.
Het Fluwelen Gordijn heeft het Ijzeren Gordijn
van de ideologie vervangen als de belangrijkste
scheidslijn in Europa. Zoals de gebeurtenissen
in Joego-slavië laten zien is het niet alleen
een lijn die verschillen markeert, maar soms ook
een lijn waarlangs zich bloedige conflicten afspelen.
Victoria Clark probeert door gesprekken met monniken,
nonnen, vaders, heilige mannen, priesters, abten,
archimandrieten, bisschoppen, aartsbisschoppen,
metropolieten en een patriarch een beeld te krijgen
van de ideeënwereld achter dat Fluwelen Gordijn,
de wereld van de orthodoxie. Soms komt ze daarbij
tot schokkende ontdekkingen, zoals bij de ontmoeting
met de bisschop van Tuzla en Zvornik:
Zijn zware, bebaarde gezicht had de strenge
gelaatstrekken in de stijl van de meer schrik-aanjagende
afbeeldingen van Christus Pantocrator zoals die
voorkomen in de frescos in de centrale koepels
van sommige Orthodoxe kerken. [...] Later kwam
ik er achter dat deze bisschop Vasilije, hoewel
hij niet op de lijst van gezochte verdachten van
het tribunaal in Den Haag staat, wordt beschouwd
als een wolf in schaapskleren, een prelaat die
zo opgaat in zijn haatdragend gepreek van de kansel,
op de televisie, op de radio, en op Servische
verpolitiekte religieuze bijeenkomsten in de maanden
voorafgaande aan de oorlog in Bosnië, dat
zelfs de paar Serviërs die in Tuzla waren
achtergebleven hadden besloten hem nooit meer
te willen zien. Vasilije speelde met zijn
haatcampagne tegen de moslims een grote rol in
de etnische zuiveringen in Bosnië.
Gelukkig komt Clark ook in contact met geestelijken
van een heel ander kaliber, zoals vader Sawa in
het Decani-klooster in Kosovo:
Hij maakte op mij de indruk dat hij met
hart en ziel zocht naar een manier om zijn Kerk
uit de middeleeuwse impasse te helpen, zonder
daarbij de speciale greep van de kerk op de Waarheid
in gevaar te brengen of zijn onafgebroken aanwezigheid
in Kosovo te verspelen. Sawa heeft het idee dat
de toekomst van de Orthodoxie moet worden gezien
in samenhang met het Wes-ten: Hier in Oost
Europa zijn de meeste mensen nog te betoverd door
de glitter en glamour van het Westen. Het Westen
zelf is er nu klaar voor het geestelijk voedsel
te ontvangen dat wij te bieden hebben. [...] Waar
ik eerlijk gezegd het meest bang voor ben is dat
de Serviërs de Albanezen zullen uitdagen.
Dat is het echte gevaar, terwijl we zoveel van
hen zouden kunnen leren. Zij hebben Kosovo de
laatste tien jaar econo-misch doen opleven, dus
ik wens ze niets kwaads toe.
(Een paar maanden later viel Milosevic Kosovo
binnen. In het klooster van Decani vonden Albanezen
bescherming tegen de Servische paramilitairen.
Toen de NAVO bombardementen begonnen vluchtte
vader Sawa naar Montenegro.)
Hoezo engelen?
Maar wie zijn nu die engelen waar Clark het over
heeft? Daar kom je al lezende niet zo direct achter.
Ze citeert Sydney Loch die een omschrijving geeft
van Russische monniken op Athos: Aardse
engelen, met soms één vleugelpunt
in de hemel, en de andere af en toe in de hel.
In het oude Byzantijnse kosmopolitische model
streefden de monniken naar een hemelse engelachtige
gemeenschap op aarde. In dat gouden rijk van de
Romaioi, de bron van het orthodoxe kloosterleven,
waren ze in alles gehoorzaam aan hun abt.
