|

|
Redactie
Jan
Verdonk heeft in 2001 een ikonenatelier gesticht
en heeft in zes en een half jaar naar schatting
meer dan tweehonderdvijftig leerlingen de beginselen
van het ikoonschilderen bijgebracht. Zestig ikonenschilders
uit de school van Jan Verdonk die heden de lessen
volgen exposeren 80 ikonen van 23 mei tot 9 juni
2007 in de Nicolaïkerk in Utrecht. Titel:
Hemelse pracht. Hun ikonen vertonen onderling
grote verschillen in de uitwerking van de voorbeelden
uit de Kretenzische periode van de Griekse stijl
waarin geschilderd wordt. Er wordt ook een groep
van twintig dezelfde ikonen van het Heilig Mandylion
geëxposeerd. Toeschouwers en deelnemers kunnen
getuige zijn van een spannende confrontatie. Vanaf
april 2007 wordt aan de expositie een website
gewijd, namelijk www.iconenschilderen.nl. Op de
website van Jan Verdonk (www.iconenatelierverdonk.nl)
staat informatie over het atelier, o.a. ook webboeken.
Ter introductie van de expositie volgt hier een
portret van Jan Verdonk, aan de hand van de vragen
die door de cursisten Nelia Langeveld, Jan van
Alphen en William Feijten gesteld zijn.
• Wat is je motivatie?
Ik was afgestudeerd als theoloog in Amsterdam
aan de UvA. Mijn hoofdvakstudie was de orthodoxie;
toen ik in 1990 mijn latere leraar Neoklís
tegenkwam, viel ik meteen voor de ikonen en werd
gelijk ook orthodox want dat had er altijd al
in gezeten. Ik kon al goed schilderen, wat natuurlijk
meegenomen was. Om het precies onder woorden te
brengen: mijn motivatie komt voort uit mijn orthodoxe
geloof en uit bewondering voor de traditie van
de ikonen.
• Waarom de specifieke keuze voor de Griekse
schilderstijl en waarin verschilt deze stijl van
andere stijlen?
Ik heb een Grieks specialisme. Op school heb ik
Oudgrieks gehad, in mijn studie de
filosofen, Nieuwe Testament, kerkvaders en Byzantijnen
gelezen, allemaal Grieks en mijn bijvak was Nieuwgrieks.
En ik heb twee jaar in Griekenland gewoond. In
1990 ontdekte ik de mediterrane kleuren van de
ikonen bij Neoklís in Athene. Ik zag ze
toen in mijn dromen. Voor mijzelf maken de kleuren
van de Middellandse zee het verschil met de Russische
ikonen.
•
Wat is de meerwaarde van het feit dat je theologie
gestudeerd hebt in relatie tot het schilderen
van ikonen?
Als ik ikonen schilder voel ik constant de associatie
met de Bijbel, liturgie, kerkvaders, kerkgeschiedenis
en spiritualiteit, dat alles wat ik mijn vak noem
als theoloog. Dat is niet zo gek, want in de ikoon
zit de Bijbel. De ikoon laat zien, de Bijbel beschrijft.
De ikoon is het vehikel van het evangelie zegt
de kerk.
• Bestaat er geen gevaar door jouw drukke
praktijk dat er door het opleiden van zoveel mensen
een zekere vervlakking van het ambacht optreedt
en dat dit ten koste gaat van de kwaliteit?
Ik doe niks af aan de eisen van het ambacht. Het
Griekse schilderen is een pakket van regels, de
volgorde is ook belangrijk, (eigenlijk heel schools)
en dat leert iedereen. Het is bij elkaar wel veel,
zodat ik in een les vaak niet meer dan twee minuten
rustig op mijn stoel zit. Soms denk ik: waarom
heb ik eigenlijk een stoel nodig als ik toch drie
uur rondloop?
•
Wat is het leuke aan lesgeven?
Midden op de grote tafel staat vaak een berg kleine
rommel, schilderkisten en papier, de wanorde ten
top, terwijl de ikonen sereen er omheen liggen.
De gesprekken dreigen wel eens over t.v.-programma’s
te gaan, dan is het tijd om in te grijpen. Schreeuwen
mag ook niet.
Ik heb ook het gevoel dat we samen aan onze ikoon
schilderen, de één helpt de ander,
ook de ander in een andere klas, want ikzelf wordt
geholpen, verbeterd of geadviseerd door de leerlingen
en daar heeft iedereen profijt van. Dit jaar gaan
we op excursie naar de Russische kerk, met vesper
en eten in de stad.
