Worden ze wel eens afgeprijsd? 2

Worden ze wel eens afgeprijsd? 2

Hans van Os

In de vorige bijdrage heb ik het – zij het oppervlakkig – gehad over de verhouding tussen klant en prijs. En ik realiseerde me toen ook dat het een nogal delicaat onderwerp betreft. Ware kunst verdraagt maar moeilijk een prijskaartje. Ze kan zich niet verdedigen als ze voor een appel (zonder hoofdletter) en een ei van de hand wordt gedaan. Luceberts uitspraak “Alles van waarde is weerloos” geldt ook hier.

Wie bepaalt überhaupt de waarde en prijs van een ikoon? De enige keer dat er een waardebeoordeling in het programma ‘Kunst en Kitsch’ werd gevraagd, werd de ikoon nonchalant terzijde geschoven. “Een paar tientjes,” luidde het niet onderbouwde oordeel van de kunstcriticus. Experts die de stukken voor een veiling taxeren hebben er doorgaans een goede kijk op, al zullen ze altijd de verwachte opbrengsten van de inbrenger in hun taxatie betrekken. Misschien dat ik in een toekomstige bijdrage eens wat dieper inga op de praktijken die een rol spelen bij een veiling.

worden1Maar nu een klein aantal voorbeelden van mijn ervaringen bij het kopen van ikonen in het buitenland. Een op metaal geschilderde Armeense ikoon kocht ik in een kleine uitdragerij in Berlijn, in een stadsdeel waar ik in 1943 de nodige angsten uitstond vanwege de boosaardige Lancasters. “Geef maar tien Mark,” zei de vriendelijke dame die minstens zo oud was als de ikoon. “Dan ben ik dat ding eindelijk kwijt.” Is-ie mooi? Nauwelijks. Is-ie interessant? Jawel en zeker voor het bescheiden bedrag en natuurlijk, de afkomst.

In de etalage van een ikonenzaak in Iraklion zie ik in 1976 een verblindend mooie riza, ruimte latend aan een Moeder Gods en enkele randheiligen. Nogal benieuwd naar de vraagprijs stap ik naar binnen (dit ondanks de stellige opinie van een oude bekende dat je een ikoon nooit moet kopen om de riza). De eigenaar kent zo ongeveer alle wisselkoersen uit het hoofd. “Die is zeshonderd gulden en ik geef geen korting!” Ik besluit om niet toe te geven aan m’n hebzucht en verlaat het pand met een wat voorbarig ‘Tot ziens’. Er gaat echter geen dag voorbij of ik kijk stiekem en hebberig naar de riza die zijn vaste plaats in de etalage weer heeft ingenomen. “Nee hoor, de prijs is nog dezelfde, het spijt me, drink een kopje koffie met me mee.” Het ritueel herhaalt zich en op de voorlaatste dag van mijn verblijf op Kreta vraagt hij: “Wanneer vertrekt u?” “Morgen gaat mijn vliegtuig,” antwoord ik. “Dan wens ik u een goede vlucht. Kaló taxídi.” ’s Middags dwaal ik door de stad, neem afscheid van mijn vrienden, koop een roman van Ritsos en besluit een laatste, bijna nostalgische blik in de etalage te werpen. De plek is leeg. Hij ziet me, noodt me uit naar binnen en zegt: “Ik wist dat u zou komen; ik heb hem ingepakt en een douanebewijs uitgeschreven. Hebt u vierhonderd gulden?” Ik bevestig dat blij en in het vliegtuig moet ik onwillekeurig denken aan de gordel uit Den Doolaards ‘Bruiloft der zeven zigeuners’.

“De winkel is er niet meer,” zegt mijn dochter na een kort verblijf in Hongarijer hoofdstad. Vlak bij de kettingbrug in Boedapest vond ik in 1989 een tweetal etalages die uitzicht boden op kruisen, drieluikjes, ikonen, godslampen en wat niet al. Voor – ik dacht – een twintig dollar kreeg ik een wonderschoon ikoontje.

worden2Een dorpsgenoot reed voor een Amerikaanse toeroperator vele malen naar Rusland. Er was een stop in Minsk waar ze een halve dag moesten rondstruinen. Op een van zijn laatste reizen ontmoet hij een Wit-Rus die in een plastic zak een aantal ikonen torst. Onze chauffeur die nauwelijks weet hoe een ikoon er van dichtbij uitziet, is wel geïnteresseerd en vraagt de jongen naar de prijs. “In euro’s, kan dat?” Dat kan. “U mag hem voor drie euro hebben; ach geef maar tweeeneenhalf…” Ik heb de ikoon zorgvuldig gereinigd en van een waslaag voorzien. De gelijkenis is verbazingwekkend als ik de bladzij bekijk waarop in EIKONIKON 93 de geboorte van de Moeder Gods is afgebeeld.

In Tallinn, de charmante hoofdstad van Estland, vind je heel wat antiekzaken. Ze zijn er hevig begerig naar euro’s en je kunt er voor enkele tientallen euro’s een zeer fraaie Rus kopen. Ik zou geen stad kennen waar u goedkoper terecht kunt, of het moet in Minsk zijn, of in Kiev of in Rostov. En de moraal van deze regels: vaak is het gezegde ‘Wat de gek er voor geeft’ van toepassing. En voor een reële waardebepaling: raadpleeg een goede catalogus – Christie’s is daarin heel goed. En tenslotte: hoed u voor namaak!

122