Ikonen schrijven

Ikonen schrijven

Wat zijn ikonen, beschrijving van de kerstikoon.

Kees van Veen

Boris Jeltsin verordende enkele jaren geleden dat de beroemde Drie-Eenheidsikoon op hoogtijdagen teruggeplaatst moest worden in de kerk. Het Roeblevmuseum in Moskou schrok zich lam, want hoe moest beschadiging worden voorkomen en het klimaat geregeld? Nu is de ikoon in een speciale klimaatkast zo nu en dan te gast op de plek waar ze vandaan kwam. Maar aanraken is er voor de gelovigen niet meer bij.

Ikonen en kunst, het zijn twee woorden die elkaar niet helemaal verdragen. Oude vererenswaardige ikonen – bruin, gebarsten en krom – worden tentoongesteld, of voor veel geld verhandeld, terwijl ze gemaakt zijn voor kerken en de gebedshoek van gelovigen thuis.

Gebedsmedium

Tegenwoordig houden zich heel wat mensen bezig met het maken van ikonen – ook in Nederland. Zo verschijnen frisse kleuren op nieuwe houten panelen met afbeeldingen van Christus, de Moeder Gods, Heiligen en gebeurtenissen uit de bijbelse boeken.

Ikonen komen voort uit kerken met een Byzantijnse ritus, de oudste liturgievorm van de christelijke kerk. Zulke kerken zijn er niet alleen in Rusland en Griekenland, maar ook in Amerika en Nederland. Ikonen worden gemaakt om te dienen als gebedsmedium, als meditatiepunt. De gelovige brengt eer aan de afgebeelde persoon, maar weet dat het gaat om tweerichtingsverkeer: hij bidt – of mogelijk staat hij alleen maar voor de ikoon – woordloos en luistert, en wórdt gezien.

Ikonen schrijven

In ikonen kan alleen worden afgebeeld, wat gezien is door de mens. Of – wat als het zelfde ervaren wordt: wat beschreven is. Schrijven en schilderen liggen in het de traditie van ikonen dicht bij elkaar: Ikoonschilders worden ook wel ‘Ikoonschrijvers’ genoemd. Dat ikonen schrijven is eeuwenlang het werk geweest van monniken. Zij werden daarvoor gewijd, en pas na lang vasten durfden ze de kwast ter hand te nemen. Het ikoonschilderen stelde niet alleen grote eisen aan de techniek, maar ook aan de levensstijl van de schilder zelf. Een oude kroniek vermeldt daarover: ‘Het betaamt de schilder te zijn: deemoedig, zachtzinnig, rechtgelovig, geen praatjesmaker, geen potsenmaker, niet twistziek, niet afgunstig, geen dronkaard, geen dief, geen moordenaar, en het bijzonder dient hij ook te bewaren de reinheid, die van de ziel en het lichaam, en dit alles met zorgvuldigheid.’

Geen ikoon hetzelfde en toch gelijk

Nieuwe ikonen worden naar oude voorbeelden geschilderd. Aan de hand van tekeningen of beschrijvingen worden de voorbeelden aan elkaar doorgegeven. Ikoonschilders richten zich dus op de traditie: ze kennen maar een beperkte vrijheid om er zelf dingen aan toe te voegen. Het gaat er vooral om alles precies in beeld te brengen: juistheid is eigenlijk belangrijker dan schoonheid.

Het opnieuw uitbeelden gebeurt dus zo getrouw mogelijk, maar dat kan niet voorkomen dat de verschillende versies van dezelfde figuur soms ver uit elkaar liggen. Elke schilder heeft zijn eigen handschrift en schildert zijn eigen ikoon. Hij draagt zijn eigen motivatie aan, neemt zijn tekentalent mee en komt tot een bepaald uitdrukkingsvermogen. En dat wordt gewaardeerd: de Byzantijnse kerk benadrukt juist het belang van het zelf-na-ver-tellen, in plaats van het klakkeloos copiëren van oude voorbeelden. Zo zijn beroemde ikonen ontstaan, waarbij de schilder toch iets nieuws heeft toegevoegd – iets wat de ikoon juist anders maakte dan zijn voorgangers.

