Kloosters in Kreta – deel 2

Kloosters in Kreta – deel 2

Otto Tissing

Om Byzantijns Kreta enigszins te leren kennen is een bezoek aan het Historisch museum in Iráklio zeer aan te bevelen. Het haalt bij lange na niet de bezoekersaantallen die het Archeologisch museum dagelijks noteert, maar de collectie fresco´s, evangelieboeken, kerkelijke attributen, munten, zegels en juwelen laat zien dat het eiland op cultureel gebied meer te bieden heeft dan koning Minos en zijn Knossos.

Aansluitend is een bezoek aan het prachtige ikonenmuseum in de kerk Agía Ekateríni natuurlijk een must. Het is een kwestie van smaak, maar voor mij zijn de daar tentoongestelde panelen van Michaél Damaskinós – beweeglijk en verstild tegelijk – een hoogtepunt. Als u wat meer dan oppervlakkige interesse toont, komt de filakas (oppasser) van het museum graag naast u staan om deze renaissancewerken aan te prijzen. Bij hem kocht ik een heel nuttig boekje ‘Monasteries and Byzantine memories of Crete’, in af en toe grappig Engels geschreven door Níkos Psilákis. Echt een aanrader, die overigens ook in de grote kloosters te koop is.
Het aantal kloosters op Kreta, bewoond of verlaten, is opmerkelijk groot. Psilákis beschrijft in zijn boek ruim honderd. Men ontkomt er dus niet aan een keus te maken…

6 – Moní Gouverniótisas

1-Gouverniotisa-ExternOver de weg naar de Lasíthi-hoogvlakte zoeven de huurauto’s en bussen naar boven, op weg naar de windmolens die er al sinds lang niet meer staan. Weinige slaan even af om het verlaten Gouverniótisa te bezoeken. Het klooster is een ruïne waarvan de kerk in goede staat is bewaard gebleven. De gebouwen met de vroegere woonvertrekken staan op instorten of hebben dat al gedaan. Een oude filakas heet ons vriendelijk welkom. Kennelijk heeft deze dorpeling toestemming om een kleine vergoeding te vragen en de kerkdeuren voor belangstellenden open te houden.
Gouverniótisa is werkelijk bejaard; het bestond al in de 13e eeuw. Je ziet er nog de oude bakovens en de cellen waarin de monniken sliepen. Het interieur van het kruisvormige kerkje is versierd met prachtige 14e eeuwse muurschilderingen. Deels zijn ze nogal beschadigd of op een andere manier verdwenen, maar de restanten zijn levendig en eerlijk Byzantijns. Heel verrassend: de Pantokrator in de koepel wendt Zijn blik af. Het is of Hij zich schaamt voor de vervallen staat van dit klooster.

7 – Moni Kerás Kardiótisas

2-Kardiotisa-ChrVaandelEen tiental kilometers hogerop voert de weg naar Lasíthi, rijk aan haarspeldbochten, langs een klooster dat aanzienlijk meer bezoekers trekt: Kardiótisa. Het is een plaats waar in onze beleving heiligheid en banaliteit hand in hand gaan. Het is er banaal omdat – ondanks de bordjes waarop men verzocht wordt decent gekleed te gaan – er bezoekers worden toegelaten die zo te zien bijna rechtstreeks van het strand hierheen zijn gekomen. Het is er heilig omdat het klooster in het bezit is van een wonderdoende ikoon met een miraculeuze geschiedenis. Dat laatste wil althans de legende.

De bewuste ikoon – naar zeggen geschilderd door de H. Lazaros – is de Panagía Kerá of Alheilige Vrouwe, die twee maal door de Turken is gestolen, maar beide keren terugkwam. Nadat de geroofde ikoon de eerste keer op onverklaarbare wijze wist te ontsnappen en weer in het klooster verscheen, stalen de Turken haar andermaal en bonden de ikoon in Istanbul met een ijzeren ketting aan een zuil. Maar, o wonder, de Panagía ontsnapte wederom en keerde terug naar Kardiótisa, ketting en zuil met zich voerend.

