|

|
Michail
Vladimirovitsj Alpatov - vertaling: Henk Roos
De
meester van Ostroukhov
Zelfs tot op de dag van vandaag is ons niet bekend
tot welke school vele prachtige vijftiende-eeuwse
ikonen behoren. Bijvoorbeeld twee ikonen uit de
voormalige Ostroukhov-verzameling: de Kruisafneming
en de Graflegging. De schilder van deze ikonen
legt een zekere verwantschap met de school van
Novgorod aan de dag in zijn voorkeur voor vermiljoenrood
en warme tinten. Maar hij neemt resoluut afstand
van het idee dat men de kleur louter zou moeten
benutten om een tekening in te vullen met verf,
zoals bij een kleurplaat. Zijn vermiljoen botst
niet met het emeraldgroen in zijn ikoon. Het overheerst
de rest van de kleuren met overmacht, en zijn
groen heeft een warm karakter. Deze meester bereikt
een ware synthese tussen de volkse bontheid en
Roebljev’s subtiele kleurenharmonie. Tegelijkertijd
hebben zijn pure, verzadigde, klinkende kleuren
een enorme expressie. De donker kersenrode mantel
van de Moeder Gods in de Kruisafneming geeft uitdrukking
aan de voorname ingehouden smart als moeder. De
vermiljoenen mantel van de vrouw met de ten hemel
gerichte armen in de Graflegging klinkt als de
smartelijke jammerklacht van een rouwende. Zo
bereikte de onbekende maar briljante meester van
Ostroukhov in zijn ikonen nog meer spirituele
kracht en vakmanschap dan de schilders uit Pskov.
Dionysius
Een van de laatste grote coloristen van de vroege
Russische ikonenschilderkunst was Dionysius. Van
Roebljev erfde hij de verfijnde toon- en kleurwaarden
en tegelijkertijd voelde hij zich aangetrokken
door de rijkdom en diversiteit van het kleurengamma
van de ikonen uit Novgorod. Op de ikonen van de
Heiligen Alexius en Peter, Metropolieten van Moskou,
met scènes uit hun leven is er geen contrast
tussen de kleur van de objecten en het licht dat
erop valt. Het element van het licht gaat op in
het element kleur, vermengt zich ermee en transformeert
de kleuren van het spectrum. Doordat ze zo hun
vastheid en kracht verliezen, worden de kleuren
van Dionysius transparant, bijna zoals bij aquarelverf
of zelfs glas-in-loodramen. Tegelijkertijd verschijnen
er vele tussentinten, het kleurengamma wordt extreem
verfijnd, maar zonder verlies van de spirituele
kwaliteit. Door op een onberispelijke manier de
meest zachte tinten of halftonen - of beter gezegd
kwarttonen - te manipuleren zet Dionysius ze tegen
donkere, bijna zwarte kleuren, en dit contrast
versterkt de transparante en etherische sfeer
van de kleuren op zijn ikonen.
A. Grisjtsjenko beschreef de kleuren van één
van de randscènes van de ikoon van de Heilige
Alexius, Metropoliet van Moskou, de Wijding van
Alexius tot Metropoliet, als volgt: “…Het
samenspel van de vrolijke kleuren roept een impressie
op van de feestelijke plechtigheid van de ceremonie.
Alle witte gewaden verschillen van elkaar in de
schaduwpartijen en in het karakter van het ontwerp
van het kruis: de schriftrol is wit, het ‘witte’
miskleed is goudgeel, het altaarkleed is vermiljoen;
de bleek-okeren muur en de kathedraal, met de
kleur van geel marmer, hebben dezelfde toon (om
de achtergrond tot een eenheid te maken) en tenslotte
is het dak kopergroen. De kaarsrechte zoom van
de albe van de metropoliet aan de ene kant en
de donkere rand van het koorhemd van de aartsdiaken
aan de andere kant benadrukken treffend de basis
van de compositie. De ellipsvormige zwarte mouwen
onderbreken de zachte samenhang in het geheel
van de sticharion en doen het wit beter uitkomen”.
In de kleuren van zijn Kruisiging volgt Dionysius
deels Roebljev als schepper van de Transfiguratie.
Hij vult de ikoon met een diffuus licht dat de
afzonderlijke kleuren doordringt en verenigt.
Maar anders dan zijn grote voorloper, legt hij
meer de nadruk op ‘polychromatische kleurschakeringen’,
vooral in de gewaden van de vrouwen die de Moeder
Gods omringen. Tegelijkertijd lossen de pastelroze,
bleek oranje, lichtblauwe en emeraldgroene tinten
op in het licht dat het hele vlak van het paneel
van de ikoon overstroomt. Door de zachte kleurschakeringen
verdwijnt al het wrange en droefgeestige uit het
dramatische onderwerp, en feestelijkheid en verheven
inspiratie krijgen de overhand. Het Kruis van
de Calvarieberg dat tussen engelen in de hemel
zweeft is veranderd in een heilige boom uit een
sprookje, overdekt met bloemen.