Maar, mooi of lelijk blijven relatief; de toetsing is of de ikoon ëherkendí kan worden en het Woord juist in beeld brengt. De rest, alle oordeel, is overbodig.

Die herkenbaarheid kan trouwens in een latere periode anders ervaren worden. Tegenwoordig worden binnen de Russisch Orthodoxe kerk de ëzoetigeí ikonen uit de 19e eeuw meer en meer bewust uit de kerken geweerd, omdat ze niet meer gezien worden als representatief. Met name de Russen spelen hierin een toonaangevende rol en functioneren als een soort ëgewetení van de ikoonschilderkunst.

Andrej Roeblev

t4gDe beroemdste ikoonschilder uit de geschiedenis is zonder twijfel Andrej Roeblev. Een monnik uit de Russisch Orthodoxe kerk, die omstreeks 1400 ikonen schilderde die nu nog als de meest spiritueel verheven voorbeelden worden gezien. Beroemd werd bijvoorbeeld de afbeelding van de drie engelen op bezoek bij Abraham, een ikoon die de Drie-Eenheid symboliseert. Roeblevs kleurgebruik, compositie, maar vooral ook de zorgzame, spirituele manier van schilderen zijn ongeÎvenaard.

Roeblev zelf staat pas ruim 10 jaar op ikonen, omdat hij pas in 1988 werd heilig verklaard door de Russische kerk. Omdat de personen op ikonen herkend dienen te worden door de gelovige, wordt altijd nagestreefd bijzondere trekken of lichaamskenmerken in de ikonografie te verwerken. Van Roeblev is echter nagenoeg niets bekend. De nieuwe ikoon die bij dit artikel is afgebeeld is dan ook gebaseerd op algemene kennis: Roeblev was monnik en wordt dus als zodanig gekleed, had een baard (want alle monniken in de Byzantijnse kerken hebben een baard), een breed hoofd (getuigend van wijsheid) en heeft zijn beroemdste schepping in zijn hand: de ikoon van de Drie-Eenheid. Daarnaast wordt op elke ikoon met letters aangegeven om wie het gaat, zodat alle onduidelijkheid vermeden wordt.

Eitempera

Nieuwe ikonen tonen vaak heldere en felle kleuren. Die kleuren hebben veel oude ikonen al na zoín jaar of 100 verloren door het verdonkeren van de olielaag waarmee ze worden beschermd. Pas na een restauratiebeurt komen de oorspronkelijke transparante kleuren weer te voorschijn.

In de eerste eeuwen noemde men alles ikoon: van miniaturen tot frescoís en medaillons. Tegenwoordig bedoelen we met ikonen schilderingen op een houten paneel.

De techniek is zeer ambachtelijk: er wordt gewerkt met massief hout waarop een doek wordt gelijmd en een krijtlaag wordt gelegd om op te kunnen schilderen. De verf wordt gemaakt van eigeel, water, azijn en kleurstoffen. De ikoon wordt afgedekt met een beschermlaag van bijenwas of drogende lijnolie.

Op zich is daar allemaal niets ‘heiligs’ aan. De materialen gaan pas ‘spreken’ als duidelijk wordt waarom ze gekozen worden. Het zijn vertegenwoordigers van plantaardig leven, het mineralenrijk en de dierenwereld. In de meest zuivere vorm worden ze als het ware weer teruggegeven in een aan God opgedragen vorm. Met behulp van die aardse materialen wordt getracht te laten zien dat er niet alleen een stoffelijke wereld bestaat.

