De vreugde van het Kind. Geschiedenis en betekenis van een ikoon

De vreugde van het Kind. Geschiedenis en betekenis van een ikoon

Antoine Lambrechts

In 2011 schreef ons nieuw redactielid, P. Antoine Lambrechts, volgend artikel in Irénikon, het tijdschrift van Chevetogne. Hier volgt de Nederlandstalige versie in twee afleveringen.

De vreugde van monniken en pelgrims

MG ChevetogneDe Moeder Gods ‘De Vreugde van het Kind’ (Vzygranie Mladentsa) is één van de meest geliefde en vereerde ikonen in het klooster van Chevetogne. Ze werd in 1703 geschilderd door de Russische iconograaf Kirill Oelanov. Met haar tedere blik verwelkomt ze als het ware iedere pelgrim die langs de oude, oorspronkelijke ingang van het kasteel het klooster betreedt. Ook vandaag nog hangt ze in het hartje van het gastenverblijf, in de gang naast de gastenrefter. De monniken hebben haar altijd gekend en vereerd, vanaf de eerste jaren na de stichting (1925), ook al weet vandaag niemand meer hoe ze precies in het klooster terecht gekomen is. Vermoedelijk maakte ze deel uit van de rijke kunstcollectie van Otto-O’Meara, waaruit we andere ikonen verworven hebben in 1928. De oudste paters herinneren zich nog hoe de gemeenschap in hun jonge jaren iedere avond voor deze ikoon de antieke Maria-hymne Sub tuum presidium zong, om haar bescherming en voorspraak af te smeken, in de hoop op nieuwe roepingen. Deze aller-oudste Maria-hymne uit de 4e eeuw wordt ook vandaag nog in Chevetogne iedere avond in het Slavisch gezongen na de Byzantijnse completen (Pod tvoju milost’…). Thans wordt de ikoon één keer per jaar overgebracht naar de Byzantijnse kerk voor de plechtige vigilie van de Akathistos-hymne, op de vijfde zaterdag van de Grote Vastentijd. Dan herleeft de ikoon voor onze ogen; Maria en haar goddelijk Kind bezoeken dan ons hart en doen ons opspringen van vreugde omdat ook wij door hen kinderen van God geworden zijn.

Kerstpostzegel 1991

2 vreugdekindDe laatste jaren is de ikoon ook buiten het klooster steeds meer bekend geraakt. In 1991 werd ze afgebeeld op de jaarlijkse Kerstpostzegel van België. Er is toen een speciale dag georganiseerd met een herdenkingstempel voor filatelisten, met de gelegenheid de ikoon te vereren in de crypte. In 2002 schreef P. Denis Guillaume (1933-2008) – een medebroeder van Chevetogne die tot de orthodoxe Kerk was overgegaan, een onvermoeibare vertaler van liturgische teksten en zelf hymnograaf – een Byzantijnse gebedsdienst en een akathistos-hymne in het Frans voor de ikoon van Chevetogne. In 2006 prijkte ze op de jaarkalender van onze orthodoxe vrienden van de uitgeverij Duch i Litera (De Geest en de Letter) in Kiev. De iconografie van de Moeder Gods, zowel in Oost als West, is zeer verscheiden en de namen die de liturgische hymnen en de volksdevotie haar toekennen zijn ontelbaar. ‘De Vreugde van het Kind’ (Vzygranie Mladentsa) is er maar één van onder de velen. Maar waar komt die naam vandaan en wat betekent hij? Is het enkel een ‘ontroerende’ naam – wat is er immers mooier dan de vreugde van een kind in de armen van zijn moeder? – of heeft hij ook een diepere, theologische betekenis ?

