Jezus en Menas – Interview met Lidy Schuh

Jezus en Menas – Interview met Lidy Schuh

Daphne van Roosendaal

De brochure ‘Omgekeerd perspectief’ begeleidt de ikoonkaarten die de redactie van het tijdschrift Po-krof uitgeeft bij het 50-jarige jubileum in 2003. Door ikonen kunnen christenen uit het westen kennismaken met uitingen van oosterse spiritualiteit. Drie Nederlandse ikoonschilders werden gevraagd hun medewerking te verlenen aan de uitgave van een unieke set ikoonkaarten. Ze vertelden over het schilderen van ikonen en gaven een toelichting op de ikonen uit de kaartenset. De interviews in deze brochure weerspiegelen hun geestdrift.
Onderstaand publiceren we het interview met een van de drie ikoonschilders: Lidy Schuh.

JezusMenasDe ‘ikoon van de vriendschap’ wordt hij wel genoemd, de ikoon waarop Jezus zijn arm om Menas heenslaat. Schilder van de ikoon, Lidy Schuh: “Deze ikoon geeft mensen het gevoel dat ze niet klein hoeven te zijn.” Het is een van de vele ikonen die ze schilderde. Ikonen zeiden haar weinig, totdat ze ze zelf ging schilderen. Al schilderend en mediterend begon er iets te groeien: “Ik kreeg iets met de figuren op de ikonen.” Als een soort bibliodrama nodigen ikonen uit om binnen te treden in de ikoon: “De monnik op de ikoon, dat ben ik. De ikoon laat zien hoe God nabij blijft door alle moeilijke situaties heen.”

Lidy Schuh, 50 jaar en pastoraal werkster in de parochie Sint Maarten – ’t Zand in Tilburg, lacht als ze wordt gevraagd waarom ze ooit is begonnen met het schilderen van ikonen: “Dat is vrij eenvoudig.” Het ikoonschilderen begon toen de pastor van de Johannes van Damascuskapel, Johan Meijer, die samen met Lidy Schuh en zuster Maria van der Jagt de kleine Johannes van Damascuscommuniteit vormt, een ikoonschildercursus gaf. “De kapel moest aangekleed worden met ikonen en daar heb je ikoonschilders voor nodig. Ik had altijd al iets met tekenen en schilderen en had naar de kunstacademie kunnen gaan. Die creatieve kant van mij bleef onbenut toen ik theologie ging studeren, maar kreeg nu toch vorm.” Voorganger Johan Meijer zelf leerde het schilderen in het Polytechnion in Athene.

Ze zag het ikoonschilderen als een manier om haar kunstzinnige kant een plek te geven. “Ik had niets met ikonen. Het waren plaatjes die me weinig zeiden. Als Johan in de kapel een ikoon kuste, dacht ik ‘dat doe ik dus niet’, maar al schilderend begon er iets te groeien. Ik kreeg iets met de figuren op de ikonen.” De pastorale werkster ging zelf ikoonschildercursussen geven en moest daarvoor leren formuleren wat ikonen haar zelf te zeggen hadden.

Gestileerde rouwdouwers

Voor het Willibrordjaar schilderde ze voor een parochie in Beilen een ikoon van de Heilige Willibrord. Maar hoe schilder je een bisschop en waarom zou je een bisschop schilderen, die, gedreven als hij was om het christendom te verspreiden, overal het evangelie verkondigde, maar even zo gemakkelijk over ging tot geweld als mensen zich niet lieten bekeren? “In heiligenlevens komen de heiligen vaak naar voren als echte rouwdouwers.”
“Toen ik er veel over had gelezen, en al mediterend, besefte ik dat een ikoon het einde van de weg van een mens afbeeldt. Je schildert waar iemand naartoe wil groeien, door alle nukken en zwakheden heen. Je schildert een ideaal, je schildert harmonie en schoonheid. Ik schilderde een gestileerde Willibrord. Ouderwets gezegd is een ikoon een venster op de hemelse werkelijkheid. Als een ikoon de hemelse werkelijkheid laat zien, moet hij toch zeker mooi zijn om naar te kijken.”

Bibliodrama

“In die zin is de ikoon ook het einde van mijn weg. Het is een uitnodiging aan mij om te groeien.” Ikonen van feesten laten de hoogtepunten van het kerkelijke jaar zien. Als een soort bibliodrama nodigen de ikonen de kijker uit om binnen te treden in de ikoon. “Bij de Paasikoon kan ik op de plek van Adam en Eva gaan staan, of op de plek van Jezus. Ik word de ikoon ingetrokken.” De beschouwer moet de ikoon activeren. De schilderes verplaatst zich in gedachten in de figuur van Christus, en stelt: “Als ik die mensen in de onderwereld laat zitten, gebeurt er niets.”

