Henri Nouwen en de ikoon

Henri Nouwen en de ikoon

Fons Litjens

In 1996 overleed op 64 jarige leeftijd in het ziekenhuis van Hilversum de Nederlandse priester Henri Nouwen, terwijl hij op doorreis was van Toronto naar St. Petersburg. Daar zou hij meewerken aan een televisieopname rond het schilderij ‘De verloren zoon’ van Rembrandt van Rijn.

Henri Nouwen schreef tientallen werken over christelijke spiritualiteit en werd veel gelezen in met name de Verenigde Staten, waar hij een enorme populariteit bereikte. Dat hij ook grote interesse had in de ikoon bewijst het boek ‘In het huis van de Heer. Bidden met ikonen’, dat in 1991 in Nederlandse vertaling verscheen. In het begin van dit jaar kwam er een biografie van Henri Nouwen uit, geschreven door de Britse journalist en televisiemaker Michael Ford met de veeizeggende titel: ‘Een gewonde profeet’. Het is een fascinerend portret, dat ik bijna in een keer uitlas en dat mij ook hielp zicht te krijgen op de functie en de betekenis, die de oosterse ikoon voor deze westerse schrijver had.

Wie is Henri Nouwen?

Henri Nouwen werd geboren in Nijkerk en volgde de priesteropleiding van het bisdom Utrecht, waarna hij in Nijmegen (godsdienst)psychologie studeerde. In 1964 vertrok hij naar de Verenigde Staten voor een klinisch pastorale training. Aan het eind van de zestiger en het begin van de zeventiger jaren doceerde hij in Utrecht en haalde hij in Nijmegen zijn doctoraal theologie. In 1971 vertrok Nouwen voorgoed naar de Verenigde Staten, waar hij tot 1986 les zou geven aan de Yale University en de Harvard Divinity School. Al die jaren bleef hij een onrustig zoekend mens. Tot driemaal toe verbleef hij maandenlang in een trappistenklooster. In het begin van de tachtiger jaren woonde en werkte hij een tijdlang in de sloppenwijken van Bolivia, Peru en Guatemala.

Een grote omslag voor hem zelf en voor zijn omgeving was zijn keuze in 1986 om de universiteit te verlaten en zich als pastor te verbinden aan een leefgemeenschap voor verstandelijk gehandicapten in Canada (L’Arche).

Interesse voor het oosters christendom

Een van de bronnen van de spiritualiteit van Henri Nou wen was het oosters christendom. Met veel interesse las hij de werken van de woestijnvaders, die hij waardeerde om hun inzicht in de menselijke ziel zonder gebruik te maken van het latere jargon van de moderne psychologie. Hij deelde de orthodoxe visie op de theologie, waar in de ware theoloog een biddend mens is. Als hij deelnam aan de oosterse liturgie voelde hij zich daar thuis. De ikonen kwamen hem aanvankelijk ontoegankelijk voor, maar werden steeds belangrijker voor hem, toen hij begonnen was ermee te bidden.

Volgens een van zijn vrienden was Henri Nouwen na het tweede Vaticaans Concilie in verwarring geraakt door de snel opkomende secularisering, met name ook in zijn eigen land Nederland. De interesse voor het transcendente en voor de kerk nam aan het eind van de zestiger en het begin van de zeventiger jaren zienderogen af. Het christendom raakte meer en meer gepolitiseerd en de polarisatie tussen links en rechts liet niemand onberoerd. Dat was ook de reden waarom zijn spirituele geschriften in Nederland aanvankelijk helemaal geen weer klank vonden. Hierover schrijft oolc Jurjen Beumer in zijn biografie (p. 160 1 62).

Wat Nouwen in het oosters christendom aantrok was een andere benadering van het christendom, waarin een intens gevoel van vrijheid verbonden wordt met een intens gevoel van trouw aan de traditie.

Interesse in het beeld

Henri Nouwen had grote interesse voor de beeldende kunst, die hem hielp in aanraking te komen met het transcendente: een schilderij was als het ware een venster op de hemel, een glimp van de overzijde. Tijdens zijn preken en lessen maakte hij vaak gebruik van afbeel dingen en kunstwerken. Aan de theologische faculteit van Yale gaf hij werkcolleges over ‘de roeping van Vincent van Goph’ door samen met de studenten urenlang te kijken naar dia’s van Vincents werk. Grote verwantschap voelde hij ook met Rembrandt van Rijn. Hij ontleende veel troost aan de studie van het schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’ dat in de Hermitage in St.Petersburg hangt. Interesse in de ikoon Het mag niet verbazen dat Henri Nouwen, die zich ver diepte in de bronnen van het oosters christendom en graag werkte met het beeld, ook grote interesse had in de ikoon. De biografie van Ford geeft een inkijkje in wat de ikoon voor Nouwen betekende en hoe zij in zijn geestelijk leven functioneerde.