Als deel van de ikonostase in de toch wat sombere kerk wordt de Panagía Kerá door vele gelovige bezoekers vereerd, en dat zijn waarlijk niet alleen maar Grieken. De ketting die de ikoon meedroeg hangt ernaast en ook dit relikwie mag zich verheugen in een grote verering. Midden in de kloostertuin staat de zuil, merkwaardig genoeg onopgemerkt door de talloze bezoekers.
Nog een opvallend aspect van Kardiótisa: het is tegenwoordig een nonnenklooster, maar een monnik verkocht ons de toegangskaartjes.

8 – Moní Kremastón

3-Kremasta-HofHet klooster Kremastá ligt aan de oostelijke toegangsweg tot Lasíthi, op korte afstand van Neápoli. Naast de poort hangt een briefje waarop je vriendelijk verzocht wordt aan het belkoord te trekken ten teken dat je er bent. Op de plezierige binnenplaats worden we verwelkomd door een bescheiden jonge non die ons meeneemt naar de kerk. Het is er zeer intiem en de ikonostase is prachtig, met een indrukwekkende Moeder Gods en Pantokrator. In een onverstaanbaar soort Engels steekt de non een verhaal af, wijzend op de verschillende voorwerpen. Ik toon interesse door haar een vraag te stellen over de rij feestikonen in de ikonostase. Vanachter de grote brillenglazen kijken haar vriendelijke ogen mij niet-begrijpend aan. Ik probeer het in het Grieks. Ook dan komt mijn vraag niet aan, maar dat ligt natuurlijk niet aan haar. Ten slotte neemt ze ons mee naar het gastenverblijf en biedt ons een sweet aan. Eindelijk verstaan we haar.
Nog even ga ik terug naar het ongedwongen kerkje, waar het niet moeilijk is de zoom van de eeuwigheid aan te raken.

9 – Moní Aretíou

4-Areti-MG-KapelTen noorden van Neápoli vinden we het hooggelegen Aretí in een wild en verlaten landschap. De hemel is grijs van de laaghangende wolken – niet altijd schijnt op Kreta de zon – en dat zal er mede de oorzaak van zijn dat rond dit klooster een wat mysterieuze sfeer hangt.
De kerk is met dit weer aardedonker, we zien bijna geen hand voor ogen. Aretí is momenteel verlaten, maar wordt gerestaureerd opdat het in de nabije toekomst weer bewoners zal trekken. Buiten jagen mistflarden door de kloostertuin; het is koud. We horen mensen praten, maar zien er geen. Ik ontdek op het terrein een kapelletje waarin het opmerkelijk licht is; een teken van de Moeder Gods daar in de hoek dat we toch welkom zijn?
Het zicht is slechts een paar meter als we over een smalle weg al kronkelend en draaiend weer afdalen naar de bewoonde wereld. Er is Iemand die over ons waakt.

10 – Moní Kapsás

5-Kapsa-VoorloperPal zuidelijk van Sitía, tegen een berghelling aan de Libische Zee, ligt Kapsá. De ligging van dit 15e eeuwse complex is prachtig en dat is ook meteen zijn grootste aantrekkelijkheid. De nonnen huizen er op een bloemenrijk binnenplaatsje en bedrijven een minuscuul en donker winkeltje waar ze hun boekjes en ansichten verkopen.
De half in de rotswand gebouwde kerk heeft de sfeer van een grot en is gewijd aan de Voorloper. Aan de wand een donkere, maar imposante ikoon van de heilige. Ondanks al het aardse krijg je hier, waar weinig bezoekers komen, toch het gevoel dat de hemel niet ver weg kan zijn.

