|
Uit
het hart van Rusland, Ikonen en miniaturen in
het Catharijneconvent in Utrecht
Bespreking van de expositie
najaar 1999.
(ingekorte versie)
De
twaalf feesten
Net als in de katholieke kerk van het westen worden
belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Christus
en Maria als een belangrijke kerkelijke feestdag
gevierd. In Rusland zijn dat de volgende twaalf
feesten: Annunciatie (Maria Boodschap), Geboorte
van Christus (Kerstmis), Opdracht van Christus
in de tempel, Doop in de Jordaan, Gedaanteverandering
op de Berg Thabor, Opwekking van Lazarus, Intocht
in Jeruzalem (Palmpasen), Kruisiging (Goede Vrijdag),
Nederdaling ter Helle (Pasen), Hemelvaart, Pinksteren
en het Ontslapen van de Moeder Gods (Maria Hemelvaart).
Deze feestenrij is ook in de ikonstase opgenomen.
Daarnaast wordt op de feestdag zelf een zogenaamde
lezenaar-ikoon in een plechtige processie de kerk
binnengedragen en neergelegd op een lezenaar,
die voor de ikonostase staat. Daar wordt het dan
vereerd met kniebuigingen en kussen, eerst door
de geestelijkheid en daarna door de gelovigen.
De ikoon draagt de afbeelding van het feest: een
heilige of een gebeurtenis uit het leven van Christus
of Maria. Zo ligt er met Kerstmis een ikoon met
de Geboorte van Christus op de lezenaar en op
Hemelvaart een ikoon met de Hemelvaart van Christus.
De liturgie van de Goede Week voor Pasen, waarin
het lijden en sterven van Christus wordt herdacht,
is bijzonder rijk. Op elke dag legt men een andere
ikoon op de lezenaar, waarvan de voorstelling
verband houdt met de schriftlezing van die dag.
De op de voorpagina afgebeelde
ikoon van de Troïza is een onderdeel van
een reeks van 12 kleine zogenaamde lezenaar-ikonen
uit het tweede kwart van de 15de eeuw. Het zijn
topstukken uit het kloostermuseum van Sergiev
Posad en zijn juweeltjes van schildervaardigheid.
De kleine tabletki zijn meestal zeer fijn uitgewerkt.
Deze aandacht voor detail is te zien in de afbeelding
van de ongelovige Thomas (afbeelding onder). Christus
is door een gesloten deur binnengekomen in het
huis waar de apostelen zich verborgen hebben.
Hij staat op een voetenbankje met ontblote rechterborst.
De ongelovige Thomas legt zijn vinger in de wond
en is dan pas overtuigd van de opstanding van
Jezus. Links en rechts staan de andere apostelen.
Het rode velum op het dak van het gebouw geeft
aan dat het zich binnenshuis afspeelt.
De
lezenaar-ikonen zijn niet groot. Ze zijn maar
23 bij 18 centimeter en zijn niet op hout geschilderd,
zoals gebruikelijk is bij ikonen, maar op een
met een krijtlaag geprepareerde doek. Ze waren
daardoor handzaam, maar ook kwetsbaar. De lezenaar-ikonen
waren ook in de 15de eeuw kostbare kleinoden.
Ze werden opgeborgen in speciale kistjes bekleed
met fluweel of brokaat en versierd met zilverbeslag.
Ikonen
van de Moeder Gods
Maria is zowel in het oosten als in het westen
de meest vereerde heilige. De uitzonderlijke verering
van de Moeder Gods is het gevolg van haar bijzondere
positie. Door haar is Christus mens geworden en
heeft Hij de mensheid kunnen verlossen. Geen andere
heilige is daarom zo vaak afgebeeld op ikonen
als Maria. Alleen al in Rusland zijn 200 varianten
van haar afbeelding bekend. Van de vele typen
zijn er een aantal die men vaker aantreft. Zes
hiervan zijn op de tentoonstelling te zien. Ze
hebben elk hun eigen naam die in Rusland soms
verband houdt met een stad, waar de oorspronkelijke
ikoon grote verering genoot. Zo wordt de Moeder
Gods Hodigitria in Rusland vaak Smolenskaja genoemd
naar de stad Smolensk, waar eeuwenlang een Byzantijnse
ikoon van dit type werd vereerd. De Hodegetria
is een formele afbeelding van Maria met Kind.
Er is geen emotionele band tussen Moeder en Kind
te bespeuren.
Bij de Eleousa of Umilenije daarentegen
zijn Moeder en Kind in een liefkozende omhelzing
afgebeeld. De bekendste ikoon van dit type is
de Moeder Gods Vladimirskaja. Zij is genoemd naar
stad Vladimir, waar sinds de 12de eeuw een dergelijke
ikoon wordt vereerd. Deze was gemaakt in Constantinopel
rond 1100. In 1135 werd de ikoon naar Kiëv
gebracht en in 1155 naar Vladimir, een plaats
500 km ten oosten van Moskou. In 1395 werd Moskou
omsingeld door de Mongolen. In een processie voert
men de Vladimirskaja, zoals de ikoon ook wel wordt
genoemd, naar Moskou. Wanneer de processie met
de ikoon nadert, breken de Mon-golen het beleg
op. De ikoon wordt daarna niet naar Vladimir teruggebracht,
maar ondergebracht in de kathedraal van het Kremlin.
