|

|
Michail
Vladimirovitsj Alpatov - vertaling: Henk Roos
Kleuren in ikonen geven niet
alleen uitdrukking aan de emoties van de mens:
vreugde of verdriet, vrede of opwinding –
ze geven vooral uitdrukking aan de spirituele
verheffing van de mens. Er is niets vreemder aan
de vroege Russische ikonenschilderkunst dan de
ingeto-gen kleuren in het verfijnde pianissimo,
zoals we dat vinden in Chinese zijdeschilderingen
of bij sommige romantische schilders in de negentiende
eeuw. Met haar heldere wolkenloze kleuren inspireerde
de ikonenschilderkunst de mens met een morele
kracht, sterkte zijn geloof, en bezielde hem met
een opgewekte geest. De ikonenschilderkunst was
als het geluid van een trompet, die in de harten
een spiritueel vuur doet ontbranden. Daarbij ging
ze nooit zo ver dat ze de mens uit evenwicht bracht,
dat ze razernij opwekte. Met haar kleuren bevredigde
ze de menselijke behoefte aan evenwicht en spirituele
harmonie. Zoals een koor van vrouwenstemmen opstijgt
naar het gewelf, gaven de kleuren in de ikonenschilderkunst
de mens het idee dat hij de zuiverheid van gevoel
zou kunnen bereiken die men in die tijd ‘engelachtig’
noemde.
Met haar kleuren kwam de vroege Russische ikonenschilderkunst
tegemoet aan de behoefte aan morele vorming, net
zoals de levensbeschrijvingen van heiligen en
de poëmen over de daden van dappere helden.
In feite kan zelfs de mens van vandaag een spirituele
zuivering ervaren wanneer hij oog in oog komt
te staan met de kleuren van de ikonen van Roebljev,
Dionysios en de meesters van Novgorod, dezelfde
zuivering die de oude Grieken verwachtten van
hun tragedies. Met al deze kwaliteiten richten
de kleuren van de oude Russische ikonen zich tot
de mens.
De hemelse tuin
Maar er is nog een – zelfs nog meer verheven
– betekenis in de kleuren van de vroege
ikonen. Onafhankelijk van het onderwerp, onafhankelijk
van de gevoelens die ze uitdrukten of opriepen,
behelzen ze een unieke entiteit in elke ikoon,
een entiteit die, hoewel zonder direct verband
met de mens en zijn indrukken, toch van zeer veel
waarde voor hem was. Die hem betoverde en die
hem het binnenste van de zin van het leven openbaarde.
Onafhankelijk van wat ze om zich heen zagen, somtijds
zelfs desondanks, schiepen de vroege meesters
in hun werk een harmonieuze, samenhangende wereld
van kleuren.
De moderne mens is geneigd om deze kwaliteit aan
te duiden met het begrip ‘decoratie’
en het goed te keuren – juist omdat deze
kwaliteit in de schilderkunst van de negentiende
eeuw zo vaak ontbreekt. Maar het Latijnse woord
decorum heeft in z’n oorspronkelijke betekenis
- namelijk ‘juist, gepast of deugdzaam’
– weinig gemeen met hetgeen inherent is
aan ikonen. Om deze kwaliteit te definiëren
dient er eerst op te worden gewezen dat iedere
ikoon, met welke voorstelling dan ook, de staat
van gelukzaligheid aan het licht brengt van het
contemporaine idee van het paradijs, van de menselijke
onschuld en vroomheid, van de harmonie tussen
de mens en alle andere schepselen, van de hemelse
tuin met z’n vele groene open ruimte en
overvloed aan schitterende bloemen. “Daar
is een prachtig en stralend veld met gras en bloemen”,
zoals de beschrijving van het paradijs in een
oude Russische tekst luidt.
Onafhankelijk van de voorstelling - een vreugdevolle
of droevige gebeurtenis - is het altijd heel duidelijk
dat de schilder in de keuze van de kleuren en
in de compositie van de kleuren over het hele
paneel probeerde een harmonieus geheel te scheppen,
waarin de kleuren elkaar aanvulden, waarin ze
vriendelijk tegenover elkaar waren. Daardoor lijkt
het wel dat we de kleuren in de ikonen blij kunnen
horen luiden. De kleuren harmoniëren met
elkaar als bloemen in een mooi boeket; ze geven
leven aan het oppervlak van het paneel, en ze
leggen daarbij vaak de nadruk op het middengedeelte
als de schitterendste, lichtste plek. Wanneer
er een evenwicht wordt bereikt tussen koude en
warme kleuren, voelt het oog van de beschouwer
zich aangenaam in rust, hij heeft het gevoel dat
hij zich bevindt in een consequent geordende wereld.
Eén van de meest verheven taken van de
Russische ikonenschilderkunst was het scheppen
van een stralende symfonie van zuivere, ongemengde
kleuren, door niets van glans beroofd. Schilders
weten hoe moeilijk het is om slechts de zuivere
kleuren van het spectrum te gebruiken en toch
een opzichtig bont effect te vermijden. Maar dat
was nu juist het doel waar de vroege Russische
meesters volhardend naar streefden en het doel
dat ze ook daadwerkelijk hebben bereikt. Zuivere
kleuren geven het oog niet alleen een opperste
kleurensensatie. Ze doen ons geloven dat hetgeen
we zien niet van deze wereld is, dat er een droomwereld
wordt opgeroepen die slechts kan worden bereikt
door verheven bespiegelingen.