Het iconografische type van de ikoon en de opschriften

nieuwartikel_clip_image004_0000De ikoon ‘De Vreugde van het Kind’ is één van de vele varianten van wat kunstkenners de ‘Moeder Gods der Tederheid’ noemen (in het Grieks Eléousa of Glyko­phi­lousa genaamd, in het Russisch Umilénie). In ons geval draagt de Moeder Gods het kind Jezus op de rechterarm, ze neigt het hoofd en raakt met haar wang de wang van haar kind aan, dat op zijn beurt de kin van zijn moeder aait en haar in de ogen kijkt. In de andere hand houdt Jezus een boekrol vast, symbool van Gods Woord. De ikoon heeft de volgende traditionele opschriften: MP Y ΘY, Mêtêr Theou, voor de Moeder Gods en IC XC, Iêsous Christos, voor Jezus Christus, maar ook de benaming Vzygranie Mladentsa (letterlijk : het ‘opspringen van het kind’) en de ondertekening van de schilder op de onderste rand; in vertaling: “Dit heilige beeld werd vernieuwd (obnovlen) in 1703, geschilderd door de zograf [= kunstschilder of ikonenschilder] van de tsaar Kirill Oelanov”. Tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw was de ikoon bedekt met een latere oklad [= een meestal kostbare zilveren of vergulde metalen bedekking van een ikoon] zonder grote waarde, die de achtergrond en de boorden bedekte maar de figuren en de opschriften vrijliet. Een oude ingekleurde postkaart uit de jaren dertig getuigt er nog van.

Een oorspronkelijke ikoon of een restauratie?

Wat betekent de signatuur in de onderste rand van de ikoon? De woorden obnovlen (letterlijk: vernieuwd) en obnovlenie (vernieuwing) kunnen, met betrekking tot een ikoon, de volgende betekenissen hebben:

  1. Het kan gaan om de verschijning van een ikoon, haar eerste soms wonderbaarlijke “ontdekking” op een bepaalde plaats, of zelfs om een plotse mysterieuze, onverklaarbare vernieuwing van een oude, beschadigde ikoon. Deze verschijning ligt dan aan de oorsprong van een lokale verering en een nieuwe plaatsnaam voor de ikoon.
  2. Soms verwijst het woord naar de wijding van een nieuw geschilderde ikoon, haar eerste ingebruik­neming, haar zegening tijdens een speciale gebedsdienst. In diezelfde zin wordt het woord ook gebruikt voor de wijding van een kerk (in het Grieks: egkainismos, egkainia).
  3. Tenslotte betekent het de restauratie, de renovatie of het herschilderen van een oude, beschadigde ikoon. In sommige gevallen, wanneer de ikoon onherstelbaar blijkt, kan de iconograaf de oude ikonenplank opnieuw gebruiken om er een totaal nieuwe ikoon op te schilderen.

In ons geval gaat het blijkbaar om een diepgaande renovatie, méér dan om een minimale restauratie in de moderne betekenis van het woord. Onder alle werken die van Kirill Oelanov bewaard gebleven zijn – en dat zijn er meer dan een zestigtal – werden er twee op precies dezelfde manier ondertekend als die van Chevetogne. In beide gevallen gaat het zonder twijfel om een renovatie van oude bekende ikonen in een nieuwe stijl, om een restauratie die enkel de omtrekken van de onderliggende ikoon bewaard heeft. Soms is het moeilijk om de juiste staat van de onderliggende ikoon te kennen, zelfs met de meest moderne technieken, en na te gaan hoe groot de ingreep van de ‘restaurateur’ geweest is. Bovendien weten we dat in die periode, rond de eeuwwisseling van de 17e en de 18e eeuw, één en dezelfde ikonenschilder in verschillende stijlen kon werken, soms in traditionele, soms in moderne stijl.

DEEL II

Het is interessant de icoon Vzygranie Mladentsa van Chevetogne te vergelijken met andere Moeder Gods-iconen die geheel door Kirill Oelanov geschilderd zijn. Op deze laatste is het spel van schaduw en licht scherper en zien we een rijker kleurenpalet. Anderzijds vinden we er dezelfde tederheid in de blik en dezelfde relatie van moeder en kind terug als op de icoon van Chevetogne. Uiteindelijk is het in de afwerking, de details en vooral in de blik die uitgaat van de icoon, dat we de hand en de ziel van de iconenschilder herkennen.

