|

|
Henk Roos
Sofja
Er zijn meer schilderijen waarin Repin oude ikonen
heeft verwerkt. Zo is er het indrukwekkende portret
van Sofja Alekseevna. Zij was de halfzuster van
Peter de Grote en regentes toen hij nog te jong
was om tsaar te zijn. Heftig verzette zij zich
tegen Peters ideeën over vergaande hervormingen
van de Russische samenleving. Zij vond daarbij
steun van het elitekorps van het Russische leger,
de zogenaamde streltsy. Peter zette haar
gevangen in het Novodevitsji klooster, waarna
haar aanhangers werden terechtgesteld. Voor de
muren van het klooster werden tegenover haar vertrek
de galgen van 230 streltsy neergezet. Voordat
Repin aan het schilderij begon onderzocht hij
nauwgezet de historische situatie van de tsarevna
en haar halfbroer. Hij bestudeerde de architectuur,
meubels, kostuums en natuurlijk de ikonen. Hij
ging zelfs zo ver, dat hij te voet een rondreis
maakte om in verschillende kloosters studies te
maken. Repin was hevig getroffen door het kloosterleven.
In 1878 gaf hij zn indrukken weer in het
schilderij De non. Zn schoonzus - Sofja
Alekseevna Repina - stond hiervoor model.
De volledige titel van het portret van de tsarevna
uit 1879 is Prinses Sofja Alekseevna op
de dag van de voltrekking van de doodstraf van
de streltsy en de marteling van al haar bedienden
in 1698, een jaar na haar opsluiting in het Novodevitsji
klooster. Repin heeft de prinses afgebeeld als
een wild dier, opgesloten in een kooi. Zij is
voorgoed van haar macht beroofd. Haar gelaat,
haar lichaamshouding, de benauwde ruimte van het
vertrek om haar heen en de flakkerende kaarsen
op de achtergrond verbeelden de tragiek van haar
lot. Door het raam zien we nog vaag één
van de gehangenen.
Sofja Alekseevna heeft haar persoonlijke ikonencollectie
meegenomen naar het klooster. Een aantal van die
ikonen is door Repin achter haar weergegeven.
Wellicht heeft u in 2002 de tentoonstelling Schittering
van de tsaren gezien in Museum Catharijneconvent.
Daar waren dertien van haar ikonen afkomstig uit
het Novodevitsji klooster te zien.
Repins Heiland
In 1882 verbleef Repin enige tijd op het landgoed
Abramtsevo bij Moskou. De rijke industrieel
Savva Mamontov en zijn vrouw verzamelden hier
een grote kunstenaarskring om zich heen. Deze
kring was gekant tegen de klassieke kunstacademie
van Sint-Petersburg. Mamontov is een van de eersten
die serieus geïnteresseerd is in Oud-Russische
kunst en wist ook Repin hiervoor te enthousiasmeren.
De groep rond Mamontov streefde naar een hervorming
van maatschappij en kunst, en wilde zich daarbij
laten inspireren door het grootse verleden van
Rusland. Mamontov liet op het terrein een groot
atelier bouwen en bovendien een kleine kerk, naar
middeleeuws voorbeeld. Repin en Vasnetsov schilderden
de ikonostase.
In
de documentairefilm Ilja Repin, schilder van de
Russische ziel van John Appel komt die ikonostase
in beeld. De camera neemt ons mee door het park
van Abramtsevo en een stevige Russin - dikke winterjas,
hoofddoek - loopt af op het kerkje, en opent met
de enorme sleutel de deur, die piepend opengaat.
Het is Irina Svetlova, de conciërge. Irina
gaat de kerk binnen, en slaat een kruis voor de
Christusikoon op de ikonostase. Het is een Mandulion
met een realistische uitstraling. Irina steekt
een kaars voor de ikoon aan en vertelt:
Ik werk hier al meer dan twintig jaar.
En gedurende al die jaren begint mijn werkdag
met het openen van de kerk. Als ik dan meteen
Repins Heiland zie, zeg ik bij mezelf: God
zegen ons, en dan begint mn werkdag.
Het belangrijkste van Repins ikoon zijn
de ogen. De ogen zijn immers de spiegel van de
ziel. En met die wijd geopende ogen geeft Repin
de essentie weer van de Christus zoals hij die
zich voorstelde. Hier bereikt hij de perfectie
in het weergeven van artistieke illusie. Je krijgt
het gevoel dat je voor een levende persoon staat.
Bij de oude Russische ikonen heb je dat niet,
die hebben een andere symbolentaal. Deze ikoon
maakt je soms bang. Hij laat niemand onverschillig.