Tegen het einde van de vijftiende eeuw werkten
andere grote meesters samen met Dionysius. In
de ikoon van de Hexameron zijn de zes feestdagen
weergegeven op de gebruikelijke veelkleurige manier.
De figuren van de Deësis en de voorsprekers,
allen in sneeuwwitte kleding, verschijnen alsof
ze baden in een hemelse gloed tegen een achtergrond
van fijnzinnig lichtende halo’s. Op de ikoon
van de Apocalyps door de ‘Kremlin-meester’
spelen kleuren een belangrijke rol in de belichaming
van zijn glorieuze idee van de toekomstige staat
van gelukzaligheid der mensheid. In deze ikoon
zijn zeer subtiele en delicate nuances van rood,
met name in de kleding van de man op het rode
paard, en ook in de gewaden van de engelen die
in contrast staan met de donkere heerser van de
hel.
Om
de betekenis van alle veranderingen te kunnen
begrijpen, die plaatsvonden in het kleurengamma
van de Russische ikonenschilderkunst in Dionysius’
tijd, moeten we terugkijken naar het begin. Van
de engelen in de medaillons op de ikoon van de
Moeder Gods Panagia is de kleur - ondanks de rijkdom
van het goud en wit, en ondanks de kleuren van
de gewaden en de roze gezichten, die doen denken
aan de Griekse oudheid – nog zeer massief,
tastbaar. In de ’Kasjin’ Moeder Gods
Blachernitissa uit de late vijftiende eeuw is
de representatieve betekenis van de kleur van
veel minder belang, maar daarvoor in de plaats
komt de subtiele wisselwerking tussen de kleurvlakken.
De voorstelling van de Moeder Gods als een vrouw
met haar kind wordt tot een embleem van moederschap.
De ikoon is één van de meest opmerkelijke
voorbeelden van ‘pure schilderkunst’
in het oude ‘Rus’(land). Terwijl je
er naar kijkt is het niet moeilijk om de eigenlijke
voorstelling te vergeten en jezelf over te geven
aan de bewondering van de relatie tussen de silhouetten
en de kleurvlakken, de donkere kersenrode piramidevorm
van het portret van de Moeder Gods, de gouden
en emeraldgroene toetsen erop en de twee karmijnrode
zesvleugelige serafijnen die doen denken aan bloemen.
Door het onderwerp van het schilderij heen krijg
je eventjes de formule van de kleurenharmonie
te zien, ontdekt door de grote schilder.
Stoglav
In de eerste helft van de zestiende eeuw werden
er nog steeds ikonen geschilderd waarin de kunstenaars
het belangrijkste wat ze te zeggen hadden tot
uitdrukking brachten in de taal van de kleur.
Wanneer je ze van een afstand beschouwt lijken
de ikonen met de randtaferelen inderdaad bijzonder
helder, feestelijk, zelfs bont en verstoken van
innerlijke betekenis. Maar in de afzonderlijke
randtaferelen wordt de kleurexpressie buitengewoon
effectief. In de Kastijding van de Heilige Joris
is alles geschilderd in warme gedempte tonen,
maar een mouw van één van de krijgslieden
brandt als een rode edelsteen. Op de ikoon van
de Heilige Nikolaas met vita zie je de ontroerende
figuur van het kind in de witte jurk als een kleurvlek.
In één van de randtaferelen in de
ikoon van de Heilige Sergius met scènes
uit zijn leven vind je nog de prachtige Dionysius-kleuren
terug, maar de sfeer is zoetiger. Daarentegen
is de fel karmijnrode kleding van de jongen in
Sint Nikolaas redt de drenkeling als een overwinningskreet.
In het midden van de zestiende eeuw, na het ‘Oecumenische
Stoglavconcilie (de Honderd Hoofdstukken)’,
werd de ikonenschilderkunst steeds dogmatischer,
didactischer, vertellender en illustratiever.
In toenemende mate paste men zich aan aan de strenge
canon van de kerk, en de poëtische geest
verdween. De kleuren reageren opmerkelijk gevoelig
op deze verandering. Ze worden saai, uitgeblust,
troebel en zwaar. De achtergrondkleur van de ikonen
wordt vuilgroen, en alles wordt ondergedompeld
in schaduwen. De pogingen van de meesters van
de Stroganov-school om het kleurengamma van Novgorod
nieuw leven in te blazen en het te verrijken met
assist, goudarceringen, konden de loop der geschiedenis
van de ikonenschilderkunst niet stoppen, en terwijl
de schilderkunst steeds verder in verval raakte,
doofden de vurige delicate transparante kleuren.
