|

|
Henk
Roos
De rode vlag, de witte banier,
de scharlaken pluim, en de zilveren staf
heeft men ter hand genomen
om Igor, de zoon van Svyatoslav, te trotseren.
(Het lied van Igor’s leger)
En er was een teken van de zon…
Om de zon waren zes cirkels met elkaar verbonden.
Eén was er rood, één was
er groen, één was er geel, één
was er wit, en anderen met nog veel meer kleurschakeringen.
(Pskov Kroniek I, 6935 (1427)
Onlangs vond ik in een antiquariaat
een Russisch boek, dat in 1974 was verschenen
bij Uitgeverij Izobrazitelnoye Iskusstvo (=Beeldende
Kunst) in Moskou. Het boek is geschreven door
Michail Vladimirovitsj Alpatov (1902-1986), een
autoriteit op het gebied van Oud-Russische kunst.
Hij was lid van de Sovjet Academie van Beeldende
Kunsten. Zijn naam is ook bekend van de monumentale
uitgave over Theofanes de Griek die enkele jaren
later bij dezelfde staatsuitgeverij verscheen.
In het boek uit 1974 wijdt Alpatov een beschouwing
aan ‘Kleur in de Oud-Russische ikonenschilderkunst’.
De publicatie is om twee redenen bijzonder. Het
betreft ten eerste een analyse van beroemde oude
Russische ikonen, toegespitst op één
beeldaspect, namelijk kleur. Bovendien is het
bijzonder dat de tekst niet alleen in het Russisch
is, maar ook in het Engels. De inhoud van het
essay is nog steeds actueel voor mensen die oude
Russische ikonen willen beschouwen. Daarom hieronder
een Nederlandse vertaling.
Het is nog niet zo lang geleden dat je een oude
Russische ikoon kon herkennen aan het feit dat
de voorstelling bijna helemaal zwart was geworden.
Die zwartheid werd zelfs beschouwd als één
van de betrouwbaarste kenmerken. We weten nu inmiddels
beter: dit idee is fundamenteel onjuist. Het idee
is wel verklaarbaar, want de meeste vroege ikonen
waren bedekt met een eeuwenoude laag stof en roet.
Inmiddels zijn er door de inspanningen van moderne
restaurateurs veel oude ikonen ‘blootgelegd’:
de donkere lagen zijn verwijderd zodat de oorspronkelijke
kleuren en de schoonheid van de ikonen weer voor
de dag zijn gekomen. De moderne mens is zo onder
de indruk van deze gedaanteverwisseling van de
‘zwarte panelen’ in prachtige, schitterende
schilderijen, dat hij geneigd is deze transfiguratie
te beschouwen als de belangrijkste karakteristiek
van de legendarische poëtische kwaliteit
van de ikoon.
Bij de moderne kunstliefhebber, zelfs de meest
erudiete, mengt bewondering zich al gauw met een
enigszins neerbuigende houding ten opzichte van
de kleuren van de ikonen. Kleuren die de scheppers
ervan schijnen te hebben gebruikt met een simpele,
kinderlijke overdadigheid die geen volwassen kunstenaar
- Marc Chagall of Juan Miró misschien uitgezonderd
- ooit zouden durven beproeven. In z’n uitbundige
kleurgebruik doet de vroege Russische ikonenschilderkunst
soms denken aan Afrikaanse of Indiaanse rituele
maskers, levendig beschilderd en versierd met
veren van exotische vogels.
Wanneer je eerst naar het werk van negentiende-eeuwse
schilders zou kijken, zelfs van de schilders die
dapper vochten tegen de ‘zwartheid’,
en je bevindt je daarna in een tentoonstelling
van vroege Russische kunst, dan vallen je werkelijk
de schellen van de ogen. En je ervaart een onweerstaanbare
vreugde alsof je in het bos een open plek hebt
ontdekt, helemaal bedekt met een tapijt van bloemen.
En ofschoon het aantal onderwerpen in de ikonenschilderkunst
tamelijk beperkt is, voel je dat je ogen zich
openen naar de wereld – niet de alledaagse
wereld die ons omringt, maar de wereld met de
enorme verscheidenheid van kleuren in onze verbeelding.
Deze eerste indruk is heel natuurlijk en logisch.
De onvoorbereide beschouwer wordt erdoor overrompeld.
Zelfs indien de ikonen hem eigenlijk koud laten,
moet hij toch toegeven dat de kleuren hem betoveren.
