Zoekend naar ruimte

Zoekend naar ruimte

Interview met Piet van der Heide

Toen en nu (Auteur: Piet van der Heide)

Enige tijd geleden reisde ik per sneltrein van Gouda naar Arnhem. Een aangenaam zonnetje en het monotone geluid van de trein maakten mij wat slaperig, met als gevolg dat ik het station Arnhem voorbij liet gaan. In de buurt van Elst kwam ik weer tot mijn positieven, nog juist op tijd om daar uit te stappen. Ik nam, in afwachting van de trein naar Arnhem, aan de overzijde van het perron op een bankje plaats. En laat mij daar, uit de veelheid van geluiden een stem vernemen die mij de oren deed spitsen. Het was een jonge vrouw, die zingend op mij toekwam en wat zij zong, was een lied dat ik al vele jaren koester om zijn waarlijk klassieke schoonheid: ‘Het schaap heeft slaap, de koe is moe… enz’

Getroffen zag ik de zangeres aan. ‘Hoi Piet’, zo sprak ze, ‘hoe gaat het met je? Op stagebezoek geweest? Ken je me nog: Mieke. Les van je gehad in Pabo 2. Ik sta al weer een paar jaar voor de klas. Heerlijk! En mijn kinderen zingen dat liedje hoor. ’t Kwam gelijk bij me boven toen ik jou zag. Nog steeds in het onderwijs of doe je wat anders?’ Mijn trein naar Arnhem maakte abrupt een einde aan onze ontmoeting. Ik kon haar nog toeroepen dat ik geen les meer gaf aan de Pabo.

piet8Wat ik wel doe? Al geruime tijd ben ik geboeid door ikonen. En nu ik niet meer aan de Pabo verbonden ben, kan ik een belangrijk deel van mijn tijd besteden, beter gezegd ‘wijden’, aan deze heilige voorstellingen. Ik doe dit door de ikonografie en de daaraan ten grondslag liggende theologie te bestuderen en ook door zelf ikonen te schilderen. Dat laatste valt niet mee.
Het is een lange en soms moeilijk begaanbare weg. Maar wat is het heerlijk om in deze traditie te mogen ronddwalen en ook mensen te ontmoeten die de weg wijzen.
Ik ben dus echt van koers veranderd. En toch zou je kunnen spreken van een doorgaande lijn. Want lang geleden, als onderwijzer in het lager onderwijs werkzaam, vond ik het heerlijk om in alle rust na schooltijd een gedichtje of liedtekst op het bord te schrijven. In schoonschrift, jawel. En laat er nu ook sprake zijn van ‘ikonen schrijven’! Deze woordkeus is betekenisvol. Ze legt de nadruk op het lineaire karakter van de ikoon, op de lijnen die met overtuiging en met spankracht, dansend als arabesken op het paneel worden geschilderd. Kalligrafisch bijna, maar wel goed leesbaar, want de boodschap moet overkomen!

pieterhodigitriaOok maakte ik in die tijd graag een bordtekening bij een bijbelverhaal. Wat waren de kinderen verrast als dat saaie, zwarte schoolbord de volgende morgen een vrolijk licht uitstraalde, dankzij de met wit krijt gemaakte tekening. En nu? Nog altijd teken en schilder ik bijbelse personen en gebeurtenissen. En ook in de ikonen is er het licht dat ik laagje na laagje en in toenemende intensiteit opbreng.
En nog steeds zijn er de verhalen. Ging het vroeger over Mariken en Beatrijs, nu vertel ik graag het verhaal van de Moeder Gods van Kazan, een ikoon die lange tijd onvindbaar was. Maar een jong meisje vindt de ikoon onder het puin van een ingestort huis. Maria had haar de vindplaats bekendgemaakt. Soms delven kinderen op wat ouderen zijn kwijtgeraakt.
Voortekening: Moeder Gods Hodigitria

piet10Een doorgaande lijn die loopt van mijn werk als onderwijzer en leraar naar mijn ‘vrije’ werk als schilder van ikonen? Ik vind van wel, zij het dat typisch schoolse activiteiten niet in dit perspectief te plaatsen zijn. Dat is maar goed ook. Je gooit het roer om of niet! Alhoewel ik sinds enige tijd toch ook weer les geef – maar nu in het schilderen van ikonen…

