Het laatste oordeel van Torcello

Het laatste oordeel van Torcello

Fons Litjens

Vroeg in de morgen nemen we aan de noordzijde van Venetië, aan de Fondamenta Nuove, de boot naar de noordelijke eilanden in de lagune. Onderweg passeren we om te beginnen het Isola S. Michele; dit eiland is helemaal ingericht als begraafplaats voor alle gestorvenen van de stad; katholieken, orthodoxen, protestanten en heidenen keurig gescheiden van elkaar. Vanaf de veerboot zien we met grote snelheid een bootje naderen, waarop een kist met bloemen staat; daarnaast staat in haar eentje een vrouw die met één hand de kist vasthoudt. De toeristen onder ons voelen zich zichtbaar verlegen met de situatie. De volgende halte is Murano, het eiland van de glasblazers. Wij stappen uit op het schilderachtige eiland Burano. Vandaar zien we aan de overkant het eiland Torcello liggen. Het ziet er uit als een Waddeneiland, een platte zandplaat, waarop alleen maar twee grote kerken lijken te staan; is dat alles denken we. Met een klein bootje varen we na enkele minuten het haventje van Torcello binnen.

Torcello

TorcelloWaarom willen we eigenlijk naar Torcello? Ik ben gek op Romaanse bouwkunst en de kathedraal van Torcello, de Santa Maria Assunta, staat bekend als een juweeltje van Romaanse kunst en is bovendien voorzien van schitterende kolossale Byzantijnse mozaïeken. Dat is het interessante van de kustgebieden aan de Adriatische Zee. Daar blijken de westerse en de oosterse kunst, het westerse en het oosterse christendom elkaar te ontmoeten. Talloze kerken van de westerse traditie, blijken prachtig versierd te zijn met mozaïeken uit de Byzantijnse traditie. Dat geldt voor een stadje als Porec in Kroatië, maar ook voor een wereldstad als Venetië.
Wanneer we van het haventje naar de kathedraal lopen vragen we ons af waarom dit eiland eigenlijk een kathedraal heeft, want het ziet er, afgezien van de toeristen leeg en verlaten uit. Toch blijkt dit eilandje de wieg te zijn van Venetië. In de antieke tijd lagen er op het eiland Romeinse villa’s. In de 7e eeuw vluchtten groepen bewoners van het vasteland onder druk van de Longobardische invasies naar dit eiland. In het jaar 639 werd de eerste voorloper van de huidige kathedraal als bisschopskerk gebouwd en in de vroege Middeleeuwen woonden om dit godshuis heen ruim 20.000 mensen.

Kathedraal

De huidige kathedraal werd in het begin van de 11e eeuw gebouwd en is opgetrokken in baksteen in Romaanse stijl. Wanneer we de kerk betreden wordt onze aandacht onmiddellijk getrokken door een prachtig mozaïek in de apsis van de kerk. Ten voeten uit zien we tegen een volledig gouden achtergrond de Moeder Gods met op haar arm het Christuskind, aangekleed als een leraar. In de inscripties ontmoeten de oosterse en de westerse traditie elkaar, want boven haar hoofd staat in Griekse letter wie zij is (Moeder van God); onder haar voeten staat echter een tekst in het Latijn: Voorbeeld van deugdzaamheid, sterre der zee, poort van het heil – met haar kind heeft zij hen opgericht die Eva met haar man ten val heeft gebracht.

Westwand

westwandEerst als we ons omdraaien komen we oog in oog te staan met een enorm mozaïek dat de gehele westelijk wand van de kerk bedekt: het verbeeldt het laatste oordeel. Het werd vervaardigd aan het eind van de 12e en het begin van de 13e eeuw. Wanneer de gelovigen de kerk verlieten kregen zij door omhoog te kijken een laatste onderricht en een laatste vermaning. Het kolossale mozaïek is opgebouwd uit zes horizontale beeldbanden, die van boven naar beneden ‘gelezen’ moeten worden.