De ‘zograf van de tsaar’, Kirill Oelanov

Welnu, wat weten we verder over deze iconenschilder, die zijn werken ondertekende met ‘zograf van de tsaar’? Kirill Oelanov behoorde tot een familie van iconografen, afkomstig uit een versterkt stadje aan de Wolga, Joerjevets, halverwege tussen Kostroma en Nizjnij Novgorod, ten oosten van Moskou. Zijn broer Vasilij en zijn zoon Ivan waren eveneens iconenschilders en ze werkten, zoals dat toen gebruikelijk was, vaak met hem samen. We weten niet precies wanneer Kirill geboren is, maar in 1688 trad hij als een reeds ervaren meester toe tot het Wapenpaleis van Moskou. In dat Wapenpaleis (Oružejnaja Palata) waren sinds het begin van de 16e eeuw alle nodige ateliers van het tsarenhof ondergebracht: er werden dus niet alleen wapens maar ook gewaden, rijk geborduurde stoffen, vaatwerk, iconen, juwelen en andere kostbare voorwerpen vervaardigd. Alleen de beste handwerkers van het rijk werden er toegelaten. Al gauw wordt Kirill er gewaardeerd en geloofd door de oudere leermeesters van het Paleis omwille van zijn ijver en handvaardigheid. Hij leert er schilderen in de ‘nieuwe stijl’, die enkele jaren vóór hem door Simon Oesjakov (1626-1686) was ingevoerd, een stijl die ‘dichter bij het leven’ stond (živopodobnyj) en dus realistischer was, ook al bleef hij in veel punten trouw aan de oude, traditionele iconografie. Hij krijgt opdrachten iconen en iconostases te schilderen voor de kapellen, vertrekken en verblijven aan het hof, voor de kathedraal van het Ontslapen van de Moeder Gods (Uspenskij sobor) in het Kremlin, voor heiligdommen en kloosters in de omgeving van de hoofd­stad, maar ook verder weg: in Vologda, Novgorod, Kiev, en zelfs in Moldavië (Suceava, Humor, Rădăuţi).

Op het eind van de 17e eeuw veranderen echter de politieke en culturele omstandigheden in Moskou. De weldoensters van Oelanov zijn óf gestorven, óf opgesloten. Voortaan komen er minder bestellingen vanuit het hof. In 1701 zijn er nog maar twee iconenschilders in het Wapenpaleis werkzaam, Kirill Oelanov en Tichon Fila­tiëv († 1731). Wanneer Peter de Grote in 1702 het Wapenpaleis hervormt, installeren de meeste ambachtslieden en kunstenaars zich weldra in de nieuwe hoofdstad, Sint-Petersburg, de anderen verspreiden zich daar waar ze werk vinden. De zoon en leerling van Kirill, Ivan, die iconen schildert voor de tsarevitsj Aleksej, de zoon van Peter de Grote, blijft in Moskou. In 1709, na de dood van zijn vrouw, trekt Kirill zich onder de naam Kornilij (Cornelius) terug in een afgelegen kloostertje, Krivojézerskaja Poestyn’, niet ver van zijn geboortestad Joerevets. Van dit gebedsoord aan de Wolga blijft vandaag spijtig genoeg niets meer over. In 1917 werd het gesloten, en in de jaren vijftig van de vorige eeuw is het ten onder gegaan in een kunstmatig meer, het Water­reservoir Gorki.

