|

|
Otto Tissing
Vrome pelgrims konden in
Constantinopel een schat aan relikwieën vereren.
Onder veel meer trof men er aan: de mantel van
Christus; zijn riem; zijn sandalen; zijn lijkwade.
Een flesje met zijn bloed; de doornenkroon; de
spijkers. Melk van de Maagd; een aantal hoofden
van Johannes de Voorloper.
De kerkvaders
Na de dood van Constantijn de Grote in 337 wordt
het rijk verdeeld onder zijn drie overgebleven
zonen, waarvan de jongste, Constantius II, het
gehele Oosten erft. Een van zijn eerste daden
is de bouw van de Agia Sofia in Constantinopel,
de kerk van de Heilige Wijsheid Gods. Nadat zijn
beide broers Constantijn II en Constans tijdens
veldslagen zijn gesneuveld en ook nog de brute
opstandeling Maxentius is verslagen, kan Constantius
zich in 353 eindelijk alleenheerser noemen.
In dezelfde tijd leeft Athanasius. Deze eerste
grote kerkvader, die we mogen beschouwen als geestelijk
vader van de triniteitsleer, was in 325 patriarch
van Alexandrië geworden. Met zijn onbuigzaam
vasthouden aan de godheid van de Heilige Geest
en de leerstelling dat het Woord, hoewel voortgebracht
door de Vader, toch ongeschapen is, kweekt hij
veel vijanden en evenzovele volgelingen. Athanasius
verzet tegen de leiding van de keizer (een leek,
tenslotte) over de Kerk, leidt ertoe dat hij een
aantal malen moet vluchten en onderduiken. Toch
zorgen zijn grote persoonlijkheid en zijn strijdlustige
geschriften ervoor dat zijn leer uiteindelijk
zegeviert.
Nadat Constantius II in 361 is gestorven, komt
zijn neef Julianus, bijgenaamd Apostata (= de
Afvallige), aan de macht. Even lijkt het er op
dat het gedaan is met Gods aards Koninkrijk, want
Julianus voert de heidense godsdiensten weer in.
Maar de man vergist zich; na bijna vijftig jaar
christendom is het te laat om weer terug te keren
naar de oude tijden. Julianus sneuvelt tijdens
een veldtocht. De enige vermeldenswaardige daad
van zijn opvolger Jovianus, is dat hij het christendom
herstelt. En na Jovianus kwam Valens, al even
kleurloos, hoewel hij met zijn nog altijd bestaand
aquaduct veel deed aan de watervoorziening van
Constantinopel.
De figuren die desondanks deze periode tussen
Constantius en Theodosius I interessant maken,
zijn de bevriende kerkvaders Basilius van Caesarea
(of: Basilius de Grote) en
Gregorius van Nazianze (of: Gregorius de Theoloog).
Deze mannen, minder onverzoenlijk dan Athanasius,
pakken de leerstellingen van hun grote voorganger
op en zorgen er met hun geschriften en predikingen
voor dat algemeen wordt aanvaard dat de Vader,
de Zoon en de Heilige Geest zowel verschillend
als dezelfde zijn. Onder keizer Theodosius I wordt
- tijdens het Tweede Oecumenische Concilie, in
381 in Constantinopel gehouden - dankzij hun inspanning
het dogma van de Drie-Eenheid bevestigd als aanvulling
op de geloofsbelijdenis van Nicaea.
Genoemd concilie is wederom nauwelijks oecumenisch
te noemen, want ook nu weer ontbreken de Westerse
bisschoppen. Theodosius spreekt er de banvloek
uit over allen die de uitspraken van deze vergadering
niet willen erkennen. Ook schikt men de grote
bisdommen naar rangorde: op de eerste plaats komt
Rome, daarna Constantinopel en vervolgens Alexandrië
en Antiochië. Als laatste wordt om redenen
van sentiment nog het kleine Jeruzalem toegevoegd.
Later krijgen de bisschoppen van deze vijf steden
de titel van patriarch, hoewel de bisschop van
Rome zich gewoon paus blijft noemen.
Tegen het einde van zijn regeerperiode begint
Theodosius de niet-christenen te vervolgen. Heidense
offers worden onwettig verklaard, tempels gesloten,
de (antieke) Olympische Spelen verboden. Als Theodosius
I in 395 sterft, wordt het rijk definitief verdeeld
in een West- en een Oostromeins Rijk. In het Oosten
komt Theodosius oudste zoon Arcadius aan
de macht, die wel als de eerste Byzantijnse keizer
wordt gezien. Tijdens zijn bewind namelijk begint
zich het hofceremonieel te ontwikkelen, gepaard
gaande met een welhaast onvoorstelbare pracht
en praal.
