|

|
Frans
van der Avert (Joeri Piatnitsky)
Voorjaar
2006 was er in de Amsterdamse Hermitage een expositie
van Pelgrimsschatten uit Byzantium-Jeruzalem.
Hieronder een inleiding door Joeri Piatnitsky,
conservator van de Byzantijnse collectie van de
Hermitage in Sint-Petersburg. Het artikel is bewerkt
door Frans van der Avert.
Achtergrond
Drie gebeurtenissen in de 4de eeuw na Chr. hadden
een bepalende invloed op de loop van de wereldgeschiedenis.
Vanaf 313 mochten christenen in het rijk van Konstantijn
de Grote (306–337) hun geloof vrij praktiseren.
Dertien jaar later, in 327, vond zijn moeder Helena
het ‘Ware Kruis’ op de berg Golgotha.
In 330 ten slotte vestigde keizer Konstantijn
het centrum van zijn enorme rijk in een nieuwe
stad aan de Bosporus: Konstantinopel. In 395 werd
dit Romeinse Rijk in tweeën gedeeld. Het
oostelijke gedeelte, dat zich in zijn grootste
bloeiperiode zou uitstrekken over gedeeltes van
Europa, Azië en Afrika, werd bekend als Byzantium.
Elf eeuwen lang, tussen het eind van de 4de eeuw
en 1453, was Byzantium het centrum van de wereld
én een brug tussen Oost en West. Het rijk
absorbeerde het beste van andere en eerdere culturen:
de magnifieke luxe van het Oosten, de wijsheid
van oude beschavingen, de perfectie van de Grieken,
het individualisme van de Romeinen en de moed
van de ‘Barbaren’. Zo ontstond die
grote Byzantijnse cultuur die zijn weerga niet
kende.
De stuwende kracht achter de Byzantijnse cultuur
was het christendom. Alles werd uit de kast getrokken
om de glorie van de Schepper te vieren: imposante
kerkgebouwen, schitterende muurschilderingen,
overdadige voorwerpen gemaakt van goud, email,
zilver, kostbare stenen en ook beschilderde ikonen.
Tijdens de liturgie klonk de mooiste muziek en
werden de kerken verlicht door honderden kandelaars
en ikoonlampen, terwijl een zoete geur van wierook
en parfum in de lucht hing. Niet voor niets roemde
een Russische ambassadeur de diensten in de Hagia
Sofia in Konstantinopel: ‘De engelen dalen
neer uit de hemel en leiden de dienst naast de
priesters’.
De theologische strijd tussen de paus van Rome
en de Byzantijnse patriarch van Konstantinopel
leidde tot het schisma in 1054: de westerse rooms-katholieke
kerk met Rome als hoofdstad scheidde zich af van
de oosterse ‘Byzantijnse’ orthodoxe
kerk met Konstantinopel als centrum. In 1453 werd
Konstantinopel veroverd door de islamitische Ottomanen
(Turken) en daarmee kwam het Byzantijnse rijk
ten val. Konstantinopel werd hernoemd tot Istanbul.
Op weg naar het
Heilige Land
Het Heilige Land heeft altijd de belangstelling
van christenen gehad, het was immers het toneel
van alle gebeurtenissen van het Oude en Nieuwe
Testament. De eerste hausse van pelgrimages naar
het Heilige Land begon na de ontdekking van het
‘Ware Kruis’ door de heilige Helena,
de moeder van Konstantijn. Deze vondst en de identificatie
van belangrijke bijbelse locaties in Jeruzalem
en Palestina leidden daar tot een golf van bouwactiviteiten.
De imposante kerken met hun mozaïeken en
ornamenten van zilver en goud betoverden de eerste
pelgrims. Deze eerste bloeiperiode werd ruw onderbroken
door de verovering van Jeruzalem in 614 door de
Arabieren. De daaropvolgende eeuwen ging het Heilige
Land gebukt onder een wisseling van machthebbers.
De pelgrims uit Byzantium en westelijk Europa
lieten zich niet uit het veld slaan en bleven
het land bezoeken. Dit veranderde in het begin
van de 9de eeuw: lastig gevallen door islamitische
groepen kregen de christenen het steeds moeilijker
en vele heilige plaatsen en gebouwen werden verwoest.
In de 11de eeuw veroverden de Turken Palestina.
