Siciliaanse mozaïeken 1

Siciliaanse mozaïeken 1

Henk Roos

Vandaag rijden we vanaf de kust het binnenland in. In ons hoofd nog de indrukken van ons bezoek aan Agrigento op Sicilië. Gisteren hebben we daar in de Valle dei Templi de schitterende ruïnes gezien van de Griekse tempels uit de zesde en vijfde eeuw voor Christus. Toen bloeide hier de beschaving van Magna Graecia. In de achtste eeuw voor Christus arriveerden de eerste Griekse kolonisten. In de loop van de geschiedenis hebben tal van grootmachten geprobeerd het eiland in hun macht te krijgen. Vanwege de strategische ligging en de vruchtbaarheid was het zeer aantrekkelijk. De Grieken stuitten in het oosten op de Siciliërs, die er al sinds 2000 voor Christus woonden, en in het westen op Feniciërs uit Carthago. Nu wij vandaag de bergen inrijden, door het onherbergzame desolate landschap, kun je je moeilijk voorstellen dat in dit gebied allerlei culturen hun sporen hebben achtergelaten. Na de Grieken kwamen de Romeinen en daarna nog Byzantijnen, Arabieren, Normandiërs en Spanjaarden. Vanmorgen trekt het glooiende landschap aan ons voorbij. Geleidelijk wordt het grilliger en woestijnachtiger. Naarmate de zon hoger komt worden de schaduwen korter en steken de silhouetten van enorme geblakerde rotsen af tegen het harde licht. Eenzaam ligt hier en daar op de kale hoogvlakte een vervallen landgoed of een verlaten wijngaard.

Aan het eind van de ochtend bereiken we de Villa Romana del Casale, welgelegen tegen de helling van de berg Mangone. De benaming villa is wat bescheiden. Je kunt het beter een paleis noemen. Archeologen hebben dit complexe bouwwerk ontdekt aan het eind van de 19e eeuw. Nu kun je er rondwandelen tussen de overblijfselen van ontvangstzalen, vele woonvertrekken, heiligdommen, zuilengangen, keukens, thermen, binnenplaatsen en aquaducten. Wanneer je de plattegrond bekijkt valt je op hoe fantasievol de architect was: vertrekken in allerlei formaten en vormen, ellips, cirkel, klaverblad, en oorspronkelijk was dat alles verdeeld over drie verdiepingen. De villa is vooral wereldberoemd geworden vanwege de 3500 vierkante meter vloermozaïeken. Van de gewelven van het gebouw is niet veel meer over, maar die vloeren zijn wonderwel bewaard gebleven. De mozaïeken zijn perfect geconserveerd doordat ze eeuwen geleden tijdens een overstroming met modder zijn overdekt. Vanaf 1929 is men serieus bezig met de opgravingen, en nog altijd zijn er archeologen aan het werk met de restauratie van wat men ‘de bijzonderste Romeinse mozaïeken ter wereld’ noemt. Oorspronkelijk dateert de villa uit de zogenaamde ‘tetrarchische periode’. De macht in het Romeinse rijk werd toen gedeeld door vier personen. Deze staatsvorm werd ingesteld door keizer Diocletianus en duurde van 285 tot 313. Het oostelijk deel van het rijk viel onder het gezag van Diocletianus. De verantwoordelijkheid over het het westelijk deel vertrouwde hij toe aan zijn medekeizer Maximianus. Zij werden elk geassisteerd door een caesar, Constantius I en Galerius. De Villa del Casale schijnt ooit aan keizer Maximianus te hebben toebehoord en als een ‘jagershuis’ te hebben gediend. Anderen menen dat de eigenaar een Siciliaan was die rijk was geworden door het vangen van dieren voor het circus van Rome. De levendige en kleurrijke afbeeldingen vertellen ons over het leven destijds. Er zijn ook mythologische verhalen afgebeeld, bijvoorbeeld de ‘Metamorfose van Ambrosia’. Dit mozaïek in de apsis illustreert de tragedie over de Thracische koning Lycurgus en de bacchante Ambrosia.