In die tijd is de populaire prediker Johannes,
bijgenaamd Chrysostomus (= Guldenmond), patriarch
van Constantinopel. Deze man is een asceet die
zeer sceptisch staat tegenover de extravagante
levensstijl van het hof. Hij krijgt het al spoedig
aan de stok met Arcadius praalzuchtige vrouw,
keizerin Eudoxia. De ruzie tussen die twee loopt
zo hoog op dat de keizer tenslotte Johannes uit
zijn ambt zet, tot grote woede van het volk. Er
breken opstanden uit, en in de nacht dat Johannes
vertrekt naar zijn verbanningsoord brandt de Agia
Sofia tot de grond toe af. Johannes Chrysostomus
behoort met Athanasius, Basilius de Grote en Gregorius
de Theoloog tot de grote leraars van de Oosterse
Kerk.
Nestorianen en monofysieten
Theodosius II, Arcadius zoon die in 408
zijn gestorven vader opvolgt, stelt de prediker
Nestorius aan als patriarch van Constantinopel
en krijgt daar onmiddellijk spijt van. Nestorius
namelijk verkondigt de mening dat de Heilige Maagd
niet de Moeder van God genoemd mag worden, omdat
Zij de mens Jezus heeft gebaard. Hij ontkent Christus
goddelijkheid niet, maar stelt dat deze twee personen
in zich verenigde en daarom niet tegelijkertijd
God en mens kon zijn.
De belangrijke patriarch Cyrillus van Alexandrië
maakt zich over die stelling zo boos dat hij Nestorius
tot ketter verklaart. De keizer grijpt daarom
in en roept in 431 in Efeze het Derde Oecumenische
Concilie bijeen om het pleit te beslechten. Deze
vergadering heeft een bijzonder ordeloos verloop
met veel ruzies en scheldpartijen. Ten leste wordt
vastgesteld dat Maria wel degelijk de Moeder Gods
is omdat Jezus zich als één persoon
heeft kenbaar gemaakt. Nestorius wordt uit zijn
ambt ontheven. In een reactie daarop houdt Nestorius
met zijn aanhangers een tegenconcilie in een naastgelegen
kerk en doet op zijn beurt Cyrillus in de ban.
Theodosius II toont weinig ruggengraat, erkent
beide concilies, en verklaart dat de twee bisschoppen
uit hun ambt ontheven zijn. Nestorius vertrekt
gedwee naar zijn verbanningsoord, maar de verontwaardigde
Cyrillus negeert s keizers beslissing en
keert, toegejuichd door Rome, naar Alexandrië
terug.
Na Cyrillus dood in 444 treedt een zekere
Eutychus op met de verkondiging dat Christus weliswaar
één persoon was, maar dat hij ook
slechts één natuur bezat, namelijk
de mens-geworden goddelijke natuur. Opnieuw ontstaat
commotie en sommige patriarchen verketteren Eutychus.
Ook de machtige paus Leo I (de Grote) verwerpt
Eutychus leer; volgens hem bezat Christus
niet één, maar twee naturen. De
keizer is het daarmee niet eens en roept maar
weer eens een synode bijeen, waarbij hij Rome
uitsluit van deelname. Deze keer is de sfeer zo
agressief dat sommige deelnemers zich tijdens
de zittingen met een lijfwacht omringen. Eutychus
wordt in het gelijk gesteld, tot verdriet van
paus Leo, die deze vergadering later betitelt
als de Roverssynode.
De regeringsperiode van Theodosius - een besluiteloze
keizer zonder veel gezag - is vooral ook in cultureel
opzicht van belang. De Agia Sofia werd herbouwd
en de eerste ikonen ontstonden, vooral als mozaïek.
Theodosius II vormde de hogeschool - die nog door
Constantijn de Grote was opgericht - om tot universiteit
en breidde ook de stad flink uit om de enorme
bevolkingsgroei op te kunnen vangen. De bijna
zes kilometer lange muur die hij ter verdediging
aan de landzijde rond de stad bouwde zou het duizend
jaar uithouden.
Als Theodosius II in 450 sterft, is er geen mannelijke
nazaat voor de opvolging beschikbaar. Zijn zuster
Pulcheria, die hij ooit tot keizerin had gekroond,
roept daarom maar haar minnaar Marcianus tot keizer
uit. De twee trouwen en als eerste daad roepen
ze het Vierde Oecumenische Concilie bijeen, dat
in 451 in Chalcedon wordt gehouden. Daar wordt
besloten dat Christus één persoon
was met twee naturen, zonder verdeling of scheiding,
zoals paus Leo de Grote al had aangegeven. Eutychus
(van de één-natuur-leer) en zijn
aanhangers - monofysieten genoemd - worden dus
in tweede instantie veroordeeld. Pas aan het eind
van het concilie, als alle beslissingen al zijn
genomen, arriveren de vertraging opgelopen afgevaardigden
van Armenië, Egypte en Syrië. Zij achten
zich niet aan de genomen besluiten gebonden en
verontwaardigd verklaren ze zich los van de Kerk.