Getransformeerd

Het zo getrouw mogelijk in beeld brengen heeft niets te maken met realisme. Ikonen hebben een eigen gemeenschappelijke uitdrukkingsvorm, en lijken daardoor wat geheimzinnig. Er zijn afspraken op het gebied van kleurgebruik, compositie en te gebruiken materialen. Landschap en gebouwen zien er vreemd uit, diepte ontbreekt, en tijd en ruimte worden doorbroken. Een ikoon beeldt hemelse zaken uit, met aardse middelen, en moet dus wel gebruik maken van een vorm van symboliek.

Het landschap in ikonen is onaards. Er is geen diepte, geen logisch perspectief. Bergen, planten en gebouwen zien er vreemd uit en maten zijn maar relatief. Daarmee wordt aangegeven dat het hier niet om de ons bekende werkelijkheid gaat, maar om een getransformeerd landschap. Alles en iedereen deelt in de afglans van het Christuslicht en daardoor ziet alles er anders uit. Onze bekende aardse ruimte en tijd bestaan in ikonen niet. Figuren kunnen verschillende keren in dezelfde ikoon worden afgebeeld en gebeurtenissen kunnen bij elkaar worden gebracht. Bomen kunnen begrepen worden als tekens van wederopbloei of geven de wortels van de heilsgeschiedenis aan (de Eik van Mamre, de Boom van Jesse). De rotsen zijn de sporten van een ‘hemelse ladder’ en soms ‘buigen de bergen hun toppen voor de Heer’. Ikonen kunnen alleen ‘gelezen’ worden, als ze worden bezien tegen de ‘gouden ondergrond’.

Die gouden ondergrond wordt altijd als eerste aangebracht – het symboliseert de aanwezigheid van Gods Licht. In dat goud wordt het silhouet uitgesneden van aardse figuren of gebeurtenissen. Een ikoonschilder brengt daarna eerst de donkere aardkleuren aan en daarna volgen geleidelijk de lichtere kleuren. Die lichtere kleuren staan voor de afstraling van het Licht van Christus. En omdat de kleuren, door het vettige eigeel waarmee ze zijn opgebracht, op elkaar inwerken, ontstaan op den duur nieuwe kleuren: de onder- en bovenlagen komen tot eenheid…

Men zegt ook wel dat ikonen niet met verf maar met licht geschilderd worden. In de Byzantijnse traditie wordt dat licht beschouwd als een van Gods uitingen. Alle figuren op de ikonen stralen dat licht uit. Alles en iedereen deelt in dat licht. Een ikoon nodigt uit om dat licht te bereiken.

Kerstikoon

kerscataIn deze decembertijd past natuurlijk een beschrijving van de kerstikoon. Deze ikoon is een samenstelling van het geloof zoals dat in de eerste eeuwen van het christendom vorm kreeg. Het kerstfeest werd in die tijd, en in de Byzantijnse kerken nu nog, vooral gezien wordt als onderdeel van de Epifanie, het feest van Gods verschijnen op aarde. Het wonder, het mysterie van de geboorte, wordt op de ikoon steeds weer benadrukt: in de belangrijke plaats die Maria als Moeder van God wordt toegekend, in de twijfelende Jozef, en de scene van de verterende hand van Salomé.

De kerstikoon laat zich als een soort ëstripverhaalí lezen. Tegelijkertijd zien we allerlei gebeurtenissen die te maken hebben met de komst van Christus op aarde. Veel van wat er in de evangeliën vermeld staat, vinden we er op terug. Daarbij wordt ook veel overgenomen uit de apokriefe boeken, zodat in eerste instantie niet alles te herkennen is.

Veel van wat er op een ikoon staat afgebeeld heeft een boodschap aan de beschouwer. Op de 15e eeuwse ikoon die op deze pagina staat afgebeeld ligt Maria, de Moeder van God, op een rood veldbed voor de geboortegrot, waarvan in het Proto-evangelie van Jakobus sprake is, in plaats van een herberg met een stal. In die grot, in het donker, wordt het licht geboren. Zo ook zal er een geboorte moeten plaatsvinden in het binnenste van de mens.