De meeste toeristen komen voor het beroemde ‘meisje in bikini’. Leuk is dat de voorstellingen van de vloermozaïeken vaak zijn aangepast aan het vertrek. Zo dartelen nimfen en tritons in de badkamers, spelen er kinderen in de kinderkamers, op de vloer van de gastenkamer zien we een gezellige picknick en een vrijend paar in de slaapkamer. De mozaïeken zijn gelegd door geromaniseerde Afrikanen. Dat verklaart ook de voorstellingen van Afrikaanse taferelen en dieren. Ze gebruikten kleine blokjes steen en glas (tesserae), en bereikten daarmee vele kleurnuances. Niet alle artiesten waren even vaardig. Soms is het werk duidelijk leerlingenwerk. Maar het topstuk, de ‘doorlopende jacht‘ in de 64 meter lange gang tussen het peristilium en de ontvangstzaal, is een meesterwerk. Hier zie je hoe Afrikaanse dieren worden gevangen en in kooien worden ingescheept. Een hoge ambtenaar, leunend op een stok en vergezeld van twee lijfwachten, staat erbij en kijkt ernaar. Of misschien is het wel Maximianus zelf, die immers het bevel over Afrika voerde…?

Cefalù
Zo midden in de zomer kan het heel heet worden op Sicilië. Hier in Cefalù, aan de noordkust, is het met een frisse zeebries goed uit te houden. Zelden heb ik zo’n mooie stad gezien. Direct vanaf het strand glooien de oude huizen tegen de kust, en daarbovenuit torent de kathedraal. Het hele tafereel wordt gedomineerd door de enorme Rocca, een hoog oprijzende kalk-rots. Wij laten vandaag de parasollen en de strandstoelen voor wat ze zijn en lopen door de smalle middeleeuwse straatjes naar boven, naar de Piazza Duomo, naar de Basilica Cattedrale Ruggeriana. De Normandische koning Roger II (1095-1154) stichtte deze kerk in 1131 uit dank omdat hij tijdens een onweer op zee miraculeus op het zandstrand van Cefalù aanspoelde. Bovendien dacht hij zo een mooie plek te hebben waar hij later begraven zou kunnen worden. Maar hoe was deze Normandiër hier eigenlijk verzeild geraakt?

Voor het antwoord op die vraag moeten we eerst even terug in de tijd. In het jaar 827 was Sicilië vanuit Afrika voor de islam veroverd door de Arabieren. Het bestuur kwam in handen van Fatimidische emirs. De christelijke bevolking kreeg de status van dhimmi. Christenen en joden moesten zich onderwerpen aan speciale voor hen geldende sharia-wetgeving. Zo betaalden ze bijvoorbeeld een speciale belasting. De dhimmitude is gebaseerd op de koran, soera 9:29. Het eiland kwam tweeënhalve eeuw later weer terug in christelijk bezit, toen de jonge Roger van Hauteville uit Normandië Sicilië bezette en er de eerste Normandische heerser werd. Roger, een ruwe Frankische ridder, was geïmponeerd door de arabische cultuur die hij er aantrof. Hij benoemde zelfs moslimgeleerden aan zijn hof. Door zijn victorie over Sicilië veranderde hij van een verarmde avonturier in één van de meest gerespecteerde edelen van Europa. In documenten uit die tijd wordt hij aangeduid als ‘graaf van Sicilië, beschermer der christenen’. Zijn zoon Roger II ging nog een stap verder: hij liet zijn kroningsmantel versieren met een rand van Arabische opschriften. Tijdens zijn bewind werd Sicilië een ontmoetingspunt van het Latijns-Westerse Europa, het Byzantijnse Oosten en de cultuur van de muzelmannen. Die tolerantie ten opzichte van de arabische onderdanen zien we ook terug in de kerk die Roger II liet bouwen. De Normandische bouwstijl is dominant, maar in de afwerking is arabische invloed te herkennen.

