Verzegeld: Mandylion

Verzegeld: Mandylion

Op deze postzegels zien we enkele ikonen met het gelaat van Christus op een doek afgebeeld. Deze afbeeldingen voeren terug op een oude legende die ons is overgeleverd door de kerkhistoricus Eusebius van Caesarea (circa 263-circa 339). Hij vertelt ons over  koning Abgar van Edessa (Urfa in het huidige Turkije), die leefde ten tijde van Jezus en die aan lepra leed. Hij had gehoord over de wonderbaarlijke genezingen van Jezus en stuurde aan hem met een gezant een brief waarin hij Jezus vroeg ook hem te genezen. Jezus echter waste zijn gezicht en gaf de handdoek waarmee hij zijn gelaat afdroogde aan de gezant mee. Op deze doek nu stonden de gelaatstrekken van Jezus afgetekend. Toen koning Abgar deze doek aanraakte, werd hij van zijn melaatsheid genezen. Op de zegel uit Tsjechoslowakije is in kleine afbeeldingen aan beide kanten (met vergrootglas) de geschiedenis van koning Abgar te zien.

Dit “niet-door-mensenhanden-gemaakte-portret” van Christus wordt ‘mandylion’ genoemd. Het uit Perzische afkomstige, Griekse woord betekent ‘handdoek’. Alle ikonen van Christus zijn in principe gebaseerd op het mandylion. De orthodoxe kerken beschouwen deze ikoon dan ook als het authentieke en oudste beeld van Christus.

In 944 werd het kleed tegen betaling van een grote som aan de Arabische emir van Edessa of tegen ruiling van islamitische gevangenen overgebracht naar Constantinopel. Dit gebeuren wordt vandaan nog ieder jaar herdacht op 16 augustus, de feestdag van de icoon in de orthodoxe kerk. Na de verovering van Constantinopel door de kruisvaarders in 1204 is het mandylion waarschijnlijk meegenomen naar West Europa en sindsdien is niets meer van het kleed vernomen.

Een vergelijkbare legende is de doek van Veronica waarin Jezus wordt afgebeeld met een doornenkroon (‘vera icon’ of waarachtige afbeelding). Het verschil is echter dat in het Westen de nadruk ligt op het lijden van Christus en dat in het mandylion God in Christus zichtbaar is geworden.

De weergave van Christus in de ikonenkunst is nagenoeg identiek. Christus met hoog voorhoofd kijkt ons frontaal en met grote ogen en een strenge blik aan. Het haar is in het midden gescheiden en valt in een of twee vlechten naar beneden. Soms is de korte baard in het midden gespleten. De doek wordt vaak door engelen vastgehouden en achter het hoofd is een gelijkarmig kruis te zien.

De ikonen op de zegels uit Jemen en Polen zijn vooral uit Rusland en uit de 15-17e eeuw. Ze bevinden zich tegenwoordig in musea aldaar.

Auteur: Anton Schipper