Vermiljoen
Op
de noordelijke ikoon van De profeet Elia en de
vurige wagen is een vuurrode cirkel afgebeeld
– de kwintessens van het idee van het hemelse
vuur, van verheven sferen van het bestaan, en
tegelijkertijd is deze rode schijf zeer tastbaar,
zeer materieel. Het is niet verrassend dat Elisa
z’n knie erop kan laten rusten.
In ikonen met een nog meer verheven en poëtisch
karakter, zoals de Kruisafneming en de Graflegging,
uit de Ostroukhov collectie, vinden we eveneens
zuivere sterke kleuren – vermiljoen, diep
kersenrood en groen, nog spiritueler van karakter.
[*Noot vertaler: vermiljoen, ook wel cinnaber,
was reeds in het oude China en Egypte bekend.
Het natuurlijke bergvermiljoen werd in bepaalde
leisteensoorten aangetroffen. In de Romeinse tijd
vond de vermiljoenwinning plaats in de oorspronkelijk
Carthaagse mijnen rond Almaden (in Spanje). Sinds
1785 wordt vermiljoen – kwiksulfide –
fabrieksmatig vervaardigd. Vermiljoen heeft een
uitstekend dekvermogen en zijn kleurkracht is
goed, maar het nadeel is dat de lichtechtheid
slecht is. Het heeft de neiging zwart te worden.
Om verkleuring te voorkomen werd het soms bestreken
met een glacis van kraplak, waardoor het vuriger
werd. Tegenwoordig wordt vermiljoen vaak vervangen
door het lichtechte cadmiumrood.] Alle objecten
onttrekken zich aan het spel van licht en donker,
er worden geen delen sterk belicht, alles wordt
zo belicht dat de ware natuur kan worden geopenbaard.
In Roebljov’s Drie-eenheid lijkt het azuurblauw
van de mantel van de middelste engel de natuur
van de hemelse zuiverheid uit te drukken die ook
uitstraalt uit zijn gracieuze gestalte. Wellicht
was het deze ‘basiskleur’ waarnaar
werd verwezen in het oude Russische Verhaal van
het Aards Paradijs waarin wordt verteld over een
eiland midden in de oceaan met een Deësis
geschilderd in een ‘wonderschoon azuurblauw’.
De
kleurverzadiging van vroege Russische ikonen is
in het verleden wel vergeleken met email of glazuur.
Maar zo’n vergelijking gaat slechts ten
dele op. De oude Russische meesters beschouwden
het als hun belangrijkste doel het dikke, tastbare
materiaal van de verf te transformeren in pure
kleur; de bevrijding van de kleur van het ‘vlees’,
om zo de spirituele kracht vrij te laten komen.
De totale structuur van de kleuren in de Russische
ikonen is meestal zo rijk en intens dat zelfs
zwart en wit – net zo als vermiljoen en
azuurblauw - worden waargenomen als kleuren.
De oude meesters kwamen soms zeer dichtbij het
ideaal van de ‘zuivere schilderkunst’
– deze droom van coloristen van de laatste
tijd. De kleuren in de ikonen betekenden slechts
wat het is in de realiteit. De schilder probeerde
de kleur niet te dwingen meer te doen dan wat
van nature mogelijk was. Er was geen streven,
geen dwang, geen geforceerde interpretatie. De
kleuren spreken zo helder, stralend en krachtig
als maar enigszins mogelijk is. Ze zijn gelijk,
en getrouw aan zichzelf. In de ikonenschilderkunst
triomfeert de ware aard van de kleuren.
Ikonen doen zich aan het menselijk oog niet slechts
voor als een kleurenspektakel. Vanwege haar gloeiende
kleuren kan een ikoon deel gaan uitmaken van de
materiële wereld en die verrijken. Een ikoon
van de Heiland die op een lange paal werd meegedragen
in een strijdend leger kon men altijd onderscheiden
tussen de heldere kleuren van het landschap, zelfs
tegen de achtergrond van de blauwe lucht staken
de kleuren nog fel af. Tijdgenoten maakten al
steeds melding van ikonen die in een ruimte gebracht
werden en die daar alles als helder zonlicht deden
oplichten. In het halfduister van oude kerken
lichtten de ikonen op als zonnestralen door een
nauwe vensteropening.
In de vroege ikonenschilderkunst zijn de kleuren
altijd meer verzadigd en sprekender dan de ietwat
bleke kleuren van de fresco’s. De nabijheid
van ikonen en fresco’s vertegenwoordigde
als het ware twee niveaus van realiteit: de fresco’s
omgaven de mens aan alle kanten, ze waren meer
dan levensgroot, maar ze bleven op afstand en
in zekere zin gingen ze op in de achtergrond.