11 – Moní Toplóu

Het uiterste oosten van Kreta is lang niet zo rijk bedeeld met kloosters als de westelijke uithoek. Toch vind je hier een uniek juweel, stug en afwerend, dat geen rechtgeaard ikonenminnaar mag overslaan. Als je Toploú niet bezocht hebt, mis je een heel bijzondere ervaring.

6-Toplou-GrootZijtGijOm de grote drukte te mijden zijn we al vroeg op pad. Op de plek waar de weg naar het klooster aftakt van de route Sitía – Palékastro, heeft de uitbater van het lokale restaurantje een groot spandoek opgehangen waarop hij meedeelt dat dit een Biergarten und Bauernstube is. Dit soort uitingen doet doorgaans het ergste vrezen voor wat ons te wachten staat, maar deze keer valt het mee. We bestijgen een plateau waarop wat de natuur betreft karigheid troef is; een eldorado voor de geiten die je hier overal ziet. In de verte ligt een fort, voorzien van hoge muren en een toren. Een bastion in een ongenaakbaar landschap. Het is het klooster dat men Toploú noemt, maar eigenlijk Akrotirianí heet. De huidige naam stamt uit de Turkse tijd, toen het klooster nog voorzien was van een kanon – ‘top’ in het Turks – om zich tegen invallende piraten te verdedigen.
Net als eertijds betreedt men het klooster door twee achter elkaar gelegen poorten, waarvan de laatste voorzien is van een ‘moordenaarsgat’ waardoor kokende olie en vloeibaar lood op belegeraars gegoten kon worden. Vandaag de dag worden op deze plaats de prentbriefkaarten uitgestald en verkoopt een caissière ons vanachter een wankel tafeltje de toegangsbewijzen.

Van een tuin is geen sprake binnen deze vesting; een klein plaatsje volstaat. De vloer is een van kiezels gelegd kunstig mozaïek. Een lage deur geeft toegang tot de kleine, mystiek donkere kerk. De ikonostases in de beide beuken zijn bescheiden, maar herbergen werkelijk indrukwekkende ikonen van Christus en de Moeder Gods.
Voor míj ligt het hoogtepunt van dit bezoek bij een ikoon ‘Groot zijt Gij, o Heer’ geheten. Het is werk uit 1770 van Ioánnis Kornarós. In liefst 57 taferelen, die op ingenieuze wijze in elkaar overlopen, heeft de schilder een gebed van Sofronios, patriarch van Jeruzalem, in bijbelse scènes afgebeeld. Werkelijk honderden menselijke figuren zijn op de ikoon te ontdekken. Kornarós was pas 25 jaren oud toen hij dit spectaculaire meesterwerk schiep.
De kerkruimte gaat als vanzelf in het museum over. De rijkdom aan religieuze kunstschatten doet je hier de adem benemen. De muren hangen vol met ikonen, de een nog boeiender dan de ander en alle liefderijk gerestaureerd. De alleroudste panelen staan in vitrines. Dat het geheel een beetje een allegaartje is, doet er niet toe. Een deels door brand vernietigde, maar nog immer ontroerende Glykofiloúsa doet mij realiseren dat de geschiedenis van Toploú er een is van dood en verwoesting. Vele malen is het klooster geplunderd en werden de monniken vermoord omdat ze zich verzetten tegen vreemde overheersing, tot in de Tweede Wereldoorlog toe.

Voor we vertrekken, bezoeken we nog even de winkel. Hier komt de toch wel zakelijke sfeer die het klooster uitstraalt het sterkst naar voren. Naast oprecht religieus werk worden boeken aangeboden over alle toeristische trekpleisters van Kreta, en dat in alle talen. Er is een keur aan nieuwe ikonen te koop, “in het klooster geschilderd” zegt een bordje. Het kunstmatig aangebrachte craquelé doet mij rillen. Waarom toch gaat zo’n achtenswaardig klooster als Toploú op de knieën voor de smaak van de massa?

 

296