Het is in de Arche-gemeenschap in Trosly in Frankrijk, waar hij vanaf 1983 enkele malen op retraite ging, dat hij diepgaand met enkele ikonen kennis maakte. De ikoon van de heilige Drievuldigheid van Andrej Roebljov hielp hem te leven midden in een wereld die wordt gekenmerkt door angst, haat en geweld zonder eronder door te gaan. Een langdurige en rustige aanwezigheid bij deze ikoon was het begin van een genezing van grote geestelijke en emotionele vermoeidheid. De ikoon van de Moeder Gods van Vladimir, waarmee hij zich in 1984 bezighield, hielp hem bij het zoeken naar een ant woord op de vraag: bij wie hoor ik? De ikoon nodigde hem uit te leven vanuit het besef dat hij God toebehoorde.

pantokratorEen jaar later tuurde hij lange tijd naar de beschadigde ikoon van de Verlosser van Zvenigorod en een 15e eeuwse pinksterikoon. De laatste liet hem zoeken naar wat de betekenis is van een geloofsgemeenschap in een tijdperk waarin alle nadruk ligt op het individu met de onvermijdelijke eenzaamheid als gevolg. Het aandachtig kijken naar deze vier ikonen betekende voor hem een troost in tijden van spirituele dorheid, vermoeidheid en depressie. In zijn inleiding op het boek dat hij als resultaat van zijn meditaties schreef vertelt Nouwen dat het kijken naar ikonen vaak het enige was waartoe hij nog in staat was, als hij te moe, te rusteloos en neerslachtig was om te bidden of bijbel te lezen.

In zijn biografie wijdt Michael Ford een apart hoofdstuk aan de zeer persoonlijke betekenis, die de ikonen voor Nouwen hadden. Hij maakt een verbinding met de worsteling van Nouwen met zijn homosexualiteit. Toen hij in deze worsteling ooit zijn toevlucht zocht tot een pastoraal centrum, ontmoette hij daar de ikonenschilder Robert Lentz, zelf ook homosexueel. Bij hem bestelde Nouwen een ikoon, die hem zou helpen om zijn homosexuele emoties en verlangens aan Christus toe te wijden, zoals hij dat zelf formuleerde. Lentz schilderde een eigen interpretatie van een Kretenzische ikoon, waarop Johannes, de geliefde leerling, buigend toeloopt op Christus, zittend op een troon; hij noemde deze ikoon ‘Christus de bruidegom’. De ikoon werd voor Nouwen een verbeelding van zijn eigen strijd en bevrijding en kreeg een plaats tegenover zijn bed, zodat het ’s morgens het eerste was wat hij zag en ’s avonds het laatste.

johannes2In 1986, toen hij net de overstap had gemaakt naar de Arche gemeenschap in Canada, trok hij zich regelmatig terug in een religieuze gemeenschap. Bij een van die bezoeken nam hij een ikoon mee van St.Joris met de draak. Hij liep de kapel binnen en zette de ikoon op de plank met de woorden: ‘Ik heb dit meegenomen, omdat ik hier kom om te vechten.’

Blijkbaar zijn de ikonen voor Henri Nouwen een belang rijke hulp geweest bij het onder ogen zien van de waar heid van zijn eigen persoon, zonder daarbij de moed en de hoop te verliezen. Daarnaast hebben de ikonen hem geholpen om in een tijd van opdringende secularisering de verbinding met het transcendente, met God niet kwijt te raken. Ikonen zijn voor hem een belangrijk concentratiepunt geweest om tot bidden te komen, zelfs in tijden van grote geestelijke en emotionele vermoeidheid. Het is fascinerend om te zien hoe veel steun een gelovige uit de westerse traditie ontleend heeft aan ikonen en hoe zij hem door levenscrises hebben heen geholpen.

Literatuur: Jurjen Beumer, Onrustig zoeken naar God. De spiritualiteit van Henri Nouwen, Tielt (Lannoo) 1996 Michael Ford, Een gewonde profeet. Een portret van Henri Nouwen, Tielt (Lannoo) 2000 Henri Nouwen, In het huis van de Heer. Bidden met ikonen, Tielt (Lannoo) 1991 Henri Nouwen, Eindelijk thuis. Gedachten bij Rembrandts ‘De terugkeer van de verloren zoon’, Tielt (Lannoo) 1996

 

426