Ikonen, weliswaar kleiner, traden veel meer op
de voorgrond door de hoge verzadiging van de diepe
temperakleuren. Zelfs de nog kleinere analogion-ikonen,
die je gemakkelijk in de hand kon nemen, kwamen
goed tot hun recht in het kerkinterieur. Gelijk
een magische kristal hielp de ikoon mensen oog
te hebben voor de ware aard der dingen.
Hetgeen gewoonlijk wordt beschouwd als het kleurengamma
van de vroege Russische ikonenschilderkunst in
z’n puurste en meest perfecte vorm ontstond
ongeveer tussen het midden van de veertiende en
het midden van de zestiende eeuw. Dit kleurengamma
is een historisch verschijnsel met een begin,
een hoogtepunt en een einde. Een studie van de
ontwikkeling van het kleurengamma in de vroege
Russische ikonenschilderkunst verschaft ons meer
begrip van de wetmatigheden ervan en ook van de
bedoelingen van de oude Russische meesters.
Twaalfde en dertiende
eeuw
De
oudste Russische ikonen uit de twaalfde en dertiende
eeuw staan wat de kleuren betreft dicht bij de
traditie van de Byzantijnse ikonenschilderkunst
en mozaïeken.
Gedurende een lange periode volgden de Russische
kunstenaars ijverig hun Griekse leermeesters en
van hen leerden ze de grondbeginselen van de schilderkunst.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de kleuren
van de Moeder Gods van Vladimir uit de twaalfde
eeuw nog heel levendig het karakter van de Fayoum-portretten
uit de eerste eeuw van onze jaartelling bewaard
is gebleven.
Voor de Byzantijnen was de ikoon een portret van
een mens in levende lijve verlicht door de straling
van hemelse genade. Een bewustzijn van hun zondigheid,
een bereidheid om zich te wenden tot ascese leidde
tot een geest van melancholie en mistroostigheid,
en deze mentaliteit is terug te zien in de opvallend
onverzadigde kleuren – purper, donker blauw,
donker groen en aardebruin.
Over
de zware kleuren werden lichtere tonen en oplichtingen
aangebracht, maar zelfs daar waar een zeldzame
briljante kleur is aangebracht mochten ze nooit
de overhand nemen, en verspreidden ze zich nooit
over het hele oppervlak van het paneel. Meestal
werd zo’n kleur alleen gebruikt als ondergrond
voor een dicht netwerk van goud-assist. De reflectie
van het goud werkt ‘spiritualiserend’,
het moest de kleuren vergeestelijken, het spel
der kleuren versterken. Het royaal gebruik van
goud is een typisch kenmerk van de Byzantijnse
ikonenschilderkunst. Hieruit blijkt niet alleen
een voorliefde voor pracht en praal maar ook een
behoefte om de stoffelijke materie van de kleur
te overtreffen met een mysterieuze glinstering.
Reeds in de twaalfde eeuw voegden de Russische
kunstenaars pure kleuren toe aan het gedempte
Byzantijnse palet. Het rode brokaat van het gewaad
op de ikoon van Aartsengel Michael uit Jaroslavl
suggereert een uitstraling van een warme gloed,
die ook terugkomt in de gloed op de wangen van
de aartsengel. In de dertiende en veertiende eeuw
valt het element van de puur gebruikte kleur op
in de ‘ikonenprimitieven’, vooral
het heldere vermiljoenrood. De Byzantijnen moeten
dit als barbarisme hebben beschouwd. De wereld
van de Byzantijnse ikonen is gehuld in een mysterieuze
schemering en zelfs het glanzende goud is niet
bij machte de schemering te verlichten. Op de
Russische ikonen met een rode achtergrond worden
de heiligenfiguren bijna tastbaar. In Novgorod
gebruikte men de kleuren recht voor z’n
raap, bijna grof. Op de ikonen uit Moskou en centraal
Rusland is er een grotere variatie in tonen. In
ieder geval komt de Russische ikoon naar voren
uit de alles doordringende somberheid en treedt
binnen in de heldere aardse wereld. En tegelijkertijd
verwerft ze het talent om het menselijke bestaan
te verlichten met vreugde.
Kleur werd niet alleen gebruikt als beeldend middel
om een voorstelling te scheppen; kleuren werden
ook gebruikt om te ‘beschilderen’,
om het paneel van een ikoon of triptiek te decoreren,
zoals later ook boerengebruiksvoorwerpen werden
versierd.
(wordt vervolgd)
Illustraties:
De profeet Elia en de vurige wagen, met scènes
uit zijn leven. Detail: centrale voorstelling.
16e eeuw. 124x107 cm. Tretja-kovgalerie]
Graflegging. Detail. Laatste kwart 15e eeuw. 91x62
cm. Tretjakovgalerie]
Ontslapen van de Moeder Gods. Detail. 12e eeuw.
Novgorod. Herkomst: Kerk van de Ontslaping van
het Desjatinnyklooster bij Novgorod. 155x128 Tretjakovgalerie]
Aartsengel Michaël, omstreeks 1300. Rostov-Suzdalschool.
Herkomst: Spasskyklooster in Jaroslavl. 154x90
cm. Tretjakov-galerie]
|