Sindsdien is de Vladimirskaja de beschermheilige
van Rusland. De Revolutie van 1917 maakt daar
een einde aan. Samen met de Troïza van Rublev
wordt ze nu in de Tretjakov-galerij bewaard.
Van
de Moeder God van Vladimir zijn ontelbare kopieen
gemaakt, waaronder bovenstaande ikoon uit de 15de
eeuw (afbeelding boven]. Het Kind vleit zijn wang
tegen gelaat van zijn Moeder; Mariaís gelaat
heeft een melancholische uitdrukking alsof zij
het lijden dat haar zoon te wachten staat voorvoelt.
Haar gezicht heeft opvallende dunne langwerpige
ooglijnen, een fijne neus en een kleine elegante
mond.
Heilige
Nicolaas
Daar de gelijkenis met het beeld voor de ikoon
het uitgangspunt is, werken de ikonenschilders
in de regel naar voorbeelden van hun voorgangers.
Later maken zij ook gebruik van voorbeeldboeken.
Hierin waren voor iedere dag van het jaar de heiligen
of kerkelijke feestdagen opgenomen, met hun voortekeningen,
de juiste inscriptie, de kleur van de gewaden
en de achtergrond. Op de tentoonstelling zijn
een aantal ikonen met de afbeelding van de heilige
Nicolaas. Nicolaas is een van de meest vereerde
heiligen in Rusland en wordt meestal ten halve
lijve afgebeeld met felonion (kazuifel) en omforion
(bisschoppelijke stola). Ook een ikoon met Nicolaas,
afgebeeld ten voeten uit komt voor zoals de ikoon
van Nicolaas van Zarajsk waar de heilige met gespreide
armen staat. Een bijzonder exemplaar is deze uit
het Triniteitsklooster (afbeelding onder). In
de rand van deze Nicolaas-ikoon zijn heiligen
afgebeeld. De Troïza duidt erop dat de ikoon
voor dit klooster bestemd was. Een speciale plaats
in de rij van heiligen en martelaren wordt ingenomen
door de patroonheiligen van Tsaar Fedor Iannovic
en van zijn vrouw tsarina Irina Feodorovna Godunov
en van hun dochter Theodosia. Waarschijnlijk hebben
de tsaar en zijn vrouw de ikoon aan het klooster
geschonken als dank voor de geboorte van hun langverwachte
kind. Theodosia betekent 'Godsgeschenk'.
Een
ikoon met Nicolaas de wonderdoener uit het Rublevmuseum
lijkt zeer op de vorige maar in plaats van heiligen
op de ikoon zijn scËnes uit het leven van
de heilige Nicolaas opgenomen. Ikonen met het
leven van Sint Nicolaas vindt men in Rusland vanaf
de 13de-14de eeuw. Nicolaas, bisschop van Myra
in LyciÎ (westkust van huidige Turkije),
leefde in de vierde eeuw na Christus. In Rusland
waar Nicolaas een typische nationale inkleuring
kreeg, was zijn verering als beschermer en helper
in nood wijd verspreid.
Andronikovklooster
In het Andronikovklooster in Moskou is het Rublevmuseum
gevestigd, waaruit ook 30 van de geexposeerde
ikonen afkomstig zijn. Het museum is genoemd naar
de ikonenschilder Rublev, de Rembrandt onder de
Russische ikonenschilders. Omstreeks 1400 leefde
hij als monnik in dit klooster. Zijn ikonen hebben
veel navolging gehad, zoals een aantal schilderingen
uit het Sergiev Posadklooster al hebben laten
zien. Tot in onze eeuw is het Andronikov-klooster
in gebruik maar in 1917 wordt het gesloten en
geplunderd. Jarenlang worden de gebouwen verwaarloosd
totdat men in 1947 besluit in het klooster een
ikonenmuseum te vestigen. Veel van de ikonen in
de collectie zijn afkomstig uit kleine provinciale
musea en kerkjes, waar men niet goed in staat
was voor deze kwetsbare kunstwerken te zorgen.
Dertig daarvan sieren nu onze expositie. Veel
van de ikonen in het Rublevmuseum zijn afkomstig
uit een ikonostase, de scheidingswand in de kerk
tussen de ruimte van de gelovigen en het koor,
slechts toegankelijk voor geestelijken. Achter
de ikonostase wordt de liturgie gevierd.
Uit
het Rublevmuseum komende vier imponerende ikonen
uit een Deësisrij. De Deësisrij is in
de ikonostase de tweede rij boven de toegangsdeuren.
