Stichters van kloosters in Rusland: Heiligen in de Hermitage (2)

Stichters van kloosters in Rusland: Heiligen in de Hermitage (2)

Naast de twee stichters van vroegmiddeleeuwse kloosters in Kiev en Novgorod, die beide luisteren naar de naam Anthonius (zie Eikonikon 109/110), is de H. Sergius van Radonezh, de bekendste kloosterstichter van Rusland. Hij stichtte het H. Triniteitsklooster in Sergiev Posad aan het einde van de 14de eeuw. In 1999 waren ikonen uit zijn klooster in het

Catharijneconvent in Utrecht te zien en nu, in 2011, worden een aantal bijzondere ikonen met de heilige in de Hermitage Amsterdam tentoongesteld (afb. 1). Minder bekend is de stichter van het Cyrillus-Belozorski Klooster, de H. Cyrillus Belozerski (1337-1427), die een ‘leerling’ van de H. Sergius van Radonezh was. Ook twee monniken van laatstgenoemd klooster, die later zelf een klooster stichtten, de heiligen Sabbatius (c. 1375-1435) en Zosima (onbekend-1478), zijn minder bekend. In dit artikel schets ik in het kort hun levensverhaal voor zover terug te vinden in geschriften en de ikonen waar zij op staan afgebeeld en sluit ik af met een wel heel bijzondere kloosterstichter, de H. Nil Stolbenski, die ook ruim in beeld wordt gebracht in de Hermitage Amsterdam.

De H. Cyrillus Belozerski werd in Moskou geboren bij vrome ouders. Hij trad in als novice in het klooster van de H. Simeon in Moskou, waar hij alom gerespecteerd werd en de aandacht van de H. Sergius van Radonezh, vader van alle monniken, trok (afb. 2) In 1390 werd hij door de H. Sergius als abt aangesteld in dit klooster, maar deze baan beviel hem niet. Cyrillus wenste niet in het middelpunt van de belangstelling te staan en trok zich terug uit zijn ambt om als gewone monnik door het leven te gaan. Hij zocht naar wegen om in volmaakte eenzaamheid en stilte te leven, en werd door de Moeder Gods naar de kust van de Witte Zee in de regio Vologda geleid. Daar leefde hij als bosheremiet en leerde hij van de stilte en het bos.

In de loop van de tijd voegen anderen zich bij hem en in 1397 bouwen zij een kerk gewijd aan het Ontslapen van de Moeder Gods. Cyrillus stelde kloosterregels op, waarvan de kern was, dat de monniken in totale stilte leven, en geen bezit kenden behalve hun bijbel en ikonen. Stilte was geboden in de kerk, de refter, de kloostergang en in de kloostercel. Cyrillus was een wijs, genereus en intellectueel man, die diverse wonderen verrichte. Zo zou hij water in wijn hebben veranderd toen het ontbrak aan voldoende wijn voor de eucharistie, deelde hij zonder ophouden brood uit aan hongerigen. Ook bedaarde hij eens een storm. Hij stierf in de hoge leeftijd van negentig jaar en liet maar liefst zestien geschriften na en een kloosterbibliotheek die 2000 werken telde.