Tot op de dag van vandaag kennen we bijgevolg
nog de monofysitische Kerken van de Armeniërs,
Syriërs, Maronieten, Kopten en Ethiopiërs.
Kerk en keizer
Na de dood van Marcianus in 457 treden na elkaar
twee onbelangrijke keizers aan, beiden Leo geheten,
tot in 474 Zeno de troon bestijgt. In Rome zijn
de heidense Goten aan de macht gekomen, waardoor
het burgelijk bestuur daar is verzwakt en het
gezag van de paus - als laatste houvast voor het
volk - enorm toegenomen. Het is een komen en gaan
van West-Romeinse keizers, tot in 476 de laatste
van hen - een kind nog - wordt afgezet en men
de keizerlijke insignia naar Constantinopel zendt.
Intussen brokkelt het rijk steeds verder af; bijna
het gehele noorden en westen van Europa was al
verloren gegaan. In de oostelijke provincies blijven
daarnaast de monofysieten actief en veroorzaken
opstanden die bloedig onderdrukt worden. Zeno
wil een einde maken aan de wanorde en verklaart
de uitspraken van Chalcedon ongeldig. De ketters
zijn hier content mee, maar de paus reageert furieus.
De keizer had zich tegen alle regels in over de
Kerk uitgesproken! Romes weerzin tegen de
goddelijke keizer groeit steeds meer.
Zenos weduwe, keizerin Ariadne, kiest in
491 zijn opvolger, de senator Anastasius. Ook
deze nieuwe keizer begunstigt de monofysieten,
hetgeen Rome doet besluiten voor de aanstelling
van een nieuwe paus niet eens meer toestemming
te vragen. Als Anastasius daartegen protesteert,
antwoordt paus Gelasius I hoogmoedig dat van de
beide machten die de wereld regeren - de paus
en de keizer - het priesterlijk gezag het hoogste
is, omdat priesters eerder God dan de vorst verantwoording
schuldig zijn.
Keizer
Justinus I, die na Anastasius komt, verzoent zich
met Rome, wat de monofysieten in het Oosten natuurlijk
weer in opstand brengt. Na hem treedt in 527 zijn
neef Justinianus I aan, die ernaar streeft de
glorie van Constantijn de Grotes rijk te
herstellen.
Justinianus is een voorvechter van de orthodoxie,
die kampt met het probleem dat zijn eigen vrouw,
Theodora, het monofysitisme aanhangt. Terwijl
de keizer de ketters bestrijdt, steunt de keizerin
hen waar zij kan. Justinianus zoekt naar een compromis
en vindt dat in de veroordeling van een drietal
invloedrijke anti-nestoriaanse geschriften - de
Drie Kapittels genoemd - waarmee hij de monofysieten
probeert voor zich te winnen. Paus Vigilius wil
wel met dit edict instemmen, maar eist dat de
uitspraak van de keizer door een concilie bekrachtigd
wordt. Daarop roept de keizer - in 553 - te Constantinopel
het Vijfde Oecumenische Concilie bijeen waarop
de Drie Kapittels en hun schrijvers in de ban
worden gedaan. Vigilius was echter niet op het
concilie verschenen en dus wordt - in een moeite
door - ook hij geëxcommuniceerd. De paus
kiest dan toch maar eieren voor zijn geld en redt
zijn positie door met de uitspraak van het concilie
in te stemmen.
Justinianus I overlijdt in 565. Zijn regeerperiode
wordt beschouwd als het hoogtepunt van de keizerlijke
macht over de Kerk. Het was de tijd waarin de
begrippen Byzantium en Byzantijnse kunst breed
ingang vonden. Constantinopel was een wereldstad
geworden met alle bijbehorende misstanden en ontucht,
maar ook vol glorie en rijkdom. Paleizen en ker-ken
waren versierd met kleurrijke mozaïeken;
de ikoonschil-derkunst bloeide en bereikte een
eerste hoogtepunt.
De Agia Sofia echter werd verwoest tijdens een
volksopstand. Justinianus liet daarop de kerk
herbouwen als koepelbasiliek, nog groter en fraaier
dan voorheen. Sinds 537 staat deze kerk, tegenwoordig
in gebruik als museum, nog altijd aan de oever
van de Bosporus.
Illustraties:
1 - Aan haardracht en baardvorm herkent men de
kerkvaders. Detail van een 15de eeuwse Russische
ikoon van (v.l.n.r.) Gregorius de Theoloog, Johannes
Chrysostomus, Basilius de Grote.
2 - Ook nu nog weerspiegelt het interieur van
de Agia Sofia de grandeur van Byzantium.
3 - Vroegst bekende ikoon (5de eeuw) van Christus
als Pantokrator. Het gelaat is plastisch geschilderd,
de achtergrond is realistisch.
4 - Mozaïek van keizer Justinianus I in de
San Vitale te Ravenna (6e eeuw).
|