Het centrum van de rij is de afbeelding van Christus
Pantocrator (afbeelding boven). De iconografie
is typisch Russisch: Christus is afgebeeld als
de alheerser met in zijn linkerhand het evangelieboek
en de rechterhand in een spreekgebaar. Hij zit
op een grote troon. Een grote drievoudige mandorla
omgeeft hem. De centrale rode ruit, het blauwe
ovaal met cherubijnen en de rode rechthoek symboliseren
het heelal. De rechthoek is de aarde die door
het evangelie gekerstend is, het blauwe ovaal
is de hemel en de rode ruit is het hemels vuur,
de hemel der hemelen waar God woont. De ikoon
geeft goed aan wat de eigenlijke functie van ikonen
is: ikonen maken het onzichtbare zichtbaar. De
ikoon van Christus Pantocrator is geen afbeelding,
maar veeleer een venster waardoor wij hem zelf
zien. Het menselijke beeld is doordrongen van
een goddelijke schoonheid, die niet van deze wereld
is. Wat is afgebeeld is niet een mens in de gewone,
lichamelijke betekenis maar een visioen van een
menselijke natuur zo transparant dat het licht
van de goddelijke natuur er doorheen schijnt.
Ikonen zijn daardoor een middelaar tussen de hemel
en de aarde. Op de tentoonstelling zijn nog drie
andere ikonen uit diezelfde rij te zien: de Moeder
Gods, die het het Nieuwe Testament vertegenwoordigt,
Johannes de Voorloper, die in de Westerse wereld
de Doper wordt genoemd en het Oude Testament symboliseert,
en de aartsengel Gabriël.
Uit
de ikonostase van de kathedraal van Aleksandrova
is een Moeder Gods ikoon (afbeelding boven) afkomstig.
Het is een Oemilenij-type en gaat terug op een
kleine ikoon die aan het eind van de 14de eeuw
door een in Constantinopel opgeleide kunstenaar
is geschilderd. Ikonen van het type Moeder en
Kind waarbij het Kind de met zijn hand de kin
van zijn Maria aanraakt, kwamen veel voor in het
Rusland van de 15de en 16de eeuw. Kleine huis-ikonen
met deze voorstelling werden gebruikt om bij te
bidden, vooral door vrouwen. Er werd om genezing
van zieken en bescherming van het gezin gebeden.
Hoewel deze ikoon van de Moeder Gods geen huis-ikoon
is, werd er wel door de schenkster vurig bij gebeden.
De ikoon is waarschijnlijk in opdracht van de
eerste vrouw van de grootvorst Vasilij III van
Moskou (1504-1533) geschilderd. Het huwelijk was
kinderloos en de tsarina hoopte door middel van
het schenken van deze ikoon de hemel te vermurwen.
Dat hielp echter niet. In 1525 werd de vorstin
gedwongen het klooster in te gaan. De tsaar huwde
opnieuw en uit dit tweede huwelijk werd de latere
tsaar Iwan de Verschrikkelijke geboren.
De kunstvoorwerpen uit de drie
Russische musea bieden niet alleen een overzicht
van de kunst in de 15de en 16de eeuw uit het hart
van Rusland, maar gunnen ons ook een blik in het
hart van de Russen zelf. De ikonen genieten vandaag
de dag weer evenveel verering als in de bloeitijd
van Moskou, zo'n 500 jaar geleden.
Afbeeldingen
bij het artikel over de expositie 'Uit het hart
van Rusland':
Frans
van der Vrande, Kaart van Rusland (uit: Ikonen
uit Nederlands bezit, catalogus Museum Catharijneconvent
1991, p. 6)
Sergiev
van Radonez, Triniteitsklooster tweede helft 16de
eeuw. Museum Sergiev Posad, inv. Nr. 4957
Grafdoek
van Sergiev van Radonez, Rusland omstreeks 1560-1580.
Museum Sergei Posad, inv.nr. 401
Troïza,
lezenaar-ikoon, Tver tweede kwart 15de eeuw Museum
Sergei Posad, inv. nr. 2765, 2766, 2769. De feestdag
van de Drie-eenheid wordt gevierd op de zevende
zondag na Pasen.
Ongelovige
Thomas, lezenaar-ikoon, Tver tweede kwart 15de
eeuw. Museum Sergei Posad, inv. nr. 2765, 2766,
2769
Moeder
Gods van Vladimir, Moskou 15de eeuw. Museum Sergiev
Posad, inv. Nr. 4964
Nicolaas
met heiligen, Triniteitsklooster rond 1592. Museum
Sergiev Posad, inv. nr. 5605. De rijk versierde
ikoon is waarschijnlijk afkomstig uit een kleine
ikonostase in een van de vele kerken van het Triniteitsklooster.
Christus
Pantocrator, Rostov, eind 15de eeuw. Rublev Museum,
inv.nr. Kp. 323
Moeder
Gods Oemilinij, Moskou omstreeks 1513. Rublev
Museum, inv. nr. Kp. 4374
|