Hij vestigt de blik op zich van iedereen die de
kerk binnentreedt. Hij eist de aandacht op. Hij
roept op tot contact. Bij gelovigen, maar ook
bij ongelovigen. Je zoekt er iets heel belangrijks
voor jezelf in, dat ook Repin zelf gezocht moet
hebben.
Arthur Ivanov brengt de gelaatstrekken van het
gelaat van deze Christus in verband met die van
de hoofdfiguur op De arrestatie van een propagandist
uit 1878. Misschien heeft Repin gebruik gemaakt
van hetzelfde model. De propagandist kijkt strak
naar de groep om hem heen, op zoek naar begrip.
De omstanders reageren met wantrouwen, angst,
medelijden en nieuwsgierigheid. Voor Repin was
de propagandist de belichaming van moed, eenzaamheid
en opofferingsgezindheid.
De arrestatie van Christus
Eind
2002 organiseerde het Gemeente Museum Den Haag
de tentoonstelling Kunst en religie in Rusland.
Er waren daar ook twee doeken van Repin te zien.
De arrestatie van Christus is een tamelijk onbekende
Repin. Dit kleine doek is eigenlijk meer een studie
dan een eindwerkstuk. De voorstelling is minder
concreet dan we van de schilder gewend zijn. De
figuren zijn in het nachtelijke tafereel slechts
vaag zichtbaar. Het donkerbruine kleurengamma
en het dramatische clair obscur van de fakkels
in de duisternis lijken verwant aan de door Repin
zo bewonderde Rembrandt. Judas wenkt de soldaten,
een andere discipel krimpt van angst ineen, maar
Christus, in het midden, treedt zijn beulen ongewoon
kalm tegemoet. Een parallel met
De arrestatie van een propagandist?
Nikolaas
In
1884 bezocht Repin zijn nicht, die non was in
het Nikolskojeklooster in de buurt van Charkov.
Bij die gelegenheid deed de moeder-overste hem
het verzoek om een ikoon te maken van Nikolaas
de Wonderdoener, de beschermheilige van het klooster.
Repin verdiepte zich daarop in het levensverhaal
van deze heilige, beschermheilige van reizigers,
kinderen en vele anderen, en patroonheilige van
Rusland en Amsterdam. Nikolaas wordt in Rusland
alom vereerd om de legendarische wonderen die
hij had verricht. Uiteindelijk besloot Repin in
1886 niet een ikoon te maken, maar begon hij aan
een realistische voorstelling op een groot doek
van 215 cm. hoog en 196 cm breed. Als voorstelling
koos hij de episode uit het leven van Nikolaas
waarin hij het voltrekken van de doodstraf een
halt toeroept: Nikolaas van Myra verleent
drie onschuldig veroordeelden kwijtschelding van
de doodstraf. Daarmee werd het voor Repin
niet zomaar een schilderij, maar ook een protest
tegen de doodstraf, zoals die in Rusland in die
tijd steeds vaker werd uitgevoerd. Zo is hier
de invloed merkbaar van Repins vriend Lev Tolstoj,
die een van de meest uitgesproken activisten tegen
de doodstraf was. Volgens de schrijver Jasinski
diende Tolstoj hier zelfs als prototype van de
heilige
Repin werkte het doek uit in zijn eigen realistische
stijl, en volgde dus niet de voor ikonen voorgeschreven
prototypen van de gestileerde Nikolaas-vita-ikonen.
Wanneer je het vergelijkt met de oude ikonen vallen
er ook overeenkomsten op: vrijwel dezelfde hoogte-breedte
verhouding van het beeldvlak, de figuurcompositie
die gedomineerd wordt door de centraal gestelde
veroordeelde, de beul en de heilige bisschop,
met de opvallende zwarte kruisen op zijn witte
omoforion. Maar Repin maakt er door zijn suggestieve
realisme een aangrijpend stuk drama van. In 1888
werd het doek pas voltooid. Gezien de kritische
inhoud van de voorstelling is het opvallend dat
het schilderij werd verworven door tsaar Alexander
III voor het door hem geplande museum voor Russische
kunst in St.-Petersburg. Het Nikolskojeklooster
moest het doen met een veel kleinere kopie. Twee
jaar later maakte Repin nog een replica voor het
museum in Kiev. Ook hier een overeenkomst met
ikonen
Ga weg achter mij Satan
Al
in 1888 kreeg Repin het idee om het thema van
de verzoeking van Christus in de woestijn ter
hand te nemen. Pas drie jaar later, toen hij 17
dagen op het landgoed van Tolstoj had doorgebracht,
begon hij daadwerkelijk te schilderen. Eén
van de voorstudies, Ga weg achter mij Satan
(Matth. 4,10), was te zien op de tentoonstelling
in Den Haag. Deze olieverfschets dateert uit 1895.