Dit vormde de aanleiding tot de kruistochten,
die tot doel hadden Jeruzalem te bevrijden van
de islamitische overheersers. Na de kruistochten
bleef Palestina een land waar vele geloven vochten
om hun heilige plaatsen: joden, orthodoxe christenen
zoals de Grieken, Kopten, Syriërs, Armeniërs
en ten slotte de rooms-katholieke christenen:
allemaal vormden ze kleine gemeenschappen en probeerden
ze de heilige plaatsen en voorwerpen voor zichzelf
te bewaren. Aan deze instabiele situatie kwam
pas een einde toen er in de 19de eeuw een overeenkomst
werd opgesteld die voorzag in een erkenning van
de rechten van alle geloofsrichtingen in Jeruzalem.
Deze korte historische schets toont het rijke
maar complexe lot van het Heilige Land. De smeltkroes
van volkeren, geloven en tradities leverde een
unieke beeldtaal op die wij nu kennen als de kunst
van het Heilige Land.
Kunst uit het Heilige
Land
Was de geschiedenis van het leven van Jezus de
inspiratie voor de kunst en de christelijke ikonografie,
de grote katalysator ervan waren de pelgrimstochten
naar de heilige plaatsen waar het leven en lijden
van Jezus Christus en ook van Maria en de apostelen
zich had afgespeeld. Ook zagen de christenen de
pelgrimstocht als de culminatie van het pad naar
een zondeloos leven en hemelse redding. Zowel
vanuit de Latijnse als de Byzantijnse wereld stroomden
de pelgrims dan ook toe. Als aandenken aan hun
indrukwekkende ervaringen in het Heilige Land
wilden ze iets meenemen naar huis. De eerste pelgrimssouvenirs
waren tastbare overblijfselen van heilige plaatsen
en voorwerpen: heilig water, zand, stuifmeel,
gedroogde bloemen of kruizen en ikonen die gewijd
waren op een heilige plaats. De pelgrimstochten
ontwikkelden zich tussen de 4de en 7de eeuw tot
een massabeweging. Routes werden aangelegd waarlangs
nieuwe heilige plaatsen en gebouwen werden gesticht.
In de 11de eeuw was de pelgrimage tot volle wasdom
gekomen. De meegenomen aandenkens werden in kerken
bewaard. Ook in Rusland bouwden de toenmalige
heersers kloosters en kerken om de aandenkens
van het Heilige Land te bewaren. Geen beter geschenk
aan de tsaar dan een heilig reliek, kruis of ikoon,
meldden orthodoxe geestelijken.
De
kunst van het Heilige Land weerspiegelt ook de
politieke omstandigheden en is daarom onder te
verdelen in een aantal belangrijke periodes. Tussen
de 4de en de 13de eeuw is de ikonografie puur
christelijk, binnen de tradities van de Byzantijnse
kunst. Tijdens de opmars van de Turkse bevolkingsgroepen
tussen de 13de en 17de eeuw ontstaat in de christelijke
kunst een vermenging met de islamitische ikonografie.
Vanaf de 17de eeuw ten slotte ontspringt in de
zogenaamde Melkietenrenaissance (Melkieten waren
Arabisch sprekenden orthodoxe christenen uit Syrië,
Palestina en Egypte) een bijzondere vorm van christelijke
kunst: voorwerpen, gekenmerkt door verfijnd snijwerk
in hout en parelmoer vormen de hoogtepunten van
de kunst uit deze periode.
In het algemeen is de orthodoxe pelgrimskunst
onder te verdelen in drie belangrijke objectgroepen:
het kruis, het goddelijk licht en relieken.
Het kruis
Het kruis symboliseert de overwinning van het
christelijke geloof. Het offer van de zoon van
God maakte het kruis tot hét symbool van
de hoogste onderscheiding en glorie, het teken
van verlossing en eeuwig leven. In de kunst van
het Heilige Land werd het kruis een van de belangrijkste
symbolen. Er waren grote processie- en altaarkruizen.
Het kruis is daarnaast zichtbaar op vele voorwerpen,
zowel uit de liturgische wereld als uit de wereld
van alledag: op broodstempels, borstsieraden,
amuletten en ringen. Van al deze soorten objecten
zijn op de tentoonstelling in Amsterdam prachtige
voorbeelden te zien. Bijzonder zijn de houten
kruizen uit de 17de en de 18de eeuw die door hun
verfijnd snijwerk gemaakt lijken te zijn van houten
kantwerk. Overblijfselen van het kruis behoren
tot de belangrijkste relieken. Ze zijn dan ook
verwerkt in prachtig bewerkte reliekhouders, waarvan
er enkele te zien zijn op de tentoonstelling,
zoals de reliekhouder uit 1834, een kostbaar geschenk
van de patriarch van Jeruzalem aan de Russische
tsaar Nikolaas I.