De H. Sabbatius was een van de monniken die zich bij Cyrillus Belozerski had gevoegd. Hij leefde enige jaren in strikte gehoorzaamheid, nederigheid en dienstbaarheid in het klooster van Cyrillus-Belozerski en werd op handen gedragen door medebroeders en leken. Die aandacht kon hij echter niet verdragen en daarom vertrok hij naar het Klooster van Valaam op een rotsachtig eiland in het Ladagomeer, in het noorden van Rusland. Maar ook daar vond hij de rust niet die hij zocht. Toen hij vernam dat er in het verre noorden van Rusland een eiland bestond waar niemand woonde, vroeg hij de zegen van zijn abt om zich daar in stilte terug te trekken. De abt en zijn broeders wilden hem niet laten gaan. Toen hij van boven echter een bevestigend teken had gekregen, vertrok hij op een nacht toch. Hij reisde naar de Witte Zee, waar kustbewoners hem probeerden te weerhouden zich op het onbewoonde eiland van Solovetsk te vestigen. Zo bleef Sabbatius nog enige tijd in Soroki wonen bij de mond van de rivier de Vygi, waar een kapel stond en hij de kluizenaar Herman ontmoette. Deze begreep zijn wens tot afzondering volkomen en samen vertrokken ze in een bootje om na drie dagen varen op de woeste zee het onbewoonde eiland te betreden. Ze richtten een kruis en kluizenaarscel op nabij de berg Sekirneye en leefden een hard en ascetisch leven in het kille noorden. Na enige jaren verliet Herman het eiland.
Toen Sabbatius zijn dood voelde naderen, besloot hij de laatste communie aan vaste wal te vragen. Hij vond vader Nathaniel bereid hem die te geven en trok zich terug in een kapel om te sterven. Juist toen kwam Ioan, een rijke handelsman uit Novgorod, zijn zegen vragen. Deze man wilde zijn rijkdom aan Sabbatius schenken. Toen Sabbatius hem vriendelijk bedankte, vertrok Ioan zeer teleurgesteld. De volgende morgen keerde hij terug om Sabbatius te spreken, maar hij was te laat. Sabbatius was reeds heengegaan. Samen met vader Nathaniel begroef Ioan Sabbatius in de kapel en tekende daarna het levensverhaal van Sabbatius op. Dertig jaar later (1465) bracht Zosima de beenderen van Sabbatius naar het eiland van Solovetsk.

Deze H. Zosima had zich een jaar na de dood van Sabbatius, in 1436, eveneens op het eiland van Solovetsk gevestigd. Ook hij had eerst enige tijd als heremiet en monnik elders geleefd, voordat hij de H. Herman tegenkwam aan de kust van de Witte Zee en samen met hem naar het eiland vertrok. Daar kreeg Zosima een visioen van een kerk hoog boven de aarde. Hij beschouwde dit als een teken en zegen over een nieuw te bouwen klooster, ontgon het bos en bouwde kloostercellen. Er volgden vele beproevingen. Zo bracht Zosima eens alleen de winter door, zonder dat hij over voldoende voedsel beschikte. Herman was naar vaste wal vertrokken en kon niet terugkeren wegens slecht weer. Gelukkig arriveerden twee vreemdelingen op het eiland, die hem graan, meel en olie gaven. Zosima vroeg zich niet af waar ze vandaan kwamen en zag ze daarna nooit meer terug.

Herman keerde terug op het eiland met Mark, een vissersman. Ook anderen volgden en sloten zich aan. Het groepje monniken besloot samen een kerk te bouwen. Toen deze Transfiguratiekerk voltooid was, stuurde Zosima een van de monniken naar de aartsbisschop van Novgorod met het verzoek de kerk te wijden en een abt aan te stellen over het nieuwgeboren klooster. De kerk werd ingezegend en drie abts probeerden achtereenvolgens het leven vol ontberingen in dit verlaten gebied te trotseren. Deze pogingen mislukten en de broeders kozen daarop hun eigen abt, Zosima. Hij werd in 1452 door de aartsbisschop als abt van het Solovetskiklooster ingewijd. Volgens zijn vita straalde zijn gezicht gelijk de zon, toen hij zijn eerste mis opdroeg. Spoedig liet hij nog een kerk bouwen, een Ontslapingskerk, waar hij de relieken van Sabbatius, de pionier-monnik van het eiland van Solovetsk, naartoe liet overbrengen.

Het klooster groeide en bloeide en dit wekte jaloezie op. Het klooster werd bedreigd. De H. Zosima reisde naar Novgorod om voor bescherming van het klooster en zijn bewoners te pleiten bij de stadhouder. Hij ontving deze steun en bovendien werd vastgelegd, dat het eiland van Solovetsk voortaan eigendom was van de monniken, net als op Athos. Verschillende vredige decennia volgden. Toen Zosima in 1478 zijn dood voelde naderen, riep hij het broederschap bijeen en stelde de vrome monnik Arseni aan tot zijn opvolger. Na een afscheidswoord verliet hij zijn lichaam op 17 april 1478.

Vijfentwintig jaar later, in 1503, werden de levens van Sabbatius en Zosima opgetekend in het Feraponte klooster door bisschop Spiridon-Savva, voormalig metropoliet te Kiev. Andere hagiografische geschriften volgden en spoedig, tijdens de Synode van 1547, werden Sabbatius en Zosima heilig verklaard (afb. 4). Negentien jaar later werden hun beenderen overgebracht naar een aan hen gewijde kapel op het eiland van Solovetsk Tegenwoordig bevinden de relieken van de stichters van het Solovetskiklooster zich in de Kerk van de Annunciatie.

