|

|
Michail
Vladimirovitsj Alpatov - vertaling: Henk Roos
Theofanes en Roebljev
Theofanes de Griek bleef trouw aan het Byzantijnse
kleurengamma. De basiskleuren van het palet waren
zijn sterkste punt. In de ikonen die hij schilderde
voor de Verkondigingskathedraal in het Kremlin
van Moskou, overheersen rijke, diepe, maar niet
al te felle kleuren.
De Heilige Paulus is geschilderd in een framboosrode
mantel die de achtergrond vormt voor de goudgele
met vermiljoenrood omrande boekband en de donkerbruine
handen – een artistieke toets die kan wedijveren
met de beste schilders ter wereld.
De Aartsengel Gabriël van Theofanes is een
engel gehuld in schaduw, mysterieus en teruggetrokken,
omgeven door een gouden glans en donkere tonen
waar het diepe blauw maar net door heen schemert
– de negentiende-eeuwse Russische schilder
M. Vrubel droomde van een dergelijke kleurencombinatie.
De donkere kersenrode mantel van de Moeder Gods
van de Don verduistert de blauwe sluier. Je ziet
haar gelaat als door een gouden schaduw zodat
haar uitdrukking van moederlijke tederheid z’n
intimiteit verliest.
Theofanes was begiftigd met het zeldzame talent
dat hij kleuren kon combineren die heel dicht
bij elkaar liggen, die nauwelijks van elkaar zijn
te onderscheiden. Ze gaan in elkaar op en doorbreken
nooit de eenheid van het geheel. De reflecties
van het licht doen de objecten van gedaante veranderen
en brengen leven in de schaduwen en spelen zo
een belangrijke rol in het werk van Theofanes.
Zijn palet, met het licht/donker contrast, is
veel dramatischer en gepassioneerder dan bij zijn
twaalfde-eeuwse Byzantijnse voorgangers.
De kleurenharmonie van Theofanes liet een diep
indruk achter bij de Russische meesters, en wel
in het bijzonder bij Roebljov, want voor hem was
het een openbaring van nieuwe mogelijkheden. Toch
had Roebljov een ander idee over kleur dan zijn
grote voorganger. In plaats van kleuraccoorden
in mineur zocht en vond hij kleuraccoorden in
majeur.
Het
verschil tussen de opvatting van kleur tussen
Theofanes en Roebljev is het fundamentele verschil
tussen Byzantijnse en Russische kunst. In de Transfiguratie
van Theofanes zie we ingetogen aardkleuren met
daaroverheen het rusteloze spel van het blauwe
licht van de berg Thabor. De Transfiguratie is
een verhaal over mensen die vastgeketend zijn
aan het aardse leven, maar die tezelfdertijd in
extase raken door de gloed van het hemelsblauwe
licht, en die tragisch genoeg niet in staat zijn
om dat licht nabij te komen. Vandaar de dramatische
kleuren, het dualisme, de dynamiek en de gekwelde
rusteloosheid van de visionair die het schilderde.
In Roebljev’s Transfiguratie neemt al het
trillende en rusteloze een precieze vaste vorm
aan. Stormachtige gepassioneerde emoties maken
plaats voor vredige, kalme contemplatie. Het contrast
tussen licht en schaduw, tussen de flarden van
licht en schaduwpartijen is geëlimineerd.
Alles lijkt te baden in een stralend daglicht.
Het tafereel van de berg Thabor is getransformeerd
in een paradijselijk beeld – als een open
ruimte in een bos bezaaid met bloemen: de roze
en emeraldgroene mantels van de apostelen tussen
de bomen.
In de ikonostase van de Verkondigingskathedraal
liet Theofanes één van zijn Russische
medewerkers, Roebljev of Prokhor, een engel schilderen,
gekleed in een helderrode mantel – in vol
contrast met de norse en donkere engel die hij
zelf schilderde. Maar de meest volwassen belichaming
van Roebljev’s opvatting van de engel is
de Aartsengel Michael uit de deësisrij van
Zvenigorod. De volle rijkdom van halftonen en
nuances, de complexe vibratie van de kleuren en
het gevoel dat de figuur levensecht in de ruimte
staat, dat de ikoon is vervuld met licht en lucht,
dat je het idee hebt dat je oog in oog staat met
een schoon visioen, dat alles is geïnspireerd
door Theofanes en de hele Byzantijnse school.
Tegelijkertijd zien we niets meer terug van Theofanes’
ingehouden en donkere tinten, van de mistroostigheid
en het besef van de zonde der mensen. Roebljovs
engel baadt niet alleen in licht, hij straalt
zelfs z’n eigen licht uit; de kleuren zijn
lichtblauw, roze en goud en die kleuren zingen,
vibreren, drukken vreugde uit, en zo verlokken
ze je met een belofte van hemelse genade. Hier
slaagt Roebljev erin een combinatie te maken van
buitengewone fijngevoeligheid met een poëtische
behandeling van pure kleur. Hij overstijgt de
primitieve verering van de kleur als zodanig,
zoals die te vinden was in de ikonenschilderkunst
van de dertiende en veertiende eeuw; hij geeft
de kleur een ziel, veredelt haar. Er is niets
ascetisch in de ikoon, het is als een Hosanna
voor de aardse schoonheid.