De manier waarop perspectief wordt aangebracht in de ikoon helpt een handje mee: “In een normaal schilderij met een weg naar de horizon, ligt het perspectiefpunt in het schilderij. Ikonen keren dat om: het perspectief ligt bij de beschouwer.” Op de ikoon van Jezus en Menas is dit verwerkt in het evangelieboek dat Jezus vasthoudt. De lijnen lopen naar voren, naar de kijker toe, en komen daar samen. Op de ikoon van Pinksteren is een soortgelijk procédé duidelijker uitgewerkt: “De apostelen zitten rond de tafel in de vorm van een hoefijzer. Onderin dat hoefijzer, waar het open is, sta jij als kijker. Je komt daarmee in de kring te staan.”

Een eeuwig heden

Ikonen vertellen een verhaal. Ze zijn het resultaat van vele eeuwen schilderen, waarbij schilders de elementen waardoor ze geraakt werden opnieuw verwerkten in de ikonen die ze zelf schilderden.
“Een ikoon is liturgie. En in liturgie komen het heden, het verleden en de toekomst samen, waardoor er een soort eeuwig nu ontstaat. Doordat de ikoon is losgemaakt uit tijd en ruimte, kun je er makkelijker instappen. Dat geldt voor mensen van vijf eeuwen terug, maar ook voor mensen die over vijf eeuwen zullen leven.”
Ook op de ikoon van Jezus en Menas is geabstraheerd van ruimte en tijd. Ze staan in een landschap waarvan we niet meer zien dan het gras. Hooguit herinnert de kleding van de twee figuren aan voorbije tijden. “Die doorbreking van ruimte en tijd zie je ook op de Kerstikoon. Daar worden verschillende momenten rond de geboorte van Jezus en verschillende plaatsen tegelijkertijd afgebeeld.”

Van goud

Gouden achtergronden, zoals die op de ikoon van Menas, intrigeren Lidy: “Dan gebeurt er van alles met me. Werkend aan een gouden achtergrond met een agaatsteen achter een glas in lood raam waar de zon doorheen scheen, dacht ik: Lidy, je bent van goud, maar je moet wel gepolijst worden.”
“Het verhaal van de ikoon gaat door in mijn verhaal. Er gebeuren dingen als je aan het schilderen bent.” Het drukke werk staat het niet altijd toe, maar er moet toch geschilderd worden: “Het is van wezenlijk belang: de sfeer van het schilderen, de rust, de contemplatie.”
Het aanbrengen van een goudlaag op een ikoon is een nauwkeurig karwei. De bolus-laag op de ikoon wordt gepolijst met een ruwe borstel, waarna met een goudkam voorzichtig de goudblaadjes worden aangebracht op een natte ondergrond. “Het is heel precies werk, want anders vliegt het dunne goud alle kanten op.” Daarna volgt het polijsten, waarbij het goud millimeter voor millimeter wordt opgewreven, zodat het gaat glanzen.
Het goud op de ikonen is glad en glanst, maar niet te veel. “Je ziet ook dat het wat speelt. Ik ben een perfectionist, maar het lukt mij niet om het helemaal glanzend te krijgen. Maar dat is goed zo, want het perfecte is niet echt mooi. Je ziet jezelf erin.”

‘Zorg ervoor’

Gevraagd naar de meest sprekende ikoon die ze ooit heeft gezien, wijst ze dapper op haar eigen ikonen: “Daar heb ik iets mee. De ikoon van Menas is voor mij heel puur, terwijl het voorbeeld, dat in Taizé is, me niet zo aansprak.” Maar door het schilderen is de thematiek van de ikoon gaan leven. Degene die haar voor deze ikoon benaderde, dacht in eerste instantie dat het ging om een ikoon van de Emmausgangers, vanwege de verbondenheid van de twee figuren op de ikoon en het met elkaar op weg zijn.
Een ikoon die belangrijk is voor Lidy Schuh is een Duitse ikoon die werd geschilderd door Angela Hauser naar aanleiding van de ramp in Tsjernobyl: “Zij schilderde ‘Laat de kinderen tot mij komen’. Op de ikoon is Jezus afgebeeld in een wit gewaad tegen een rode hemel met de kernreactor. Om hem heen staan kinderen met kale kopjes en verdrietige gezichtjes met pleisters erop. Als er een ramp gebeurt, zoek ik steun bij die ikoon. En als er in de parochie iets gebeurt, zoals wanneer een kindje van drieëneenhalf dat het ene moment springlevend is het volgende moment dood is, dan bid ik bij deze ikoon: zorg ervoor. Ik heb er altijd een lichtje bij branden.”

