Het heiligdom van de aartsengel Michaël op het eiland Thasos

Het heiligdom van de aartsengel Michaël op het eiland Thasos

Wim van Loon

Aartsengel Michael zelf kijkt via zijn ikoon toe. Terwijl ik achter mijn computer denk over het wonder dat hij zo’n 900 jaar geleden heeft verricht, voel ik zijn beschermende blik in mijn rug. Wat dat wonder is? Het is het brengen van een boodschap aan een kluizenaar, genaamd Loukás, en het slaan van een bron op een hoge, waterloze rots. Op deze rots staat nu het prachtige nonnenklooster Archangélou Michaíl (van de Aartsengel Michael).
De ikoon waarop het wonder is afgebeeld geniet er grote verering. Ze trekt duizenden pelgrims.

michaelMijn gedachten gaan terug naar een zomerse dag op het Griekse eiland Thasos. We rijden over een stille weg langs de westkust naar het zuiden, naar het Michaelklooster. Het uitzicht is geweldig. Aan het einde van de eindeloze zee zie ik de Heilige Berg Athos. Het klooster is een metóchi (een afhankelijk kloostergoed) van het Athosklooster Filo-théou en, volgens de abdis, zuster Efremía, de oudste Athosdependance in Griekenland. Het klooster(leven) bloeit en er wonen ongeveer 25, veelal jonge, nonnen. De plek waar de kluizenaar Loukás zich uit de wereld terugtrok om een eenzaam en asketisch leven te leiden en waar hij Michael ontmoette, heeft blijkbaar een grote aantrekkingskracht op jonge vrouwen (en op bezoekers).

De engel en Loukás

lucasDe engel vroeg Loukás op de eenzame plek een kerk te zijner ere te bouwen en hij deelde kluizenaar tegelijkertijd mee, dat hij over drie jaar zou sterven. Om zijn verschijning kracht bij te zetten sloeg Michael met zijn staf op de rots, zodat er water uit opborrelde. Loukás bouwde de kerk op deze plaats en hij stierf, zoals de engel voorspeld had, drie jaar later. Het heilige water werd een geneeskrachtige wijwaterbron, bekend tot in de verre omtrek.

Van de ontmoeting van de Heilige Loukás met de aartsengel bestaat een moderne ikoon. De krijgshaftige Michael heeft het water te voorschijn geslagen en Loukás kijkt op zijn knieën toe, vol nederigheid over zoveel macht. Op een oudere, achttiende eeuwse ikoon (de ‘wonder doende’, trekpleister voor pelgrims) ligt een verslagen Turk onder Michaels voeten. Het wonder van het heilige water wordt op vier kleinere scènes onderaan de ikoon afgebeeld.

De afbeelding verwijst naar de poging van drie Turken om na de val van Konstantinopel (1453) de bron te vergiftigen. Ze waren jaloers op de enorme aantrekkingskracht van het geneeskrachtige water en op de toewijding van de grote aantallen christenen die van alle kanten toestroomden. De poging mislukte, omdat de bron opdroogde en naar een grot bij de zee verdween. De aartsengel doodde vervolgens de drie daders en toonde aan de pelgrims de nieuwe plaats van de bron. De grot was vol licht en rook overheerlijk. Sindsdien, zo gaat het verhaal, zoeken de gelovigen bij problemen en ziekten hun toevlucht tot de kerk en het heilige water.

Klooster

thasosDe verering van de aartsengel is ook nauw verbonden met een kostbare relikwie die het klooster bewaart. Dit relikwie, een deel van de nagel die de rechterhand van Jezus had doorboord, was een geschenk van de Byzantijnse keizer Nikiforos Votaniatis (11e eeuw) aan het genoemde Filothéou. Michael had de nagel naar zijn heiligdom op Thasos laten verdwijnen ter bescherming van de eilandbewoners. Om het waardevolle kleinood te behoeden, en ter ere van de kerk van de Heilige Aartsengel Michael, stichtten in 1974 nonnen op deze plek een klooster. Het ziet er vriendelijk uit en vanaf de kloosterhof, die gesierd is met bloem-potten vol bloeiende bloemen, is er een weids uitzicht over zee.

De nonnen hebben filoxenía (gastvrijheid) hoog in het vaandel en ze ontvangen dan ook veel bezoekers. De toeloop nam in de loop der jaren zulke vormen aan, dat nieuwe gebouwen (bibliotheek, werkplaatsen en gastenverblijven) bijgebouwd moesten worden. Er was zelfs een grotere kerk nodig, omdat de oude te klein werd. Het gehele complex moet een plek van rust en vrede zijn voor alle mensen die het moeilijk hebben in het harde dagelijkse bestaan, zo zegt abdis Efremía. Maar die bescheiden wens is helaas niet altijd te vervullen, denk ik, wanneer ik uit een bus weer tientallen lawaaierige pelgrims zie stappen.

197