Mozaïeken van Istanbul 1

Mozaïeken van Istanbul 1

Otto Tissing

Het dakterras van ons hotel biedt een wijds uitzicht over de Zee van Marmara, met op de voorgrond de daken van Oud-Istanboel. Rechts de indrukwekkende Blauwe Moskee met haar zes ranke minaretten en links een plompe roodbruine kolos, weggedoken tussen zijn aangeplakte gebedstorens: de Hagia Sofia. Het is natuurlijk geen vergelijk: een zestiende eeuwse moskee en een kerk die duizend jaar ouder is. Zo grandioos als het panorama is, zo teleurstellend is het ontbijt; we trekken dus maar gauw de stad in, verlangend die kerk van de Heilige Wijsheid van binnen te bekijken. Een kerk is het overigens al een hele tijd niet meer. De Hagia Sofia heeft eeuwenlang als moskee gediend –vandaar die minaretten– en sinds Atatürk is zij een museum.

Voor de poort staat een rij waarvan het einde niet te zien is. We lopen dus eerst maar eens om het gebouwencomplex heen. Vooral aan de achterkant valt op hoezeer het exterieur van de Hagia Sofia aan een fabriek doet denken. Toch zie je de prestatie van de bouwmeesters er wel aan af. Hoe solide het gebouw verder ook oogt, het is verbazend dat de enor-me, wel erg platte koepel in de vijftien eeuwen van zijn bestaan nooit is ingestort. Een toeristisch boekje dat ik bij een oud baasje kocht, zegt het in een koddig en vaak moeizaam Nederlands zo: ‘Zelfs in de tijdperken dat de grootten, technieken en bouwmaterialen veel ontwikkelingen toonden, werd de werkelijke wonder: Aya Sofia met zijn koepel (gewelf) meer als 31 meter doorsnee, waarvan de deskundigen nu nog moeite hebben om te begrijpen hoe dit gebouwt werd, niet herhaald.‘
Maar voor de buitenkant zijn we niet gekomen, dus aansluiten maar achter aan de rij.
En dan staan we binnen en we vragen ons als eerste af waar al de toeristen zijn gebleven die voor ons naar binnen gingen. De ruimte is immens. Vooral de kleine ramen creëren een mystiek clair-obscur. Hoog boven ons zweeft de koepel. Ontzag overvalt me. De Hagia Sofia moet in de tijd van haar ontstaan een wereldwonder zijn geweest. En daarboven, achter een overigens prachtige kalligrafische inscriptie, zit mogelijk een Pantokrator verborgen. Treffende symboliek: Christus is ongezien aanwezig.

Istanbul-1Dan worden onze ogen getrokken naar het gouden mozaïek van de Moeder Gods met het Christuskind in de apsiskoepel [links]. Het staat in de spotlights en dat is nodig ook, want het is daar hoog en donker. Mij valt op dat Christus er zo ontspannen bij zit; een knaap al, behaaglijk op moeders schoot.
Nadat we ten slotte de grote ruimte geheel ‘beleefd’ hebben, bestijgen we de helling die naar de galerijen leidt. Het kost enige moeite om boven te komen want het lijkt wel of gelijk met ons iedereen op het idee kwam zich te verplaatsen. Wat een benauwende drukte in die glooiende corridor.

Istanbul-2Eenmaal boven ontdekken we achter een marmeren doorgang de meest bekende deësis ter wereld [rechts]. Het mozaïek is zwaar beschadigd en is, behalve door zijn grootte, misschien ook wel daardoor zo indrukwekkend. Mijn boekje zegt ervan: ‘Maria en Johannes doper smeken Christus om de zondigen op de dag des oordeels naar de hemel te zenden. […] Jezus heft zijn ene hand omhoog en met zijn andere hand houdt hij de bijbel vast. Een groot realisme straalt uit de triestheid in de gezichten van de drie figuren.’
Inderdaad, de Moeder Gods en de Voorloper – wat een bewogenheid. En zoals Christus de beschouwer aanziet… Hier besef ik eens te meer wat ‘het onzegbare’ betekent. Voorzover dat althans te beseffen valt. Rondom ons verdringen zich de medetoeristen. Hoeveel van hen kijken slechts naar kunst, en hoeveel zien meer?

Istanbul-3Even verderop staan we voor de zogeheten keizermozaïeken. Johannes II Komnenos en zijn vrouw Irene [links] flankeren de Moeder Gods en Christus Emmanuel. De keizer met het bijschrift Porphyrogennetos: de in purper geborene, de blonde Irene met haar titel: Avgousta. Alle vier staan ze er ietwat verwezen bij. De zeggingskracht van dit werk is veel minder dan bij de deësis. Komt het omdat hier mensen zichzelf uitbeelden samen met het hemelse? Het afgezonderde portret van hun zieke zoon ernaast geeft daarentegen wel heel aangrijpend het lijden van een stervend kind weer.

Istanbul-4Een paar stappen verder vinden we het mozaïek van keizerin Zoë en haar man Konstantijn Monomachos. De keizerin trouwde drie maal, dus liet zij tweemaal het gezicht van de keizer omwerken tot dat van haar nieuwe echtgenoot. Beiden knielen devoot voor Christus, die op een troon tussen hen in zit. Met zijn grote ogen kijkt de Zoon [rechts] een beetje weg, net of zijn gedachten elders verwijlen. Mijn boekje vermeldt: ‘Christus zit in een donkerblauwe (navy-kleurige) en in een simpele gewaad op een kussen van een rijk versierde troon, Christus heft zijn ene hand omhoog en maakt een zegeningsgebaar en met zijn andere hand houdt hij een plaat vast waarop een versierde kruis te zien is.’

Istanbul-5Als we de Hagia Sofia verlaten keren we ons nog even om. Boven de deuren van wat nu de uitgang is, valt nog één laatste meesterwerk te bewonderen: de keizers Konstantijn en Justinianus bieden Christus en de Moeder Gods symbolisch hun stad (Konstantinopel) en kerk (Hagia Sofia) aan [rechts boven]. Op sublieme wijze is in het gelaat van de Moeder haar compassie met de mensheid weergegeven. De Zoon zegent ons. Met hernieuwde geestkracht zetten we ons bezoek aan Istanboel voort.

172