Het goddelijk licht
Het goddelijk licht symboliseert de christelijke
doctrine. Het verlicht de weg naar het eeuwig
leven en hemels geluk. De kerken werden dan ook
verlicht met tientallen olielampen. Op de tentoonstelling
zijn vele bijzondere olielampen te zien, en ook
prachtige wierookbranders en andere liturgische
voorwerpen.
Relieken
Relieken zijn tastbare overblijfselen van heilige
plaatsen en fysieke resten van heiligen. Ze vertegenwoordigen
de feitelijkheid van het leven van Jezus op aarde
en getuigen van het grenzeloze en rotsvaste geloof
van de uitverkorenen. De heilige Simeon schreef
in de 15de eeuw dat als de heilige martelaren
het fundament van de kerk zijn, hun overblijfselen
dan ook onder het altaar bewaard dienden te worden.
Deze overblijfselen werden bewaard in rijk bewerkte
reliekhouders. Daarnaast werden relieken verwerkt
in beschilderde medaillons die meer als persoonlijk
sieraad dienden. Op de tentoonstelling is een
uiterst zeldzaam voorbeeld hiervan te zien: een
7de-eeuws beschilderd medaillon van goud, gevonden
op de Krim.
Kleine ikonen, meegenomen uit het Heilige Land
hadden vaak de status van relieken. Op de tentoonstelling
zijn zeldzame exemplaren te zien, met name die
uit de Melkietenperiode, de 17de tot en met de
19de eeuw. Centra van productie van deze ikonen
vinden we in Tripoli en Aleppo, waar de Griekse
invloed evident is. Bijzonder zijn de ikonen op
doek, de zogenaamde topografieën van Palestina.
Opgerold in een koker waren ze gemakkelijk te
vervoeren. Thuis werden ze uitgerold en opgehangen
en zo vormden ze een tastbare herinnering van
het bezoek aan de vele heilige plaatsen. Ze waren
echter meer dan een herinnering of een gids. Ze
vervulden een didactische rol en illustreerden
het enige en juiste pad voor de christenen.
Een bijzondere kunstvorm:
voorwerpen van parelmoer
De beroemdste producten voor pelgrims uit de moderne
tijd zijn voorwerpen van parelmoer. De Hermitage
in Sint-Petersburg herbergt een rijke collectie
van parelmoeren kruizen, ikonen en rozenkransen,
vaak geschonken door pelgrims aan leden van de
tsarenfamilies. Het zijn voorbeelden van ragfijn
snijwerk met complexe voorstellingen.
Tenslotte
De brede keuze in deze tentoonstelling van voorwerpen
uit de vele eeuwen van de pelgrimages toont een
fascinerend beeld van de complexe, soms tegenstrijdige
culturen van het Heilige Land en de gebieden daaromheen.
De geografie, verschillende geloven en politieke
gebeurtenissen hebben allemaal bijgedragen tot
de ontwikkeling van een unieke kunst. De kunst
van het Heilige Land verwerkte nieuwe invloeden
van vreemde culturen en religies, maar beïnvloedde
ook andere landen en geloven. Het is deze vermenging
van zovele artistieke richtingen die samenvalt
onder de noemer van de cultuur van het Heilige
Land.
Illustraties
Ikoon met de Kruisiging, 16de eeuw, Rusland, Moskou
school. Hout, gesso, tempera, 70,7 x 55,8 x 2,7
cm
Ikoon van de Geboorte, in bewerkte lijst, 1800-1850,
anonieme Slavische meester, Jeruzalem. Gemengde
techniek, hout, gesneden, folie. 75 x 42 cm (met
lijst), 35 x 28,5 x 2 cm
Reliekkistje met afbeeldingen van Christus, de
Maagd, apostelen en heiligen, rond 550, Konstantinopel,
anonieme Syrische meester (?). Zilver, 11 x 13
x 8,9 cm
Ikoon van de Doop van Christus (Theofanie of Verschijning
van God), 18de eeuw, anonieme Griekse of Slavische
meester in Jeruzalem. Vissenschedel, gesso, gemengde
techniek, vernis, 31,8 x 17 x 8,4 cm
|