Nu wij op het kerkplein staan van de Basilica Cattedrale Ruggeriana en omhoogkijken naar de monumentale gevel is de indruk overweldigend. Twee robuuste vierkante torens, drie beuken, geen koepels. De zuilen zijn spolia, ‘tweede-hands’, overgenomen uit antieke tempels, bekroond met Romaanse kapitelen.

afb-3Binnen in het hoge ruime koor is het aangenaam koel en genieten we van de mozaïeken uit het midden van de twaalfde eeuw waarvoor we gekomen zijn. Terwijl buiten het schelle zonlicht pijn doet aan je ogen, heerst hier een diffuus licht, gefilterd door de kleine albasten vensters. Deze mozaïeken schijnen artistiek uitzonderlijk belangrijk te zijn. Het ikonografisch programma wordt volkomen gedomineerd door Christus Pantokrator, de Albeheerser. De vingers van de rechterhand zegenend geheven, in de andere hand een geopend evangelieboek met in Grieks en Latijn de tekst uit Johannes 8,12: Ik ben het licht van de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft. Dit type Pantokrator wordt ook wel ‘Christus Verlosser’ genoemd. De mozaïeken van de Pantokrator, Maria en de apostelen dateren van 1148, en zijn daarmee de oudste uit de Normandische tijd. Ze sluiten nauw aan bij de puurste Byzantijnse traditie. Daarmee onderscheiden ze zich van de iets jongere mozaïeken in Palermo. Vergelijk je de Pantokrator van Cefalù met die in Palermo, dan valt op dat hier de ogen iets dichter bij elkaar staan. Zie de meest linkse afbeelding op de rechterpagina: Christus Verlosser in de apsis van de Basilica Cattedrale Ruggeriana.

De engelen, profeten en patriarchen zijn waarschijnlijk door leerlingen uitgevoerd. Opmerkelijk zijn de voorstellingen van de kerkvaders. Op de linkerwand zien we heilige vaders van het westen, op de rechterwand kerkvaders van de oosterse kerk. Een eeuw na het schisma is dit een unieke getuigenis van Roger II, alsof hier de kerkscheuring ontkend wordt en de oecumene gevierd. Voor het aanbrengen van de mozaïeken had Roger uit Konstantinopel Byzantijnse kunstenaars over laten komen. Zij waren buitengewoon virtuoos in hun métier. Voor de tesserae gebruikten ze z.g. smalti, kleine blokjes gekleurd glas in vele kleurschakeringen, die met hamer en beitel nauwkeurig gevormd werden. De smalti werden stuk voor stuk in de verse mortel op de muur en tegen de gewelven aangebracht. Er werd bovendien royaal gebruik gemaakt van bladgoud en het uiteindelijke effect is letterlijk en figuurlijk schitterend. Een belangrijke kwaliteit van de mozaïektechniek is de duurzaamheid ervan. De voorstellingen zijn al die eeuwen puntgaaf bewaard gebleven. Ze hebben dan ook een functie gehad als een soort hermeneia, een voorbeeldenboek voor schilders. Terwijl in Konstantinopel zoveel Byzantijns erfgoed verloren is gegaan, kunnen we hier op Sicilië de weerglans van die cultuur nog ervaren. Roger II is uiteindelijk niet in z’n Transfiguratiekathedraal begraven. Toen hij in 1154 stierf was de kerk nog niet officiëel geconsacreerd. Ondanks de protesten van de kanunniken van Cefalù, werd zijn stoffelijk overschot begraven in een porfieren sarcofaag in de kathedraal van Palermo.

Wanneer we aan het eind van de middag op de Piazza Duomo van een koel drankje genieten blijkt het in Cefalù vandaag – 2 augustus – een bijzondere dag te zijn. De klokken van de kathedraal beginnen te beieren. In de verte nadert een fanfare-orkest. Knallend vuurwerk. Wat is hier aan de hand? Het is het feest van feest van Gesù Salvatore, Christus Verlosser. Het plein stroomt vol met feestgangers, gevolgd door het muziekkorps Santa Cecilia. Inmiddels zijn er een paar heren op het dak van de kathedraal geklommen en onder het toeziend oog van de pastoor hijsen ze de bandiera di Gesù Salvatore, de vlag met de Heiland, een wapperende ikoon!