Triniteit
Onderzoekers hebben geprobeerd om uit beschikbare
teksten te achterhalen wie van de drie Goddelijke
personen Roebljev in gedachten moet hebben gehad
bij elk van de drie engelen in de oudtestamentische
Triniteit. Het feit dat de grote meester bovenal
z’n visie heeft uitgedrukt in de figuurcompositie
en in de kleuren van de ikoon wordt op de een
of andere wijze nogal eens over het hoofd gezien.
De betekenis van Roebljev’s Triniteit -
en ook van zijn Transfiguratie – is gelegen
in de manifestatie van het goddelijke, niet door
middel van een verblindend licht, niet in macht,
die de mens zou kunnen overweldigen, maar in de
verrukkelijke harmonie van vorm en kleur.
Het hemelse blauw van de mantel van de engel in
het midden steekt af tegen een solide zwaar purper,
en er is een echo van dit kleurakkoord in de twee
andere figuren: lichtblauw en roze en, als aanvulling,
groen. Het feit dat Roebljev zich in de eerste
plaats bekommerde om de kleurcompositie en niet
om de kleur van de objecten, wordt duidelijk uit
het feit dat één mouw van de engel
links niet blauw is, zoals je zou verwachten,
maar roze, net als z’n mantel.
N. Poenin noemde Roebljev een eenzame ster aan
het donkere firmament van het oude Rusland. Latere
onderzoekers werkten er hard aan om Roebljev’s
voorgangers, tijdgenoten en navolgers op te sporen.
Maar vooral door de kleuren is Roebljev’s
Triniteit een uitzondering, iets dat tot dan toe
ondenkbaar, en daarna onherhaalbaar was. Hoe veel
stoutmoedigheid had hij nodig om een fragment
van dat hemelse azuur te pakken en hoeveel lef
had hij nodig om die kleur, die van nature al
contemplatief en transcendent is, tegen alle regels
en gewoonten in, tot het hoofdmoment van zijn
kleurcompositie te maken; en zo het goud, - het
noodzakelijke kenmerk van de ikoon – te
gebruiken als begeleider van de kleuren.
Ondanks het aanzienlijke verlies van verflagen,
vooral in de kleding van de engel links, die de
oorspronkelijke kleurencompositie uit z’n
evenwicht brengt, het evenwicht van de kleuren
verbreekt, kunnen we in Roebljev’s Triniteit
zelfs nu nog duidelijk het samensmelten en het
subtiele oplichten van de kleur waarnemen, en
verwantschap tussen kleuren van verschillende
helderheid en, tenslotte, de transparante atmosfeer
van de verte. De kleuren van de ikoon geven uitdrukking
aan het feit dat hetgeen hier wordt weergegeven
een visioen is, licht als een droom, maar tegelijkertijd
vermoedt men in de contouren van de figuren en
in de zuiverheid van de gebruikte kleuren de poëtische
natuur van de dingen en het ware wezen van de
wereld.
Novgorod
In de ikonenschilderkunst van Novgorod heeft kleur
een geheel ander karakter. Terwijl Roebljev’s
kleuren zingen, zijn de ikonen van Novgorod luidruchtig,
ze trekken onze aandacht met hun heldere, galmende
kleurschakeringen, maar ze hebben niets van de
delicate, verfijnde kleuren die de meest subtiele
gevoelens van het hart tot uitdrukking brengen,
zoals in de ikonen van de school van Moskou.
De ikoon van de Heilige Joris is in zeker opzicht
een uitzondering. Net zoals in Roebljev’s
Triniteit is er één kleur die overheerst,
deze keer niet azuurblauw, maar een fel vermiljoenrood.
De rode mantel van de krijgsman, die diep in gedachten
verzonken is, functioneert als de dominante kleur,
waaraan de rest van de tonen is onderworpen. In
de Novgorodse ikoon met de voorstelling van Koning
David overheerst daarentegen het voor Novgorod
typerende contrast tussen vermiljoen, wit, zwart
en oker.
In de ikonen uit het Novgorod van de vijftiende
eeuw overheerst de lineaire tekening, neergezet
in onderscheiden donkere kleuren, en tamelijk
vaak, een grafisch contrast in zwart en wit. De
levendige kleuren werden aangebracht om de omtrekken
nog te versterken. In de eerste plaats was daar
het altijd schitterende krachtige vermiljoenrood,
en later kwam daar het emerald-groen bij, dat
de concurrentie aanging met het vermiljoen, en
het daarmee nog sterker deed uitkomen, maar dat
zelf geen kans kreeg om te domineren.