Het bescheiden kloostertje in de bossen geeft aan onze schilder een nieuw werkkader, rustiger dan in het Wapenpaleis en vooral zonder zorgen voor het dagelijks brood. Op de veertigste dag na zijn monastieke geloften voltooit Kornilij Oelanov zijn eerste icoon in het klooster, een ‘Moeder Gods van Jeruzalem’, die na zijn dood als wonderbaarlijk vereerd zal worden. Tijdens de Russische Revolutie is deze echter vernield door een uitgetreden monnik, die als politieke gevangene jaren doorgebracht had in de tsaristische strafkampen van Siberië. In 1714, vijf jaar na zijn intrede in het klooster, werd Kornilij tot overste gekozen van zijn kleine gemeenschap. Het grootste gedeelte van zijn werk is voortaan bestemd voor de omringende kloosters en kerken. Kort voor zijn dood zou hij zijn taak als overste hebben neergelegd en het ‘grote engelenhabijt’ (schima) hebben aangetrokken onder de naam Karion. Hij sterft in 1731 op hoge leeftijd. Zijn graf is samen met de gebouwen van zijn klooster in de golven verzwolgen.

“Het kind sprong op van vreugde in haar schoot…”

nieuwartikel_clip_image006Keren we nu terug naar onze icoon Vzygranie Mladentsa. De benaming verwijst gewoonlijk naar een andere variante van de Moeder Gods der Tederheid, een icoon van latere datum dan de gebruikelijke Glykophilousa (14e eeuw) die bekend staat onder de Griekse naam Pelago­nitissa, naar haar plaats van herkomst, Pelagonia in Macedonië. “Ook hier, – zo schrijft André Grabar in zijn studie Les images de la Vierge de tendresse – raken de wang van de moeder en die van het kind elkaar aan, maar de houding van het kind is anders: met een bruuske beweging richt het zich op de knieën van zijn moeder op, het draait zich naar haar toe en werpt het hoofd zo naar achteren, dat het de kin van zijn moeder aanraakt. Met zijn linkerhand aait het de wang van Maria, die op haar beurt één van zijn voetjes vastgrijpt”.

Прорис

Iconen en hun iconografische types of varianten bestaan meestal vooraleer ze een eigen naam krijgen, en die namen bestaan soms al lange tijd vooraleer ze uitein­delijk op de icoon zelf geschilderd worden. Oorspronkelijk werden de opschriften op iconen tot een minimum beperkt. Het ging steeds om dezelfde afkortingen en ze hadden niets te maken met de geografische herkomst of het iconografische type: MP ΘY voor de Moeder Gods, en IC XC voor het kind Jezus. Deze opschriften dienen enkel om de personen te identificeren en om ons geloof in hen te bekennen: Maria is ‘de Moeder Gods’ en Jezus is de ‘Christus’, de ‘Messias’. De namen Eléousa (de Barmhartige) of Umilénië (de vertedering) komen niet op de oudste Maria-afbeeldingen voor. Pas vanaf de 13e eeuw begint men namen van liturgische of patristieke oorsprong op iconen te schilderen, namen die geen verband houden met een of ander iconografisch type, maar met de persoon van Maria en die bijgevolg van toepassing zijn op elke afbeelding van de Theotokos. Een zelfde iconografisch type kan dus verschillende namen hebben of van naam veranderen naargelang de plaats en de tijd waarop de icoon wordt vereerd. Het opschrift van de icoon verklaart niet het iconografisch type, het zegt ons niet wat er op de icoon te zien is, maar wat we geloven over de erop afgebeelde persoon. Het opschrift is niet het ‘naamplaatje’ van een schilderij, het ‘onderwerp’ van de icoon, maar een geloofsbelijdenis.

Ditzelfde geldt duidelijk ook voor onze icoon Vzygranie Mladentsa. Natuurlijk zegt het opschrift in sommige gevallen eveneens wat we op de icoon zien, namelijk een kind dat opspringt in de armen van zijn moeder. Vandaar dat de beroemde Russische iconenspecialist Viktor N. Lazarev hier spreekt over ‘de Moeder Gods met het spelende kind [Jezus] in haar armen’. Daardoor geeft hij echter, zonder er zich van bewust te zijn, een té enge interpretatie van de naam Vzygranie Mladentsa. Want enerzijds, zoals de icoon van Oelanov in Chevetogne juist aantoont, ‘speelt’ of ‘springt’ het kind Jezus niet op alle iconen met die naam. Anderzijds zegt de benaming ook meer dan wat we zien. Zij zegt ons wat we geloven: namelijk dat de vreugde van het kind Jezus opgewekt wordt door zijn Moeder. Zij is de vreugde van haar kind, de vreugde wordt door haar veroorzaakt.