In de vele interviews en historische uitweidingen
zoekt Clark naar het antwoord op de vraag waarom
engelen vallen. Waarom de orthodoxe kerken
zover van het Byzantijnse ideaal verwijderd zijn
geraakt. Waarom ze - in plaats daarvan - ontaardden
in broedplaatsen van nationalistische, zelfs xenofobische
emoties. En, wat ze vooral in Rusland moest ondervinden:
antipathie en afkeer van het Westen, het besef
de dragers van het Ware Geloof te zijn en een
nauwelijks verholen antisemitisme.
Phyletisme
Voor het antwoord op die vraag komt Clark met
de term phyletisme. Een begrip dat
in geen enkel woordenboek te vinden is, maar dat
in deze tijd eigenlijk actueler is dan ooit. Je
zou het kunnen omschrijven als een soort religieus
nationalisme. In de negentiende eeuw verklaarden
de Griekse en ook de Bulgaarse Orthodoxe kerk
zich onafhankelijk van het Patriarchaat van Constantinopel.
Als reactie op deze flagrante bespotting van de
kerkelijke regels verzon de Oecumenisch Patriarch
van Constantinopel in 1872 een brandnieuwe ketterij
om deze kerkscheuringen te veroordelen: phyletisme.
Het woord is verwant aan phyletic,
dat zoveel betekent als ontwikkeling van
de soort (Grieks: phyle = stam).
Dit phyletisme speelt tot op de dag van vandaag
een rol in de orthodoxe wereld. In 1967 scheidde
de Macedonische kerk zich af van de Servische
kerk. De Serviërs hebben dit nooit willen
accepteren. En sinds het uitroepen van de onafhankelijkheid
van de Voormalige Joegoslavische Republiek
Mace-donië in 1991 worden de buurlanden
- Servië, Griekenland, Bulgarije en Albanië
- door de Macedoniërs beschouwd als de
vier wolven.
Sinds de Serviërs vanaf het begin van
de jaren 90 hun plannen voor Groot Servië
proberen te verwezenlijken, lijkt Servië
de hongerigste wolf. Nog maar nauwelijks was Macedonië
in 1991 erkend als onafhankelijke staat, of de
Griekse wolf probeerde te voorkomen dat de republiek
zich mocht sieren met de naam Macedonië.
Maar de meest bedreigende wolf, zeker voor de
Orthodoxe kerk, is de Albanese Moslimgemeenschap,
die sinds de vluchtelingenstroom door de Kosovo-oorlog
enorm is gegroeid. De moslims maken ongeveer een
kwart van de bevolking uit, maar beschouwen zich
niet als Macedoniërs. Zij zijn erop uit om
een stuk van het Macedonische territorium af te
scheiden en het in de toekomst toe te voegen aan
Groot Albanië. Inmiddels weten we dat
de NAVO de wapeninzamelingsoperatie Noodzakelijke
Oogst heeft beëindigd. Maar volgens
de Albanese rebellen kunnen ze als het moet binnen
enkele dagen terug zijn.
Aan het einde gekomen van al haar omzwervingen
probeert Clark het concluderende antwoord te formuleren
op haar queeste:
Het antwoord op de oorspronkelijke vraagstelling
Waarom engelen vallen, waarom de Oost-Europese
Orthodoxe Kerken zo ver verwijderd zijn geraakt
van het sublieme ideaal waar Byzantium van droomde,
zo ver dat ze zijn verworden tot broeinesten van
nationalisme, een factor die er toe heeft geleid
dat het politieke spectrum van alle Oosters Orthodoxe
landen is gaan overhellen naar xenofobisch rechts
en een obstakel is geworden, dat een verdere Europese
eenwording in Westerse zin belemmert, het antwoord
op die oorspronkelijke vraag is te vinden in de
geschiedenis. Dodelijke trots, in de vorm van
een religieus nationalisme dat zn hoogtijdagen
kende in de negentiende eeuw, maar dat teruggaat
tot Middeleeuws Servië en de laat-Byzantijnse
periode, die trots is de reden waarom engelen
vallen in Oosters Orthodox Europa. Maar eigenlijk
wist ik dat al voordat ik op reis ging. Wat ik
nog niet precies wist was hoeveel het Westen daaraan
heeft bijgedragen. De gang van zaken bij het Schisma,
de Vierde Kruistocht en de manier waarop opeenvolgende
pausen de Byzantijnen dwongen de suprematie van
Rome te erkennen waren al een slechte start, maar
ook het Habsburgse Uniaten project, de dodelijke
rivaliteit tussen de grootmachten in de negentiende
eeuw en de ellende die Groot Brittannië veroorzaakte
door te lang vast te houden aan de macht over
Cyprus waren ernstige traumas.