In een museum voor
wereldkunst
Probeer je de Russische ikonen eens voor te stellen
in ‘een museum voor wereldkunst’,
en het zal duidelijk zijn dat zij dankzij hun
kleuren niet onder zullen doen voor al het andere
dat er wordt tentoongesteld. Zo naast elkaar geplaatst
zullen de onnavolgbare kenmerken juist beter uitkomen.
De polychromatische Etruskische muurschilderingen
zullen ons Novgorod voor de geest roepen; de fresco’s
van de Villa Mysteria zullen ikonen met een rode
achtergrond bij ons oproepen. Romaanse schilderijen,
met name Catalaanse altaarstukken, zullen ons
doen denken aan de visioenen van de dertiende-
en veertiende-eeuwse Russische primitieven; en
staande voor de Gotische gebrandschilderde ramen
zullen we denken aan onze ikonen. De ikoon bereikte
dan wel niet dezelfde stralende pracht, maar er
waren toch veel overeenkomsten tussen ikonen en
glas-in-loodramen – het streven naar pure
kleuren, en de vereenzelviging van licht en kleur.
Ook de Venetiaanse meesters van de veertiende
eeuw, Paolo Veneziano en Lorenzo Veneziano, kwamen
de Russische ikonenschilders nabij, hoewel ze
zich meer aangetrokken voelden door de glans van
het goud dan door zuivere kleuren. De verfijning
in de halftonen in de ikonen die Dionysius schilderde
maakt ze soms verwant aan Paolo Uccello of Piero
della Francesca. De miniaturen van Bihzad (Perzische
meester eind 15e eeuw) doen ons aan sommige ikonen
denken, hoewel ikonen niets hebben van de typische
oosterse ‘gepeperde’ kleuren en de
verfijnde minutieuze uitvoering.
Alle latere westerse schilderkunst, te beginnen
met het sfumato, het mistige ciaroscuro van Leonardo
da Vinci, nam duidelijk afstand van de kleuren
in de ikonen, en in de achttiende eeuw volgde
de Russische school die trend. Aan het begin van
de twintigste eeuw trokken de kleuren van de ikonenschilderkunst
de aandacht van Matisse in het Westen en van Petrov-Vodkin
in Rusland. In hun zoektocht naar pure schilderkunst
namen beide kunstenaars ikonen als hun uitgangspunt.
Welnu, wat is de historische bijdrage van de Russische
ikonenschilderkunst aan de geschiedenis van de
kleur? De kinderlijke naïveteit en de oprechte
houding ten opzichte van het beeld, de heldere
sprookjesachtige kleuren, de pure en voorname
uitdrukking: ziedaar de charme en de schoonheid
van de Russische ikonenschilderkunst. Tegelijkertijd
werd deze naïeve verering, welhaast idealisering
van de kleur in het werk van Roebljev en Dionysius
een verheven en wijs inzicht in de kleurenharmonie,
die in staat was om de ogen van de mensen te openen
voor de harmonie van de wereld.
De geïnteresseerde lezer zal zeker van de
afbeeldingen genieten. [Zoals elke ikonofiel geniet
van ikonen] De kleuren zullen z’n ogen behagen.
Hij voelt zich als het ware opstijgen tot hoogten
vanwaar de schoonheid van de gehele wereld kan
worden waargenomen. En als het hem af en toe moeilijk
valt te begrijpen waarom een bepaalde meester
de ene kleur boven de andere verkoos, of wat de
betekenis zou kunnen zijn van deze of gene kleurencombinatie,
zal hij toch opnieuw naar die kleuren kijken,
ze bestuderen, ze ‘indrinken’. Hij
zal de oude meesters dankbaar zijn omdat ze zijn
kleurgevoeligheid in hem hebben wakker gemaakt,
een sensitiviteit die hem innerlijk verrijkt.
Er zijn geluiden waarvan de betekenis zwak
is, van geen belang,
maar niemand is in staat ze te horen zonder te
worden ontroerd.
M. Lermontov
Inderdaad, er zijn niet alleen geluiden maar ook
kleuren die op onverklaarbare wijze de mens ontroeren
en blijven boeien.
Illustraties:
• Graflegging. Uit de feestenrij. Laatste
kwart 15e eeuw. 91x63cm. Tretjakov galerie Moskou
• Dionysius: De Heilige Alexius, Metropoliet
van Moskou, met scènes uit zijn leven.
Randscène: Alexius stelt Sergius van Radonesj
voor metropoliet van Moskou te worden. Formaat
gehele paneel: 197x152cm. Tretjakovgalerie
• Tverschool (?): Moeder Gods Blachernitissa,
ca. 1500. Uit de profetenrij van de Opstandingskathedraal
in de stad Kasjin. 133x100cm. Tretjakovgalerie
• De Heilige Sergius met scènes uit
zijn leven. Randscène: Sergius en het kind,
16e eeuw. Formaat gehele paneel: 136,5x97,5cm.
Roebljev Museum
|