Mozaïeken van Istanbul 2

Mozaïeken van Istanbul 2

Otto Tissing

De Chorakerk – Aan een bekoorlijk pleintje staat een kerkgebouw dat aan de buitenkant absoluut niets heeft van de indrukwekkende Hagia Sofia. Het is klein, ziet er wat smoezelig uit en ertegenaan is een matig onderhouden minaret geplakt. Toch is alleen al de Chorakerk – officieel: Onze Heiland in Chora – een bezoek aan Istanboel waard. Want eenmaal binnen vind je hier de fraaiste Byzantijnse mozaïeken en fresco’s ter wereld.
Een eerdere kerk werd al in vroege tijden gebouwd als onderdeel van een buiten de stadsmuren gelegen klooster (chora betekent: platteland). In de eeuwen erna breidde de stad zich sterk uit en slokte ze klooster en kerk op.

De Chorakerk verviel in de loop van de tijd, maar zij werd rond 1100 herbouwd door Maria Doukas, de schoonmoeder van keizer Alexios I Komnenos. Tijdens de plundering van Konstantinopel door de kruisvaarders in 1204 bleef de kerk op wonderlijke wijze gespaard. Nadien was zij in gebruik als huiskapel van het nabijgelegen Blachernepaleis. In die periode liet de kanselier Theodoros Methochites de mozaïeken en fresco’s aanbrengen waarvan wij ook nu nog met oog en hart kunnen genieten.
Van het klooster is tegenwoordig niets meer over, maar de Chorakerk is in 1948 een museum geworden, nadat zij vier eeuwen als moskee diende. En het moet gezegd dat de Turken na de val van de stad de heilige christelijke kunstwerken niet bruut vernielden, maar ze keurig wegwerkten achter een laag pleisterkalk.

Chora-1Bij binnenkomst kijkt een strenge Pantokrator op ons neer en worden we een paar stappen verder gezegend door een wat milder ogende Tronende Christus, die hoog boven de deur van de isonarthex een miniatuurmodel van de kerk krijgt aangeboden door Methochites [afbeelding links]. De Godsgezanten Petrus en Paulus [afbeelding links] nodigen ons vanaf hun zuilen de hoofdruimte binnen, alwaar de blik meteen valt op de Moeder Gods met Christuskind [afbeelding midden]
en we boven de toegangsdeur een ander subliem mozaïek vinden: het Ontslapen van de Moeder Gods [afbeelding rechts].

Chora-2 Chora-3 Chora-4

Mijn (uit het Turks vertaald) gidsje zegt hierover: ‘Christus die een lange tijd voor zijn moeder gestorven is, herrijst weer levendig op de aarde en neemt het ziel van zijn moeder in de hemel.’

Chora-5Dan keren we terug naar de isonarthex, waar een keur aan scènes uit het leven van de Moeder Gods ons tegemoet straalt. Haar geboorte, haar opdracht in de tempel, de aankondiging, de zo aandoenlijke knuffelpartij met haar ouders [afbeelding links] en ga zo maar door.
Het gidsje: ‘Om de lichamen plastische indruk te geven, heeft men de proportien een bij negen gebruikt, […] dus het lichaam is negen maal zo lang als het hoofd. Op deze manier kon men langere en elegante figuren personen afbeelden. De strenge en afschrikkelijke uitingen in de portretten uit de Middeleeuwen zijn opgegeven en werden meer menselijke, lieve warme, levenswaardige en vriendelijke Christus figuren gebruikt.’

Chora-6In een van de twee koepels vinden we Moeder en Zoon omringd door haar voorouders, van David tot Salathiel. De andere koepel laat de Christus Pantokrator zien, omgeven door zijn voorvaderen, vierentwintig in getal [afbeelding rechts]. Daarna naar de exonarthex. Hier zijn mozaïeken met beelden uit het leven van Christus, zoals de vlucht naar Egypte, de doop in de Jordaan, de verzoeking, het wonder te Kana [afbeelding onder] en vele andere mirakelen en genezingen.

Chora-7Het is nog niet afgelopen; we moeten de fresco’s nog doen. Dat klinkt oneerbiedig, maar hoeveel kan een mens aan als we het hebben over bewondering, eerbied en ontzag? De ruimtes zijn krap. Medebezoekers staan je soms in de weg. Nergens kun je even zitten.
Toch, wat we zien in de grafkapel – het parekklession – is van een weergaloze schoonheid. Meteen valt de Nederdaling ter Helle op [afbeelding onder]. Een reeks kerkvaders. Het laatste oordeel.
Over de Nederdaling zegt mijn boekje: ‘Nadat Christus gekruisigt werd, komt een einde aan zijn wereldse bestaan en hij komt opnieuw tot leven. Voordat hij naar God in de lucht stijgt, gaat (daalt) hij naar de hel om de zielen te redden van de personen die voor hem geleefd hebben en hierdoor niet gedoopt zijn. […]De herrijzing van Christus na zijn dood, laat de gelovige zien dat er een tweede leven is en dat dit door het geloof van de gelovigen bewaard zou blijven en dat zij ervoor kunnen zorgen dat het beschermt wordt.’ En zo is het.

235