Zoekend naar ruimte (Redactie / Kees van Veen)

piet1‘Dan moet je dit krantenartikel eens zien: Zo’n Beckham, die als een stralende figuur, in witte kleding en vanuit een laag standpunt gefotografeerd, als het ware uit de duisternis van de catacomben oprijst! En die koptitel erbij! Dat rijmt toch op de ikoon van de Opwekking van Lazarus! Als je zoiets laat zien aan scholieren, dan begrijpen ze onmiddellijk wat je bedoelt…’
Piet van der Heide is de didactiek niet kwijt. Leraar Nederlands aan de Pedagogische Academie af, schildert hij nu ikonen, maar geniet er nog steeds van om pakkende leerstof aan te bieden: ‘Ik heb nog wat gedichten meegenomen, wat schetsen en foto’s, en misschien kun je dit artikel ook wel gebruiken.’ Het grappige is dat Piet wat aarzelend en zoekend overkomt, maar al snel blijkt dat het hem heel duidelijk is waar het hem om gaat.

Lazarus

piet4‘Ik vind dat zo’n prachtige ikoon!’, vertelt Piet enthousiast. ‘Toen mijn vader overleed, begon die afbeelding mij enorm te boeien. Je wordt in zo’n periode sterk bepaald bij leven en dood. En die afbeelding zegt dan zoveel meer dan woorden. Willem Barnard heeft eens geschreven: wat je niet kunt geloven, moet je vieren. Met andere woorden: wat je niet kunt bevatten, moet je maar loslaten met je ratio. Als je de ikoon bekijkt, dan zie je dat er een sterke spanning is tussen Jezus en Lazarus, tussen leven en dood. Jezus’ liefde roept Lazarus tot leven en dat is tegelijk een appel aan jou en mij.

Ik heb de voortekening voor deze ikoon gemaakt bij Bernhard Frinking. Hij is lid van de orthodoxe kerk. Ik vind hem een echt wijze man. Hij is voor mij als een geestelijk vader -ik laaf mij aan het vele dat hij op theologisch en ikonografisch gebied te bieden heeft. Maar ook schildertechnisch is hij mijn grote leraar. Frinking legt grote nadruk op lijnvoering. In de tekening vallen de beslissingen en worden de details uitgewerkt. Dan kan het gebeuren dat het tekenen meer tijd vraagt dan het schilderen. Ik ben ooit een week lang bezig geweest met de plooien in het gewaad van koning David! De lijnen die Frinking zet, daar zit zoveel spankracht en vitaliteit in – ik zie dat ademloos aan.

piet3Bernhard Frinking vertelde ons tijdens de eerste cursusweek dat we maar moesten beginnen met ritmogrammen te tekenen. En dus was het beginnen bij nul. Dat is echt fantastisch, dat je weer helemaal leerling kunt zijn. Inwendig ga je daar wel tegen in protest, maar toch doe je het. Dat is een geweldige leerschool geweest. En het is ook heel bijbels: ‘Neig uw oor en luister!’

Ruimte voor gebed

Oorspronkelijk is Piet van gereformeerde huize. Tegenwoordig is hij verbonden aan een SamenOpWeg-gemeente en aan het interkerkelijk Stadspastoraat van Arnhem. Piet: ‘Ik ben begonnen met ikoonschilderen in Huissen, en nu schilder ik voor het zevende jaar bij Frinking. In het begin moest ik erg wennen aan het orthodox kader van zijn cursus, maar langzamerhand kreeg ik er meer affiniteit mee. Vooral door de avondbijeenkomsten, waarin je met elkaar praat over de traditie en over bijbelse figuren en verhalen. Op een gegeven moment zing je mee en sta je tijdens de liturgie even lang als de anderen. Soms mis ik dat thuis zelfs’.

piet5Kunnen we verwachten dat je op een gegeven moment orthodox wordt?
‘Ach’ lacht Piet, ‘ik ben verbonden met mijn eigen traditie. Wel een traditie waarin weinig ruimte is voor mystieke beleving. Ik vind het juist wel leuk om mensen daar kennis te laten maken met ikonen. Dat kan toch helend zijn -een plek in de kerk waar je een kruisje kunt slaan en waar je een tijdje kunt mediteren’.