Palermo
Na het relatief idyllische Cefalù arriveren we in de hectische hoofdstad Palermo, met zo’n 700.000 inwoners. De stad barst dan ook van de kerken. Maar voor ons verhaal zijn er maar een paar echt interessant. Eerst bezoeken we de privékapel van koning Roger II in het Palazzo dei Normanni. capellaNadat Roger II op Kerstdag 1130 door de tegenpaus Anacletus II tot Normandisch koning van Sicilië was gekroond liet hij uit Byzantium kunstenaars naar zijn hof in Palermo komen om zijn nieuwe bouwwerken te versieren met een kunst die iets van de heilige glans van het Byzantijnse voorbeeld op zijn nieuwe rijk zou laten afstralen. De Cappella Palatina werd gebouwd in 1132 als onderdeel van het Palazzo dei Normanni, het koninklijk paleis. In tegenstelling tot de kathedraal van Cefalù heeft deze kapel de plattegrond van een basiliek met drie schepen, met boven de viering een koepel. Alle muurvlakken boven de zuilen zijn tot aan het houten dak bedekt met mozaïeken, zowel met figuren als versieringen. De bekroning ervan vormt het koepelmozaïek met de Pantokrator in een krans van engelen. Het effect is verbluffend, zowel naar kwantiteit als kwaliteit. In deze kapel is het ikonografisch programma zorgvuldig samengesteld. Een zeer uitgebreid Bijbels prentenboek. Opvallend zijn de taferelen uit de levens van Petrus en Paulus (foto onder: de doop van Paulus) . doop-van-PaulusDit kunstwerk kon ontstaan omdat op deze plek in de twaalfde eeuw de tradities van de Latijns-westerse en de Oosters-orthodoxe christenheid bij elkaar werden gebracht door de politieke macht van de Normandiërs. De Cappella Palatina is een manifestatie van de groeiende rijkdom en de tolerantie aan het hof van Roger II. Daarbij is ook nog de impuls van de islam merkbaar: er wordt beweerd dat de opdrachtgevers enkele Bijbelverhalen achterwege lieten die islamitische bezoekers in het verkeerde keelgat zouden kunnen schieten: de uittocht uit Egypte bijvoorbeeld… De kleine rondboogramen in de kapel laten juist genoeg daglicht door om al het goud zacht te laten glanzen. En niet alleen de wanden zijn bedekt met mozaïeken, ook de vloeren. Ze zijn het werk van de Cosmaten, een familie van Romeinse ambachtslieden. Op de vloer geen heilige voorstellingen, maar decoratieve geometrische patronen. Hiervoor gebruikten ze fragmenten van antiek marmer en andere kostbare steensoorten.

Guy de Maupassant, de Franse romanschrijver, noemde de Cappella Palatina ‘La merveille des merveilles’. Wonderschoon is de kapel zeker, maar persoonlijk prefereer ik de kathedraal van Cefalù. Misschien vind ik de Cappella té rijk versierd, te druk, het is echt hofkunst. De sfeer in Cefalù is anders. Je hoeft er niet in de rij te staan, je hoeft geen kaartje te kopen. De kerk staat er open voor iedereen. Daarbij komt dat de mozaïeken zich in Cefalù beperken tot het koor en de apsis. De rest van de basiliek contrasteert met een weldadige normandische soberheid. De uitstraling van de Pantokrator komt zo directer over op de beschouwer.

Enkele jaren na de bouw van de Cappella Palatina steekt Roger II zijn geld en zijn energie in veroveringstochten naar Noord-Afrika en Griekenland. Daarbij manifesteerden zijn mannen zich menigmaal als wrede zeerovers in plaats van als ‘beschermers der christenen’. De byzantijnse chroniqueur Niketas Choniates beschrijft de plundering van Corinthe: “Zodra de kapitein de rijkdommen die hij had buitgemaakt had opgeslagen in de galijen, en nadat hij de mooiste vrouwen gevangen had genomen, nam hij de ikoon van Theodoros Stratelatos in zijn handen, de grootste der martelaren, vermaard om zijn wonderen, en nam de ikoon mee van de plaats waar hij stond opgesteld in de kerk, die aan de Heilige was gewijd.” Op zich natuurlijk een barbaarse misdaad, maar misschien een beetje begrijpelijk wanneer je weet dat deze Theodoros een oorlogsheilige is, ooit generaal in het Romeinse leger…. (wordt vervolgd)

Gebruikte literatuur: G. van Camp, Sicilië: een reisdagboek, 1998. Koran, soera 9,29: Bestrijdt diegenen onder de mensen van het Boek, die in Allah noch in de laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware godsdienst belijden totdat zij de belasting met eigen hand betalen, terwijl zij onderdanig zijn. H. Houben, Roger II of Sicily: A Ruler between East and West. Cambridge University Press 1997

326