Maar wanneer men de betekenis van de vroege ikonenschilderkunst
zou reduceren tot heldere, diepe, pure kleuren,
dan zou men de essentie ervan niet begrijpen.
Een ikoon is geenszins een primitief geverfde
kindertekening, of een opzichtig gekleurd masker.
Het is waarlijk grote kunst en daarom zou de moderne
mens het uiterste moeten vergen van z’n
intellect om de vroege Russische kleurenesthetica
te gaan begrijpen.
De schildertechniek van de ikoon is niet zo heel
ingewikkeld, maar heeft wel een hoge graad van
perfectie bereikt. De pigmenten werden aangemaakt
(‘getemperd’) met eigeel en aangebracht
op een gipsgrond. Het gaf de vroege meesters de
kans om ware ‘symfonieën van kleur’
te scheppen, van niet minder belang dan de post-renaissance
schilderkunst. De techniek maakte vele verflagen
mogelijk, vele nuances en halftonen. De temperatechniek
heeft z’n eigen typische voordelen boven
de olieverftechniek. De kleuren van de vroege
ikonen behouden hun oorspronkelijke kracht onder
de latere overschilderingen. Op de meeste ikonen
waarvan de overschilderingen zijn verwijderd zien
we dat de kleuren in dezelfde staat verkeren als
vele eeuwen geleden.
De oude voorbeeldboeken van de ikonenschilder,
de zogenaamde Podlinniki, vermelden de kleuren
die werden gebruikt op de ikonen uit het verre
verleden: oker, ‘bagor’, sankir, rode
oker, vermiljoen, ’prazelen’, indigo,
e.a. De handboeken geven ook recepten voor het
maken van verf, maar die technieken hebben door
de eeuwen heen geen essentiële veranderingen
ondergaan. De oude teksten zeggen nauwelijks iets
over het artistieke belang van de kleuren van
de vroege Russische ikonen. Blijkbaar was dat
niet nodig. De kleuren zelf waren veelzeggend
genoeg voor de geest en het hart, wat de schilder
ook te zeggen had. Terwijl we vandaag onze toevlucht
moeten nemen tot kritische analyse wanneer we
ons willen verdiepen in de essentie van de kleuren
van oude ikonen.
De Russische schilder uit het verre verleden wist
dat hij te maken had met een publiek dat zeer
gevoelig was voor kleur, dat zich in hoge mate
bewust was van elke kleurnuance, en dat in staat
was om in de kleuren alles te lezen wat er mee
gezegd kon worden. De vroege Russische dichtkunst
geeft ons er een idee van hoe goed de mensen in
die tijd kleuren konden waarnemen. In Het lied
van Igor’s leger schildert de dichter met
een royale penseel een kleurrijke wereld: de lucht
is vol van het blauwe licht, de rivier de Don
stuwt z’n blauwe wateren voort, ochtendrood
brandt aan de hemel, zwarte wolken pakken zich
onheilspellend samen. Terwijl de oude kroniekschrijvers
informatie optekenen over hemelse voortekenen,
ervaren ze angst, maar tegelijkertijd bewonderen
ze de kleuren van de cirkels en de zuilen die
aan de hemel worden waargenomen. De oude Russische
heldendichten staan vol met kleurige epitheta
(toevoegsels). De favoriete kleur is rood, door
de vroege Russische ikonenschilders beschouwd
als boven alle andere kleuren verheven. Het is
veelbetekenend dat het woord krasny (rood) later
de dubbele betekenis kreeg van zowel de kleur
rood als ‘mooi’. Voor een deel verklaart
dit de kleurige aanblik van de vroege ikoon.
Hoe belangrijk was kleur in de vroege Russische
ikonenschilder-kunst? Zoals de ikoon als geheel,
met alle thematiek en vormen, had de kleur in
een ikoon verscheidene betekenissen.
Representatieve betekenis
In
de eerste plaats de letterlijke representatieve
betekenis. De kleur stelde de schilders in staat
om dat wat op de ikoon was afgebeeld duidelijk
aan de kijker te presenteren en aldus het representatieve
belang te verhogen. De kleur is een toegevoegde
karakteristiek van de objecten, die helpt om in
de ikoon de mensen, dieren, bomen, bergen en gebouwen
te onderscheiden. In dit verband is de ikoon niet
anders dan post-renaissance schilderkunst. Maar
het verschil is, dat de ikonenschilderkunst niet
beoogt de authentieke, precieze kleuren van de
diverse objecten over te brengen of probeert mee
te delen hoe de waargenomen kleurenimpressie van
de objecten zou zijn geweest.