Ikonen
Op Cyprus komt Clark trouwens onder de indruk
van een bijzondere ikoon.
Op een schitterende, warme ochtend reed
ik van Nicosia naar Kykko, het beroemdste klooster
op het eiland. Kykko is fabelachtig rijk geworden
van de giften en van de landerijen die aan het
klooster werden nagelaten vanwege een ikoon van
de Moeder Gods, waarvan gezegd wordt dat zij naar
het leven is geschilderd door de Heilige Lukas.
Het bezit van een dergelijke ikoon - één
van slechts drie ter wereld - maakte het klooster
voor generaties Russische pelgrims net zon
belangrijke bedevaartplaats als Athos, op hun
route naar Jeruzalem vóór 1917.
Hoe het klooster precies aan zn heilige
goudmijntje is gekomen is een dramatische geschiedenis
[
.].
Het is trouwens nadrukkelijk verboden fotos
te maken van deze beroemde Moeder Godsikoon. Het
geschenk van de twaalfde eeuwse Byzantijnse keizer
Alexius I is gevat in schildpad en parelmoer en
prijkt op de ikonostase.
Zoals al eerder gezegd, Clark is niet in de eerste
plaats geïnteresseerd in ikonen, al komt
ze er natuurlijk wel af en toe mee in aanraking.
In Athene liep ik op een ochtend een paar
jonge Roemeense nonnen tegen het lijf bij de receptie
van het hotel, allebei ingetogen, serieus en smaakvol
met haar typische zwar-te hoofdbedekkingen, een
soort ronde hoeden met een sluier erover heen.
Ze vertelden me dat ze een maand in Athene waren
geweest, om zich verder in het ikoonschilderen
te bekwamen, maar nu keken ze er naar uit om weer
naar huis te gaan, want ze waren helaas teleurgesteld,
zelfs geschokt, door het wereldse karakter van
de Griekse Kerk. Eerlijk gezegd hadden we
zoveel meer ver-wacht. Griekenland is tenslotte
de Moeder-kerk.
Hesychasme
Terug naar het belangrijkste thema van de auteur:
het phyletisme. Het tegengif voor het religieus
nationalisme is volgens Clark het hesychasme (van
het Griekse woord voor innerlijke stilte), een
mystieke Orthodoxe stroming die zich meer dan
een millennium geleden ontwikkelde in de kloosters
op Athos.
In 1782 verzamelde een monnik op Athos teksten
van oosterse en westerse heilige mannen en de
som van hun mystieke er-varingen in De Philokalia
- De Liefde voor het Goede - , en dit boek is
steeds de belangrijkste handleiding voor de hesychasten
gebleven. De jonge academische energieke nieuwe
recruten op de Heilige Berg hebben het hesychasme
weer kracht gegeven sinds het dieptepunt van 1970,
toen het aantal monniken op Athos onder de duizend
was gedaald. Vandaag de dag wordt deze traditie
enorm gerespecteerd in het Oosten en worden er
ook steeds meer zielen in het westen mee gewonnen.