De ikonen uit Novgorod zien er dan ook niet zozeer
uit alsof ze geweven zijn met veelkleurige draden,
ze zijn meer ‘opgeluisterd’, bekwaam
ingekleurd. De kleurvlakken worden steeds doorbroken
door het gebruik van wit en door oplichtingen
met lichtere tonen, en soms verzwakt dit het effect
van de kleuren. Dit is te zien in de prachtige
feestelijke Novgorodse ikoon van de heiligen Florus
en Laurus.
De passie van de meesters in Novgorod voor felle
kleuren wijst wellicht op de invloed van boerenvolkskunst.
(Het is niet verwonderlijk dat alleen op de ikonen
die afkomstig zijn uit kloosters een ascetisch,
ingehouden – soms zelfs donker - kleurenpalet
overheerst.) Intussen werden de ‘klankvolle’
Novgorodse kleuren, nog een beetje zwaarder en
ruiger, overgebracht naar de latere Noordelijke
ikonen. Deze bonte kleuren zien we later terug
in de geschilderde decoraties op de spinnewielen
van de boerenbevolking. Aan het einde van de vijftiende
eeuw werden de pure kleuren in Novgorod vervangen
door een verfijnd, subtiel kleurenpatroon. Zo
werd er vooruitgelopen op het zeer decoratieve
kleurenpalet van de zeventiende-eeuwse Russische
schilderkunst.
De verzadigde kleuren maken de vijftiende-eeuwse
ikonen van Novgorod zeer aantrekkelijk in de ogen
van de moderne beschouwer. Het is onmogelijk om
geen bewondering te hebben voor het virtuoze kleurgevoel
van de ikonenschilders van Novgorod, voor het
vakmanschap waarmee ze een ikonenpaneel tot leven
wisten te brengen. Maar hun talent heeft ook z’n
beperking, immers, de kleuren van de ikonen van
Novgorod zijn eerder bedachtzaam dan geïnspireerd.
Het ontbreekt de kleuren van Novgorod aan lyriek.
Ze behagen het oog van de beschouwer zoals de
kleuren van Perzische tapijten, maar ze zijn niet
in staat om de kijker te ontroeren, om hem helemaal
te veroveren, zoals het azuurblauw van Roebljev
dat wel kon.
Pskov
Reeds in de vroegste ikonen is het verschil te
zien tussen Novgorod en Pskov. In de Novgorodse
ikoon van de Heilige Johannes Climacus is de gehele
achtergrond voorzien van een dikke laag vermiljoen
zodat het lijkt of de figuur van de heilige, gekleed
in een karmozijnen mantel, er strijd tegen voert.
In de Profeet Elia uit het dorp Vybuty bij Pskov
is er meer wisselwerking tussen de warme en de
koude kleuren zodat het beeld van de oude profeet
minder monolithisch overkomt. In de 14e en 15e
eeuw werd het verschil in de kleuren van Novgorod
en Pskov opvallender. De meesters uit Pskov waren
schildertechnisch minder bekwaam dan die uit Novgorod.
De uitvoering van hun ikonen is een beetje lomp,
zelfs onhandig, en de kleurvlakken zijn dik en
slordig aangebracht. Maar desondanks zijn de ikonen
levendig en toch bezield met gevoel, zelfs passie.
De kleurmassa leeft en beweegt, de bruine aardetinten
lijken wel te branden en zo lijken ze alles eromheen
te laten oplichten met een warm innerlijk licht.
De
rode gewaden en de witte oplichtingen in de ikoon
van de Synaxis van de Moeder Gods staan in een
sterk kleurcontrast met de donkergroene achtergrond.
Hier wordt de kleur geboren vanuit de duisternis
en vervolgens overwint de kleur het duister door
de wil en de kracht van de inspiratie van de kunstenaar.
In de ikonen van De geboorte van de Moeder Gods
en de Anastasis (Nederdaling ter helle) veroorzaakt
de gloed van het rood (niet het enigszins koude
cinnaber van Novgorod, maar een saffraanrood [sic])
een waarlijk hartstochtelijke uitdrukkingskracht.
De meester uit Pskov is er niet op uit om de beschouwer
te behagen met een regenboogachtig kleurenspectrum.
Hij probeert je wel te treffen. Hij maakt je wakker,
en roert de kijker diep, tot in het diepst van
zijn ziel. Samen met de rode mantel van Eva wijst
het rode gewaad van Christus op een vurige spirituele
vereniging. De figuur van Christus wordt slechts
benadrukt door de witte oplichtingen op het gewaad.
(wordt vervolgd)
Illustraties
Theofanes de Griek: Transfiguratie. Begin 15e
eeuw. Afkomstig uit de Transfiguratiekathedraal
in Pereslavl Zalessky. 184x134 cm. Tretjakovgalerie.
Andrej Roebljev: Oudtestamentische Triniteit.
Begin 15e eeuw. 142x114 cm. Tretjakovgalerie.
De profeten Daniël, David en Salomo. Detail:
David. 2e Helft 15e eeuw. School van Novgorod.
67x179 cm. Tretjakovgalerie.
Anastasis (Nederdaling ter helle). Detail. 14e-15e
eeuw. School van Pskov. 81.3x65 cm. Russisch Staatsmuseum
|