Aan de hand van hun vitae, werd in het midden van de 16de eeuw een ikoon gewijd aan de twee heiligen, die de naam ‘De daden van de wonderwerkers van de Solovetski eilanden’ kreeg. Een voorbeeld van zo’n ikoon is nu in de Hermitage Amsterdam te zien op de tentoonstelling ‘Glans en Glorie. Kunst uit de Russisch-orthodoxe kerk.’ Met behulp van de hierboven geschetste levens, kunnen we de volgende scènes uit hun leven op de ikoon  onderscheiden. Van links naar rechts boven en naar beneden; van linksboven naar beneden en dan naar rechts:

 

  • De ontmoeting van Sabbatius en Herman
  • De tocht van de twee naar de Solovetski eilanden
  • Sabbatius en Herman richten een kruis op het onbewoonde eiland op
  • Koopman Ioan ontmoet Sabbatius op de dag van de Triniteit vlak voor zijn dood
  • Sabbatius verzoekt Nathaniel om de laatste communie
  • De koopman uit Novgorod begraaft Sabbatius
  • Sabbatius en Zosima redden een drenkeling uit de zee
  • Een witte kerk verschijnt aan Zosima
  • Zosima verlost de leek Nikon van de duivel
  • Zosima voor het Solovetski klooster
  • Zosima verricht een wonder gedurende een gebed voor bezetenen
  • Zosima wordt als abt gewijd/ op bezoek bij de stadhouder van Novgorod
  • Twee vreemdelingen voorzien de hongerleidende Zosima van brood
  • De dood van Zosima

Op een 16de eeuwse variant van dit type ikoon, zijn de stichters zonder klooster in het centrale middendeel afgebeeld, maar net als de ikoon uit Recklinghausen, richtten zij zich ook op deze ikoon tot de Moeder Gods, symbool/patroon van de kerk van Christus.

Tenslotte is de H. Nil Stolbenski (+1554), stichter van het gelijknamig klooster, ook ruim vertegenwoordigd op ikonen in de Hermitage. Hij begon zijn leven als novice in het Krypets klooster in Pskov en trok zich na tien jaar terug als bosheremiet in het Rzhevsk woud aan de oever van de rivier Cheremkha, waar hij twaalf jaar doorbracht in gebed. In de laatste fase van zijn leven werd hij ingewijd in de Grote Schima, en woonde zesentwintig jaar totaal teruggetrokken als ‘stille kluizenaar’ op het eiland van Stolbensk in het Seliger Meer.
Nil Stolbenski voelde zich geroepen tot een streng en bijzonder ascetisch leven. Naast vasten en zwijgen, had hij de gelofte afgelegd om nooit liggend te slapen. Hij beoogde zich van identificatie met het lichaam en alle gemak van de wereld te ontdoen en richtte zich op het trainen van zijn geest en de beoefening van het gebed voor het welzijn van mensen. Na zijn dood, in 1594, werd op de plek van zijn ‘cel’ en kapel een klooster gebouwd, genaamd het Nilus Stolbenskiklooster.

nilstolbenskiIn de Hermitage Amsterdam is een beeld te zien van de heilige in de houding waarin hij stierf: staande, en leunende op stokken. (afb. 5) Aan zijn monnikskap en toog, die zijn gehele lichaam bedekt, is te herkennen dat hij als monnik de strengste gelofte had afgelegd en de hoogste graad van terugtrekking uit de wereld had ‘bereikt’. Zowel op zijn toog als capuchon is een kruis geborduurd en is de schedel van Gogoltha te zien. In zijn hand houdt hij een rozenkrans, die hij gebruikte bij het continu herhalen van het Jezusgebed. Op twee ikonen van de zonderling, zien we zijn klooster afgebeeld en Christus aan wie hij zijn klooster opdroeg.

Met de ikonen van de heiligen Anthonius van Pechora, Anthonius de Romein, Sergius van Radonezh, Cyrillus Belozerski, Sabbatius en Zosima en Nil Stolbensky, die momenteel in de Hermitage te zien zijn, krijgen we een vollediger beeld van de vele initiatieven om kloosters te stichten op Russische bodem.

 

Door: Inge Wierda

158