Voor de ikonenschilder was het voldoende dat de
kleur de beschouwer zou helpen het onderwerp te
herkennen: een donker kersenrode mantel verwees
naar de Maagd, een licht framboosrode mantel hoorde
bij de apostel Paulus, een okeren mantel bij de
apostel Pe-trus, helder rode mantels pasten bij
de Heiligen Georgios en Demetrios, terwijl de
felrode achtergrond van een ikoon verwees naar
de profeet Elia die levend ten hemel voer. En
hetzelfde heldere rood stond voor het eeuwige
vuur in de hel waar satan heerst over verdoemde
zondaren.
Tot op zekere hoogte is kleur het uiterlijke kenmerk
van individuele objecten van de reële en
de denkbeeldige wereld dat je het eerst opvalt.
Het is een teken van identificatie van de afgebeelde
objecten. We herkennen voorname kooplieden uit
Novgorod aan de rijk versierde goudbrokaten kleding
die ze dragen in de Novgorodse ikoon van de Heiligen
Boris, Gleb, en hun vader Vladimir.
We
kunnen er niet van uitgaan dat de schilders zich
altijd nauwgezet hielden aan de extra betekenis
van de kleur. Soms werden ze uitgedaagd om ervan
af te zien. Er zijn kleuren in ikonen die de dingen
echt reproduceren zoals ze in de wereld bestaan.
Er zijn ook kleuren die nergens anders bestaan
en die het onderwerp onherkenbaar maken, doch
niet minder mooi. De sneeuwwitte kerken zijn precies
als de kerken die tot op de dag van vandaag te
zien zijn aan de oevers van de Volchov in Novgorod,
maar de bonte gebouwen hebben nooit ergens gestaan.
Hier hebben we te maken met toverachtige wonderbaarlijke
kleurschakeringen, de kleuren van de onzichtbare
stad Kitezh (Kitezh was een stad die volgens de
legende ooit heeft bestaan in de buurt van het
huidige Gorky, maar die na de inval van de Tartaren
is verzwolgen door het meer). En deze gloeiende
kleuren kunnen op allerlei objecten worden gebruikt:
bonte klassieke mantels en chitons, violette heuvels,
blauwe en roze paarden. In deze sprookjesachtige
wereld is niets vreemd in de helderrode cherubijnen,
in het rode kaarslicht, de lichtblauwe straling
en het sneeuwwitte gewaad van Christus dat straalt
op de kleren van de apostelen, wanneer Christus
verschijnt op de berg Thabor. In de wereld van
de ikonen is alles mogelijk. Deze wereld verblijdt
het hart met z’n gevoel voor vrijheid.
P. Muratov veronderstelde dat de vroege ikonenschilders
in hun composities getrouw de canonieke voorbeelden
volgden, maar dat ze zich creatieve vrijheden
veroorloofden zodra ze het penseel opnamen om
de kleuren aan te brengen. Dat is niet helemaal
waar, want de voorbeelden dicteerden zowel het
lineaire ontwerp als de kleuren, maar er waren
wel mogelijkheden om de canon te variëren
en te interpreteren. In ieder geval speelden de
kleuren hun rol in de interpretatie van de traditionele
thematiek in de compositie van de schilder.
De moderne mens ontkomt niet aan de vraag welke
relatie er bestond tussen de kleuren in de vroege
Russische ikonen en de echte wereld die de mens
toen omringde. In het verleden hebben auteurs
deze vraag als volgt geformuleerd: in hoeverre
was de vroege Russische schilder in staat de kleuren
die hij om zich heen waarnam over te brengen?
Hij moet zich bewust zijn geweest van zijn visuele
indrukken. V. Sjtsjepkin beweerde dat de heldere
kleuren in de school van Novgorod de vlammende
zomerse zonsondergangen van Noord-Rusland weergeven.
Vele auteurs volgden Y. Olsufiev en beschouwden
het kleurengamma van Roebljev’s Triniteit
als kleuren van een zomerdag in centraal Rusland,
de blauwe korenbloemen, het lieflijke groen van
jonge haver en het goud van de rijpende rogge.