• Leerlingen zullen uiteindelijk ook een
eigen stijl ontwikkelen. Wat zijn voor jou de
grenzen van het hebben van een eigen schilderstijl?
Voor enkelen is dit al de dertiende cursus. Maar
iedereen ontwikkelt zich al vanaf het begin. Je
ziet robuuste schilders en mensen die van schilderachtig
houden en van details. Sommigen gaan op in het
lijnenspel. De eigen stijl komt vooral tot uitdrukking
in de lijnvoering, de kleurkeuze en de uitdrukking
van het gezicht.
Als iemand geneigd is te experimenteren, dan kan
dat ook nog binnen de Griekse stijl, er is zo
enorm veel te onderzoeken wat ooit al geschilderd
is. Er zijn grondvlakken transparant opgezet,
transparante lichten, zachte (Italiaanse) lichten,
koude lichten op warme grondkleuren, ga zo maar
door. Er is ook een repertoire dat de schilder
moet beheersen, zoals de berg, de rivier, de boom,
het huis, het dier, het haar, de baard. Ik raad
iedereen aan binnen de traditie te blijven. Dan
voeg je daaraan nog iets toe. De grens is de traditie.
• Je bent zelf Grieks-orthodox terwijl de
meeste leerlingen dat niet zijn, jouw schilderen
is een dienst aan de kerk, hun schilderen is misschien
puur om de techniek. Maakt jou dat uit?
Nee, dat maakt me niet uit. De leerlingen zijn
geïnteresseerd in de achtergronden van de
ikoon. Veel mensen sprak ik ooit op de ikonenexposities
in het Bijbels Museum en het Catharijneconvent
waar ik aan meewerkte, en die zag ik terug in
de les. De orthodoxe standaardeisen voor de ikoon
gelden voor mij en die geef ik door, en er is
altijd theologische informatie en discussie over
natuurlijke materialen bijvoorbeeld.
•
Wat houdt je bezig?
Wat mij wel bezighoudt is dat er heel veel schilders
in Rusland zijn die in de Russische stijl en techniek
schilderen maar Griekse voorbeelden gebruiken.
Maar dat is andere vormentaal. De Griekse vormen,
bijvoorbeeld van de Kretenzische schilder Andreas
Ritzos, komen uit de Hellenistische stijl en zelfs
uit de Oudheid, nl. de klassieke beeldhouwkunst.
Ze kunnen wel zeggen dat ze gewoon de vereerde
Moeder Gods schilderen, maar het resultaat is
ambigu, dubbelzinnig, het rijdt op twee sporen.
Hebben de Russen geen voorbeeldboeken van Stroganov
en Ushakov dan? Dat de voorbeelden Grieks zijn
wordt niet eens gesignaleerd door auteurs als
Popova en Yazykova, zodat ik moet concluderen
dat het Russische schilderen zich in een crisis
bevindt.
• Breng je zelf ook een ikoon naar de expositie?
Ik heb zin om het drieluik met de grote Deësis
te laten zien, die ook op mijn website staat.
Ik ben eraan gehecht. Ik heb er ook altijd herinneringen
bij aan de tijd waarin het geschilderd is, in
het atelier van de restaurateur Dimitris aan de
overkant van het IJ in Noord. Toen hij vertrok
zat ik daar in mijn eentje, in de grote stilte.
Verder zal ik een Nikolaasikoon ophangen omdat
de kerk in Utrecht waar we exposeren aan Nikolaas
is gewijd.
• Verleden, heden, toekomst?
Ik heb geluk gehad en het geluk gevonden. Dat
ik mijn leraar vond was fantastisch, ik beschouw
hem nog steeds als de beste schilder van Griekenland,
ook al is ie gestopt. Toen ik uit het vliegtuig
stapte in 1991 in Nederland wist ik dat ik mij
aan de ikoon zou wijden. Ik heb nooit zorgen gehad,
ik werd gewoon geholpen. Ik heb tien jaar thuis
geschilderd, bij familie in Frankrijk en in huurkamers
in Griekenland. Toen het tijd was, moest ik les
gaan geven. Dat was een heel andere fase, wel
heel gezellig moet ik zeggen. In de zomer is er
geen les, dan heb ik meer tijd en schilder ik
opdrachten. En zo gaan we door, met deze mensen
en met mijn eigen werk.
|