Kruisiging

Helemaal boven in, onder het dak, is een kruisigingscène verbeeld. We zien Christus aan het kruis hangen, terwijl zijn ogen geopend zijn. Aan zijn rechterzijde staat zijn moeder, die met haar rechterhand naar haar zoon wijst en met haar linkerhand haar gewaad vasthoudt. Aan zijn linkerzijde staat de apostel Johannes, die met zijn rechterhand zijn hoofd vasthoudt en met zijn linkerhand een afwerend gebaar maakt. De gehele achtergrond bestaat uit gouden mozaïeksteentjes, waardoor de kruisiging een tijdloos karakter krijgt.

Opstanding

Onder de kruisiging zien we op klassieke wijze de opstanding verbeeld. Opvallend in deze scene is de figuur van Johannes de Doper die vrij prominent aan de linkerzijde van de opgestane Christus staat. Hij wijst met zijn rechterwijsvinger naar Christus. Dit beeldelement moet ontleend zijn aan het apocriefe evangelie van Nicodemus. In deze vroegchristelijke tekst speelt de Doper in de onderwereld dezelfde rol als tijdens zijn leven: hij is de voorloper en aankondiger van de Messias.
Intrigerend zijn de twee kolossale aartsengelen die links en rechts in de tweede beeldband staan en ons frontaal aankijken; het zijn Gabriel en Michael. Beiden staan met hun voeten op een slang. In hun ene hand houden zij een standaard met daarop het Griekse woord ‘Hagios’ (Heilig); in de andere hand houden zij een bol met een kruis.

Hemelse hof

Een verdieping lager kunnen we een blik werpen op het hemelse hof; de kunstenaar is geïnspireerd door het visioen van Johannes uit het laatste Bijbelboek, de Apocalyps (hoofdstuk 4). In een mandorla zien we Christus die als rechter gezeten is op de regenboog. Hij laat zijn handen en voeten zien met de wonden van de kruisiging. Links en rechts van hem staan Johannes de Doper en zijn moeder Maria. Zij wenden zich als voorsprekers voor de mensheid met biddende handen tot Christus. Deze compositie wordt in de Byzantijnse kunst een Deësis genoemd en is een vast onderdeel van de ikonen van het laatste oordeel. Links en rechts zien we de twaalf apostelen op een divan zitten. Aan de kant van Maria zit op de eerste plaats Petrus met zijn sleutels. Aan de andere kant zit de ‘apostel’ Paulus op de ereplaats. Op de achtergrond zijn de hoofden te zien van een enorme hemelse hofhouding.
Intrigerend is de vurige stroom die ontspringt aan de voeten van de tronende Christus en die twee verdiepingen lager uitmondt in de onderwereld die helemaal met vuur gevuld is. De drie laagste beeldbanden hebben hun wortels helemaal in de Apokalyptische teksten van het Nieuwe Testament en vooral in de Openbaring van Johannes (21, 11-15):

Toen zag ik een grote witte troon en hem die daarop zat. De aarde en de hemel vluchtten van hem weg en verdwenen in het niets. Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden. De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden. Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.

Het laatste oordeel

5 weegsschaal aIn de vierde beeldband van boven zien we een bekend beeldthema uit de Byzantijnse kunst, de ‘hetoimasia’: de voorbereiding van de troon voor het laatste oordeel, dat aangekondigd wordt door vier engelen met bazuinen. Adam en Eva liggen huiverend en biddend op hun knieën. Op de troon ligt de toga van een rechter en het nog dichtgeslagen boek van het leven. Aan de linkerzijde worden de doden en hun lichaamsdelen door de aarde en de daarop levende wilde dieren teruggegeven. Datzelfde gebeurt aan de rechterkant in het water: de zee, gesymboliseerd door een naakte vrouw, en de daarin levende dieren geven de doden of hun resten terug. Dat laatste beeld moet een troost geweest zijn voor de schippers en de vissers van Torcello, die moesten leven met de vrees op zee de dood te vinden, zonder een waardige begrafenis.
Het laatste oordeel wordt het meest herkenbaar verbeeld door de engel Michael met de weegschaal. In de onderste twee beeldlagen wordt een definitieve scheiding gemaakt tussen hemel en hel, tussen eeuwig leven en de tweede dood. Beide werkelijkheden worden van elkaar gescheiden door de grote deur waardoor de gelovigen de kerk verlieten en terugkeerden naar hun dagelijks leven. Voordat ze naar buiten gingen werden hier op ooghoogte de twee keuzemogelijkheden voorgehouden.