Het kind Jezus ligt er niet in een kribbe, maar in een grafkist, in doeken gewikkeld. Als een dode – een vooraankondiging van zijn lijden en sterven. Als een mens niet eerst ‘gestorven’ is, kan er geen geboorte plaatsvinden.

Maria ligt afgewend van haar kind, het is niet van haar’, het is er voor de wereld. Het is een boodschap voor alle mensen van alle tijden.

Naast Christus de os, en zoals altijd op Russische ikonen in plaats van een ezel een paard, want in Rusland kende men geen ezels. De engelen en herders – groten en kleinen, armen en rijken, verheugen zich over de geboorte van hun Verlosser. Os en ezel verwijzen naar verschillende profetiën. Meestal wordt de tekst van Jesaja aangehaald: Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, mijn volk geen inzicht.’ Minder bekend is de profetie van Habakuk: ‘Tussen twee dieren wordt u gekend.

Links van de grot staat een herder in een pels en rechts bieden de drie koningen (wijze magiërs) hun geschenken aan. Boven bewijzen engelen met omhulde aanden eer aan het pasgeboren kind.

Twijfel drukt het wonderbaarlijke uit

Het apokriefe evangelie van Jakobus vertelt dat Jozef door twijfel verteerd wordt en dat God hem daarom een engel zendt, om hem de ware toedracht mee te delen. Jozef, beeld van de twijfel die het wonderbaarlijke van de gebeurtenis nog eens extra benadrukt: een hand ondersteunt zijn piekerende hoofd rechtsonder op de ikoon. Juist dat mysterie wordt op een ikoon als allerbelangrijkste getekend, het gaat niet zozeer om het verhaal en de historische beschrijving, maar vooral om het wonder van deze ingreep in de geschiedenis. Het is een verbeelding van de epifanie, en laat dus ook veel meer zien dan alleen de gebeurtenis van het geboren worden alleen. Een ikoon toont een deel van een geheim, iets van achter de sluier van de aardse wereld.

Linksonder zitten twee vroedvrouwen die Christus wassen: Christus is mens en God tegelijk. Goddelijk is zijn bestaan en opdracht, maar tegelijkertijd wordt hij als elk ander mensenkind gewassen na de geboorte. Het bad heeft vaak de vorm van een doopvont, duidelijk verwijzend naar de doop in de Jordaan, en de doop van alle gelovigen: hun tweede geboorte.

Een ander vroedvrouwenverhaal maakt melding van Salomé, die het wonder van de maagdelijke geboorte pas wil geloven nadat ze Maria heeft onderzocht. Haar hand wordt daardoor verteerd. En na een smeekbede en een ingrijpen van een engel, wordt het ongeluk weer ongedaan gemaakt. Net als bij de omhulde handen van de engelen bovenaan op de ikoon wordt de boodschap daarmee snel duidelijk: een geheim, daar moet je vanaf blijven.

Tijd en ruimte doorbroken

vierboorOp één paneel kunnen verschillende onderwerpen worden samengebracht: met elkaar brengen ze belangrijke gebeurtenissen van één feest of uit het leven van een heilige in beeld. Maar het kan ook zijn dat de personen om andere redenen op één ikoon zijn geschilderd. Dat gebeurde als een ikoonschilder in opdracht een ikoon maakte ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis, zoals een geboorte of huwelijk.

Zo’n 19e eeuwse, samengestelde ikoon zoals afgebeeld op deze pagina, brengt de Geboorte van Christus ook in beeld, maar samen met geboortes van drie andere bijbelse figuren: boven aan de geboorte van Christus en rechts die van zijn moeder, onder van Johannes de Doper (met Zacharias erbij) en Nikolaas (die al meteen in zijn badje/doopvont rechtop ging staan). Was de vorige ikoon bedoeld als ondersteuning tijdens de viering van Epifanie in de kerk, deze ikoon zal ongetwijfeld zijn geschilderd bij de geboorte van een kind, met de hoopvolle verwachting dat de boreling evenveel succes in zijn leven zou verwerven, en daarin zou worden bijgestaan door de afgebeelde heiligen.