Maar kunnen we niet nog een stapje verder gaan? Want ook al mogen we geloven dat het vreugdevolle opspringen van het kind Jezus verwekt wordt door zijn moeder, toch heeft dit geloof geen enkel Bijbels fundament. In het Nieuwe Testament is er immers sprake van een ander kind dat opspringt van vreugde in de aanwezigheid van de Moeder Gods, namelijk de nog ongeboren Johannes de Doper tijdens de Visitatie van Maria aan Elisabeth. De gebeurtenis wordt verhaald in het evangelie van Lukas (Lc 1,39-56) en in de orthodoxe Kerk gelezen tijdens de metten van alle grote Maria-feesten: “Zodra Elizabeth de begroeting van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot [in het Slavisch: vzygrasja mladenec vo čreve eja]. Elisabeth werd vervuld met heilige geest; ze schreeuwde het uit en riep: ‘Gezegend ben jij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot. Waar heb ik het aan te danken dat de moeder van mijn Heer bij mij komt? Op het moment dat je groet in mijn oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot [Slavisch : vzygrasja mladenec radoščami vo čreve moem]. Gelukkige vrouw die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan’” (Lc 1,41-45).

Deze Bijbeltekst, die zo bekend is, is de énige plaats in het Nieuwe Testament waar het werkwoord ‘op­springen’ (vzygratisja in het Slavisch, skirtaô in het Grieks) gebruikt wordt – en tot twee maal toe! – in ver­band met een kind. De naam van de icoon Vzygranie Mladentsa moet dus wel met deze evangelietekst verband houden. De betekenis ervan zouden we als volgt kunnen samenvatten: Maria ‘is’ de vreugde van ieder kind, al van in de moederschoot, wanneer de moeder van dit kind – Elisabeth in het evangelieverhaal – in Maria ‘de Moeder van mijn Heer’ herkent, die naar haar toekomt. Het is dan ook niet te verwonderen, dat in de Russische volks­vroom­heid de gelovigen zich in gebed tot de icoon de Vreugde van het Kind richten om een voorspoedige zwangerschap en bevalling te bekomen. Met andere woorden: in Maria de ‘Vreugde van het Kind’ erkennen betekent haar belijden als ‘de Moeder van mijn Heer’, erkennen dat ze ‘de Moeder van God’ (Theotokos) is en dat het Kind dat uit haar geboren wordt ‘mijn Heer’ is. Het betekent ook: zichzelf – met vreugde – erkennen als kind van God.

De icoon Vzygranie Mladentsa, die in de Russische orthodoxe Kerk haar feestdag heeft op 7 november, is dus méér dan alleen maar een ontroerend beeld van de relatie tussen een moeder en haar kind. Zij is de belijdenis van ons geloof in de Menswording voor ons heil, een geloof dat ons de vreugde schenkt, kinderen te zijn van God. Hetzelfde geloof komt ook tot uitdrukking in het troparion, dat P. Denis Guillaume speciaal voor de icoon van Kirill Oelanov in Chevetogne heeft geschreven: “Gij verheugt het Kind dat u omhelst, en gij doet het kind van blijdschap opspringen in de moederschoot, zoals eens toen gij uw nicht Elisabeth bezocht. Laat ons daarom ook, nu Christus van ons uw zonen heeft gemaakt en wij uw beeltenis aanschouwen en vereren, in u de vreugde vinden van ons kinderhart”.

537