Hemel

Voor ons links, maar aan de rechterhand van de hemelse rechter, staan de uitverkorenen, keurig hiërarchisch geordend: van rechts naar links: de geestelijke stand, de martelaren, de monniken en tot slot de heilige vrouwen.
Links in de benedenhoek zien we paradijs oftewel de tuin van Eden, waaruit Adam en Eva volgens het boek Genesis (3, 24) na de zondeval verjaagd werden. Een engel en Petrus, met de sleutels in zijn hand, maken een uitnodigend gebaar naar de bewaakte poort. Aan de binnenkant staat reeds de goede moordenaar, die met Jezus gekruisigd werd en volgens het evangelie van Lucas (23, 43) van hem de belofte kreeg: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’ Helemaal links in het paradijs zit Abraham; in zijn schoot rusten de rechtvaardigen.

Hel

apsisAan de linkerhand van de goddelijke rechter, voor ons rechts, heeft de perverse fantasie van de kunstenaar zich uitgeleefd in helse taferelen. In een poel van vuur worden de verdoemden in bedwang gehouden door twee engelen met stokken. In midden van de hel zit de dood oftewel Hades (dodenrijk), een donkere en naakte man met een enorme grijze haardos, op een troon. Op zijn schoot zit een kind, de anti-Christ. Het is het duivelse tegenbeeld van de Moeder Gods met het Christuskind in de apsis van de kerk. Onder de verdoemden zijn een keizer, een keizerin, een patriarch, een bisschop, een monnik, een non en enkele Arabieren; zij zijn vooral het slachtoffer geworden van de zonde van de hoogmoed. Onder de vuurpoel zijn zes verschillende afdelingen voor de zes overige hoofdzonden, zoals die in de westerse theologie onderscheiden werden. De wellustigen worden in al hun naaktheid opnieuw door het vuur verteerd. De vraatzuchtigen met hun dikke buik bijten nu in eigen handen. De toornigen worden afgekoeld in blauw ijswater. Van de afgunstigen zijn alleen de schedels overgebleven; uit hun ogen kruipen kleine slangetjes. De gierigen bevinden zich in het vuur met hun modieus gecoiffeerde en met sieraden behangen koppen. Van de tragen resten alleen nog armen, voeten en schedels. Op ooghoogte werden de kerkgangers hier geconfronteerd met een catechese van de zonde.

Moeder Gods

De toeristen kijken met enige geamuseerdheid naar de gruwelijke taferelen in de onderste beeldbanden van het mozaïek. Voor de Middeleeuwse kerkganger moeten de beelden zeer verontrustend en angstwekkend geweest zijn. Rustgevend en troostend moest de drievoudige aanwezigheid van de moeder Gods zijn. Zij staat samen met Johannes naast haar zoon, die als rechter verschenen is. Op gelijke hoogte met de kerkganger staat zij in het paradijs; met haar handen maakt zij een bezwerend gebaar. Maar bovenal is zij als orante aanwezig boven de uitgang van de kerk om aan de kerkgangers te laten weten dat zij voor hen zal bidden. In Griekse letter staat haar identiteit vermeld: Moeder van God. In Latijnse schrift staat een kort gebed dat tot haar is gericht: VIRGO DI[VINUM] NATUM PRECE PULSA TERGE REATUM: O maagd, bid dringend tot uw goddelijke zoon; reinig ons van onze schuld.

295