Hoe komt het dat je toch zo aangetrokken wordt door ikonen?
‘Ik heb minder binding met beelden van gips of van hout. Die zijn zo onontkoombaar. Ikonen zijn transparanter, verwijzen meer. ’t Gaat immers niet om de ikoon zelf en zo voel ik meer ruimte voor gebed. Misschien spelen de kleuren en het goud een rol. Maar het belangrijkste blijft voor mij toch dat er ruimte overblijft. Het gaat er om dat je geïnspireerd wordt door de ontmoeting met de heiligen. Ook het schilderen zelf is een vorm van ontmoeting. Het leven is hier en het is elders. En ikonen zijn intermediair’.

piet7Hoe probeer je ruimte te creëren als je een ikoon schildert?
‘Bij de ikoon van Lazarus (zie boven) heb ik geprobeerd om in de compositie het bovendeel wat open te houden. Dan ontstaat er ruimte voor de relatie tussen Vader en Zoon. Het is waar dat in ikonen veel vastligt. Maar als je schildert hoef je niet alles even sterk te benadrukken. Ook de kleurkeuze kan openheid opleveren. Je blijft natuurlijk wel binnen de traditie, maar pigmentkeuze en het meer of minder uitwerken van lichtvlakken geven je toch meerdere mogelijkheden.

Nieuwe energie

‘Mijn eerste ikoon was een Nikolaas. Later ben ik met grote aarzeling begonnen aan het gelaat van Christus. Dat voelt toch anders. Ik vind ikoonschilderen soms erg confronterend en ik voel soms ook een diep verdriet.’

Verdriet?
‘Ja, als je je realiseert hoe gebroken het leven soms is. Als je niet aan je bestemming komt. Je voelt dat tekort soms zo sterk. Droefenis lees je ook in het gelaat van de heiligen. Maar de ikoon toont meer: de heiligen weten van verdriet én vreugde. Zij getuigen ook van Pasen. Daarom vreugdevolle droefenis, en zelfs wat men wel noemt ‘de vreugde der tranen’. In het navolgen van Jezus wil ik ook die vreugde proeven en doorgeven. Hij dronk tenslotte toch ook een goed glas wijn met zijn vrienden?’

piet6Schilderen en zingen zijn heel belangrijk geworden in mijn leven. Het levert allebei vreugde op, maar werkt niet hetzelfde. Ik zing in koren – vaak Russische muziek – en dan krijg je onmiddellijk nieuwe energie. Dat is heel direkt. Bij ikoonschilderen duurt dat veel langer – als ik begin is het vaak loodzwaar, ik voel dan een hele hoge drempel. Maar als een ikoon eenmaal gewijd is, dan is er zo’n diepe dankbaarheid! Dan is de ikoon ook niet meer van mij, maar van de kerk’.

Heeft het ikoonschilderen je veranderd?
‘Ik denk het wel. Ik geloof dat ik het meer in soberheid zoek tegenwoordig. Ik saneer meer, voel meer rust en stilte in mijzelf. En weet je – sommige dingen van vroeger en nu zijn zo in elkaar geschoven. Ik kan me herinneren dat mijn grootvader vroeger na de maaltijd zijn deel van de tafel zorgvuldig schoonmaakte en alle plooien van het tafellaken gladstreek. Dan nam hij de door een geborduurd omslag beschermde bijbel van de schoorsteenmantel, opende het boek bedachtzaam en las op melodieuze wijze. Reciterend zou ik nu zeggen, bijna zingend. Eerbiedig – en in mijn herinnering uiterst traag – sloot hij het boek en legde het, na het soms vluchtig gekust te hebben, weer op zijn plaats. Dit lijkt sterk op wat er bij de ikonen in de orthodoxe traditie gebeurt. En dat ontroert mij diep.

228