In het midden een afbeelding van Maria, een variant van de Moeder Gods Dexiokratousa. Links en rechts staan heiligen gewend naar de Moeder Gods: links Vorstin Olga van Kiev, de eerste die zich in 957 liet dopen in Constantinopel. Naast haar zal haar kleinzoon, grootvorst Vladimir zijn afgebeeld, die in 988 ook gedoopt werd en het christendom officieel heeft ingevoerd. Aan de andere kant staan Sergius van Radonjez, de meest vereer-de Russische kloosterstichter van het Drie-Eenheidsklooster in Sergiev Posad. Achter hem een grote metropoliet met alle waardigheidstekens die je maar kunt bedenken – het zou Aleksej van Moskou kunnen zijn.

De kortgerokte man achter hem is Alexius van Edessa, in Moskou razend populair onder de gerussificeerde naam Aleksej. De heilige waarnaar een kind vernoemd werd nam meestal een belangrijke plaats op een ge-boorteikoon in, die twee Aleksiussen op één ikoon zouden dus kunnen duiden op de naam van degene waarvoor de ikoon bestemd was.

Schouwen

Ikonen spreken van wonderen bij de geboorte van Christus. Wonderen hier op aarde – dingen die toch kunnen gebeuren, door krachten uit de andere, werkelijke wereld waarvan wij slechts een afspiegeling zijn.

In de dialoog ‘Theaitetos’ legt de Griekse wijsgeer Plato aan Socrates deze woorden in de mond: ‘Verwondering is het ware kenmerk van de filosoof’. Vrij vertaald: het is een goede zaak zich te verwonderen. Het woord ‘thaumazein’, verwonderen, is afgeleid van een van de vele griekse werkwoorden voor ‘zien’. Je zou dat kunnen vertalen als ‘schouwen’. En daar ligt iets in van een geestelijk onderscheidingsvermogen, van visionair zijn, van méér zien dan het oog ziet.

Dat schouwen is aanvankelijk deel geweest van de hele christelijke kerk. In later eeuwen is het vooral door de oostelijke tak van het christendom bewaard gebleven, in de liturgie, de teksten en afbeeldingen. Ikonen zouden ëgeschouwdí moeten worden. En dat houdt een ‘open levenshouding’ in: je laat dingen op je af komen, laat ze tot je spreken. Zonder direct met een antwoord klaar te staan.

Alleen zo komt een nieuwe wereld tot bloei en is er een nieuwe, maagdelijke geboorte, die vogels doet zingen, planten doet bloeien en hemel en aarde verlicht.

Dit artikel is samengesteld voor het decembernummer 1999 van het blad ‘Palet’. Er werd dankbaar gebruik gemaakt van adviezen van Drs. Désirée Krikhaar, Dhr. Louis Bianchi en het boekje ‘Op het tweede gezicht’ van A. Ossewaarde (Boekencentrum, 1986).

Foto’s (in volgorde van plaatsing):

Hedendaagse ikoon van de Heilige monnik/ikoonschilder Andrej Roeblev – Kees van Veen

Tabletikoon van de Geboorte van Christus. Rusland, tweede kwart 15e eeuw – Kunsthistorisch Staatsmuseum, Sergiev Posad.Geëxposeerd tijdens de tentoonstelling ‘Uit het hart van Rusland’ (aug/nov 1999) – Catharijneconvent, Utrecht.

Samengestelde ikoon met vier geboortetaferelen, de Moeder Gods Dexiokratousa en verschillende heiligen. Russisch, 19e eeuw. Particulier bezit.

 

122