Repin had moeite met het onderwerp en vroeg Tolstoj
diverse malen om raad. In die jaren had de schilder
zich teruggetrokken uit de kunstenaarsgroep de
Peredvizjniki, en hij bevond zich in een
artistieke crisis. Er kwam in die jaren van verschillende
kanten nogal wat kritiek op de Peredvizjniki.
Zo schreef Dostojevski dat ze, in plaats van het
westelijke realisme na te apen, een hoger
realisme zoals in de ikonen moesten nastreven.
Alleen zo kon worden gebouwd aan een uniforme
Russische cultuur. Inderdaad behaalden de Peredvizjniki
in de salons van de grote steden grote
successen, maar op het platteland werden ze met
wantrouwen bejegend.
Als docent was Repin nauw betrokken bij onderwijshervormingen
op de Academie van St.-Petersburg. Hij stond open
voor nieuwe tendensen in de kunst, terwijl de
Peredvizjniki jonge kunstenaars uitsloten in hun
groep. Toch groeide er zoiets als een generatiekloof.
Repins leerling Vrubel bijvoorbeeld verliet na
een ruzie met zijn docent de academie en begon
met het schilderen van ikonen. Het zich beroepen
op ikonen en volkskunst, zoals de avant-gardisten
deden, lijkt op het eerste gezicht niet vooruitstrevend,
eerder reactionair. Maar ze deden dat niet zomaar.
Ze zetten zich af tegen de gevestigde cultuur.
De Russische avant-gardisten als Gontsjarova,
Malevitsj en Kandinsky ontwikkelden een nieuwe
beeldtaal geïnspireerd op de traditie van
de ikonen, die ze als hun moedertaal hadden geleerd.
Er was voor hen geen controverse tussen modernistische
kunst en religiositeit. De moderne dichter Bely
schreef in 1907 dat kunst geen betekenis
buiten het religieuze had.
Repins eigen experimenten met een nieuw soort
kunst zijn in Ga weg achter mij Satan duidelijk
te zien. Zelden naderde hij zo dicht aan het modernisme.
In 1898 bezoekt de schilder Palestina en Jeruzalem
om ter plekke onderzoek te doen voor een aantal
religieuze werken. Ook op die reis laat het thema
van de verzoeking van Christus hem nog steeds
niet los.
De laatste jaren
In 1899 koopt Repin het landgoed Penati bij het
Finse dorp Kuokkala. In 1903 vestigde hij zich
hier voorgoed. Een paar jaar later leerde hij
zich aan om met zn linkerhand te schilderen,
vanwege artrose in zijn rechterhand. In 1915 werd
Kuokkala een deel van onafhankelijk Finland. Repin
raakte daardoor enigszins geïsoleerd van
Rusland. Oorlog en revolutie gingen aan hem voorbij.
In
1924, kreeg hij ter gelegenheid van zijn 80ste
verjaardag een eervolle overzichts tentoonstelling
in Moskou.
Er groeide een officiële Repinverering in
de Sovjet-Unie. Op 29 september 1930 stierf Repin
op zesentachtigjarige leeftijd. Hij werd begraven
in het park van Penati.
Hoewel Repin vooral beroemd is geworden als portrettist
van de Russen van zijn tijd, heeft hij gedurende
zijn hele vruchtbare kunstenaarsloopbaan, tot
in zijn laatste levensjaren, christelijke themas
uitgebeeld.
Nog
een laatste voorbeeld: De jonge Christus in
de tempel (zwart wit schildering hierboven).
Dit is een gewassen inktschildering uit 1918/19.
De voorstelling is geïnspireerd op Lc 2,
46-50: Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn
met de dingen mijns Vaders? Dit bijbelse tafereel
vind je zelden terug in de beeldende kunst van
West-Europa. In het Oosten daarentegen kom je
de voorstelling tegen op een feestikoon. Op Midpinksteren,
de woensdag van de vierde week na Pasen, wordt
de ikoon Jezus in de tempel vereerd. Wanneer je
de ikoon vergelijkt met de interpretatie van Repin
valt ook hier weer op dat de inktschildering veel
dramatischer is: Repin legt het accent op de ontsteltenis
van de Moeder en op de gelaats uitdrukking van
de Zoon, die bezig is met de dingen zijns
Vaders. De dramatiek van Repin staat tegenover
de kalme, evenwichtige, emotieloze stilering van
de ikoon.
|