D. Onasch ging zelfs nog verder en nam aan dat
Roebljov z’n ikonen in de open lucht geschilderd
zou hebben – een wild en onmogelijk idee.
Al deze poëtische verwijzingen in ikonen
naar verschijnselen in de natuur tillen een tipje
van de sluier op die het mysterie van het werk
van de ikonenschilder verhult. Het belang ervan
moet echter niet worden overdreven. Het zijn niet
meer dan vage associaties. Het is veelbetekenend
dat de Russische taal te leen gaat in de wereld
van de natuur om allerlei tinten rood te onderscheiden:
kers, framboos, veenbes. Maar in de kunst, en
in het bijzonder in de schilderkunst, werd het
representatieve karakter van de kleur altijd gematigd
door een streven naar pure kleur.
Spirituele betekenis
Bijgevolg
is de representatieve, figuratieve, identificerende
rol van de kleur weliswaar de eerste, maar niet
de belangrijkste functie, integendeel. De tweede
betekenis van kleur kan worden aangeduid als de
morele of spirituele betekenis. Hier komt de theologische
basis van de ikonenschilderkunst op de voorgrond.
Inderdaad, in zijn tijd sprak Pseudo-Dionysios
de Areopagiet over de symbolische betekenis van
de diverse kleuren: rood verwees naar het bloed
van de martelaren, hij noemde het de meest actieve
kleur; blauw, de kleur van de hemel, een contemplatieve
kleur; groen, als een expressie van jeugd en leven;
wit, een attribuut van het ‘goddelijke licht’,
en zwart, de ‘kleur’ van de dood,
van de pikdonkere hel. Hij beweerde dat geleerden
in de afzonderlijke kleuren hun ‘tweede
betekenis’ konden waarnemen, maar deze doctrine
vertegenwoordigde geen compleet en consistent
systeem. Rood duidde – niet verwonderlijk
– niet slechts op het bloed van de martelaren,
maar ook op het vuur van het geloof. De these
van Pseudo-Dionysios de Areopagiet werd geen verplicht
dogma. Lang niet alle vroege Russische schilders
kenden hem en lieten zich door hem leiden.
De morele betekenis van de kleur in ikonen was
grotendeels het resultaat van de creativiteit
van de verschillende scholen en meesters. De betekenis
beperkte zich niet tot de afzonderlijke kleuren,
maar kwam ook voort uit de wisselwerking tussen
de kleuren en uit de context waarin de kunstenaar
de kleur toepaste. Er is geen enkele reden om
de creatieve mogelijkheden van de vroege Russische
schilders te onderschatten of om ze te beschouwen
als blinde uitvoerders van theologische instructies.
De
verzadigde kleuren in de ikonen werden verstaan
als een uitdrukking van de bevrijding uit de duisternis,
uit de kleurloosheid, uit de hopeloosheid; ze
werden beschouwd als het verheven doel waar iedere
godvrezende ziel naar streefde. Maar het was niet
zo gemakkelijk om dit doel te bereiken. In De
Ontslaping van de Moeder Gods van de Don drukken
de gezichten van de apostelen een diepe droefheid
uit. Ze bewijzen haar de laatste eer, ze huilen
en snikken en, hierin overeenstemmend, zijn de
kleuren van de ikoon onverzadigd, donker en droefgeestig;
de wolk achter Christus is donkerblauw, en zelfs
de rode serafijn boven het hoofd van Christus
is niet in staat om de somberheid te verdrijven.
In de Russische versie van de Ontslaping wordt
de scene van het rouwen meer een daad van aanbidding
en geestvervoering van de Maagd, en daarmee harmoniërend
straalt de ikoon meer licht en vrede uit. En een
lieflijk lichtblauw overstroomt de hele ikoon
met licht en transparantie.
Illustraties:
Eerste afbeelding: De Heiligen Vladimir, Boris
en Gleb. 15e eeuw. Novgorod. 33,5x29 cm. Coll.
P.D.Korin
Tweede afbeelding: Sint Joris en de draak. Detail.
Vroeg 16e eeuw. Rostov-Suzdal school. 75x55 cm.
Tretjakovgalerie, Moskou.
Derde afbeelding: Theofanes de Griek: De Transfiguratie.
Detail. Vroeg 15e eeuw. 184x134 cm. Tretjakovgalerie
Vierde afbeelding: De Ontslaping. Detail. Eerste
kwart 15e eeuw. 113x88 cm. Tretjakovgalerie.
|