jezus en menas

JezusMenas[LIDY SCHUH] “Het goud speelt op deze ikoon een hele belangrijke rol en de arm die Jezus om Menas, die serieus werk wilde maken van zijn geloof, heenslaat. Veel mensen hebben behoefte aan een arm om hun schouder, zoals Menas. De arm van Jezus is buitenproportioneel lang. Dat is mooi symbolisch: als de arm van Jezus zo lang is, kan Hij er bij mij ook bij.
Menas leefde in de derde eeuw. Hij verdeelde na de dood van zijn ouders zijn bezit en wilde monnik worden, maar door een list werd hij geworven voor het leger. Toen er een christenvervolging dreigde, trok Menas zich terug in de woestijn en werd kluizenaar. Na vijf jaar keerde hij terug naar de samenleving. Tijdens de jaarlijkse ruiterspelen in de stad Cotynaeum liep hij in de pauze in het amfitheater de arena op en schreeuwde de woorden van Jesaja: ‘Ik laat Me zoeken door hen die niet naar Me vragen, Ik laat Me vinden door hen die Mij niet zoeken.’ Hij werd gevangen genomen, gemarteld en onthoofd.

Vertaald naar deze tijd en naar mijn eigen verhaal, gaat dit over de spanning tussen contemplatie en actie; de spanning tussen ruimte voor eenvoudig zijn en de roep van de samenleving met zijn maatschappelijk wapengekletter. Het is een uitdaging om niet in de woestijn te blijven, want er is werk aan de winkel. Dat is niet altijd makkelijk, als mensen van links en van rechts aan je trekken. Ondertussen is de woestijn van wezenlijk belang. Je weg moet je zelf vinden, en ik weet dat ik gedragen word. De monnik op de ikoon, dat ben ik. De ikoon laat zien hoe God nabij blijft door alle moeilijke situaties heen.

Veel mensen die ik in de parochie ontmoet, hebben het moeilijk. Op een of andere manier vinden ze ondersteuning bij deze afbeelding. De ikoon is belangrijk vanwege de nabijheid die hij uitstraalt en als uitbeelding van het gedragen zijn. Op de ikoon slaat Jezus onbevangen zijn arm om Menas heen en duwt hem een beetje naar voren. Dat is bevrijdend voor mij: hier ben Ik, Ik sta achter je, Ik probeer je niet in te klemmen of te claimen.

Het is een Koptische ikoon, waarop de figuren niet de juiste proporties hebben. Wij zijn geneigd bij dat soort lijfjes te denken dat ze mislukt zijn, maar bij God is niets mislukt. Ze hebben grote handen, want met je handen moet je het doen, en grote ogen die je stralend aankijken. Hun monden zijn klein, want je moet niet loslippig zijn. De blote voeten stralen eenvoud uit. Jezus houdt het evangelieboek vast en Menas een rol. Het is alsof Menas een stukje van het evangelie heeft opgepakt en zo het evangelie een vervolg heeft gegeven.

De ikoon mag troost uitstralen, verbondenheid en het gedragen zijn. Het is de arm om de schouder van Menas. Ik heb de ikoon wel gegeven aan mensen die terminaal ziek zijn. Mensen glijden soms weg van het tastbare en kunnen dan wel troost vinden in een ikoon. Veel mensen in een terminale fase liggen maar te liggen en moeten toch een grote sprong gaan maken, weg van hun dierbaren. Dan is het heel goed om een meditatiepunt te hebben dat spreekt van geborgenheid. Deze ikoon geeft mensen het gevoel dat ze niet klein hoeven te zijn, ook al zijn in het evangelie de momenten waarop mensen zich klein voelen juist een ingang voor Godsontmoeting. Bij God ben je welkom, juist in je kleinheid.”

De brochure met de interviews met zuster Delian de Brouwer, Geert Hüsstege en Lidy Schuh kost Euro 2,50 en is evenals setjes ikoonkaarten te bestellen bij de Katholieke Vereniging voor Oecumene, Walpoort 10, 5211 DK ‘s-Hertogenbosch, Tel. 073-6136471 e-mail: www.oecumene.nl.
Een set van 8 kaarten met goudopdruk kost Euro 8,- (excl verzendkosten).

 

204