Waarschijnlijk heeft het hesychasme ook sterk
bijgedragen aan de totstandkoming van de tentoonstelling
Treasures of Mount Athos in 1997 -
de eerste keer dat een aantal van de kostbaarste
ikonen en kunstvoorwerpen uit de kloosters werd
geëxposeerd - de populairste tentoonstelling
in Europa in 1997. Hesychia, die mystieke
innerlijke stilte, wordt door westerlingen herontdekt,
als een deel van zichzelf waarvan ze nooit wisten
dat ze het hadden. Met zn mystieke streven
naar het hogere, het gericht zijn op God, is het
hesychasme één van de sterkste punten
van de Orthodoxie. Zo werkt het als een machtig
tegengif tegen de plaag van het phyletisme, het
religieus nationalisme.
Why Angels Fall is een heel lezenswaardig
boek voor mensen met interesse voor de cultuur
van de Oosters Orthodoxe kerk, hoe-wel de schrijfster
zelf zegt dat die cultuur voor de westerling nooit
helemaal te vatten is. Clark laat ons zien dat
de toekomstige grens van de Europese Unie meer
zal zijn dan een economische en politieke scheidslijn.
Een grens die niet alleen met IMF-leningen en
importgoederen te overbruggen valt. In de oproep
tot wederzijds begrip die Clark aan het eind van
haar boek doet, klinkt de vrees door dat dit een
zeer zware, misschien wel te zware opgave is.
Ze citeert in dit verband nog een keer professor
Huntington: De toekomst voor vrede en beschaving
hangt af van begrip en samenwerking tussen de
politieke, spirituele en intellectuele leiders
van de belangrijke wereldbeschavingen.
Een ander citaat dat stof tot nadenken geeft is
van de columnist Ephimenco uit Trouw van 25 oktober
2001: Als God een inspiratie- en zelfs krachtbron
kan zijn voor het individu moet hetzelfde individu
zijn belevenis strikt beperken tot een privé-aangelegenheid.
Zolang dat bidden of mediteren het innerlijk van
het individu versterkt, is er niets aan de hand.
Zodra het geloof de beweegreden achter de collectieve
daad wordt, begint de ellende. Al eeuwen.
Toch is een berichtje in de krant van 27 oktober
misschien hoopgevend: De Russisch orthodoxe
kerk heeft een opmerkelijke stap gedaan: zij heeft
speciaal gebeden voor de slachtoffers van 11
september in New York en Washington. Het
gebed past in de opvallende toenadering tot het
westen die sinds de fatale dag ook de Russische
president Poetin heeft laten zien. Aanvankelijk
zocht de kerk na 11 september een derde weg. Het
sterk anti-westerse sentiment binnen de Russische
orthodoxie maakte tot voor kort onmogelijk wat
nu gebeurde: een kerkdienst met veel wierook en
gezang, ter nagedach-tenis aan allen die
in Amerika plotseling en zinloos zijn gedood.
Mogen de zielen van uw dienaren rusten bij de
heiligen, waar geen pijn is noch smart noch geweeklaag
maar eeuwig leven, zong het koor het Russische
Requiem. Op diverse plekken in Mos-kou zijn veertigste
dag-diensten gehouden. Duizenden onschuldige
mensen stierven wegens de waanzin van enkelen
die de wereld willen herscheppen volgens hún
plan, maar zij vergaten dat God de mens geen vrije
wil gaf voor haatgevoelens en moord.
Literatuur:
Victoria Clark: WHY ANGELS FALL. A Journey through
Orthodox Europe from Byzantium to Kosovo. Macmillan
London 2000. 460 blz. 79,20.
Clark werkt op dit
moment aan een nieuw boek over Eleventh-century
Europe.
In november 2001 verscheen een herdruk
van Huntingtons Botsende beschavingen.
Illustratie:
Iikoon van
de Hemelladder van Johannes Klimakos, Grieks,
16e eeuw.
|