Dertig ikonen uit het Roebljov Museum in Nederland

Dertig ikonen uit het Roebljov Museum in Nederland

Inge Wierda

De monnik Andrej Roebljov (1360-ca.1420) was een van de negen uitverkorenen en de eerste ikoonschilder die in 1988 heilig werd verklaard door de Russisch-orthodoxe kerk. Dit gebeurde tijdens een plechtige mis in het Triniteit-H. Sergius klooster in Sergiev Posad, waar Roebljov gewoond en gewerkt heeft.

Ikoonschilder Irina Vassiljevna Vatiginoj kreeg de opdracht de oerikoon van de Heilige Roebljov te maken. Ze – de ikoon – werd de kerk binnengedragen en in het midden op een standaard geplaatst. Het is een vita-ikoon waarop Roebljov met zijn Triniteitsikoon in de hand centraal is afgebeeld met narratieve scenes uit zijn leven eromheen. Het jaar van zijn heiligverklaring is niet geheel toevallig gekozen. In 1988 vierde de Russisch-orthodoxe kerk namelijk haar 1000-jarig bestaan. Het lag voor de hand de verering voor Roebljov en zijn Triniteitsikoon die reeds lang voor deze canonisatie bestond, te bekrachtigen.

De canonisatie werd ook gevierd in het Andronikovklooster in Moskou, waar Roebljov zijn laatste levensjaren heeft doorgebracht. In 1960, achtentwintig jaar eerder, was daar een museum voor middeleeuwse Russische kunst gevestigd, dat zijn naam draagt: het Andrej Roebljov Museum. Dit museum bezit een fabuleuze collectie iconen, waarvan nu een dertigtal exemplaren te zien zijn in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. In dit korte bestek worden twee ikonen uitgelicht, waarvoor de makers bij twee van de voornaamste meesterschilders uit middeleeuws Rusland te rade zijn gegaan.

triniteitvr16de eeuwarm rublevtrinity

Zo treffen we een Triniteitsikoon uit de Moskouse museumcollectie aan die naar het voorbeeld van Roebljov’s Triniteitsikoon geschilderd is. Ze verbeeldt het dogma en feest van de Drieëenheid van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die op Triniteitszondag in de kerk gevierd wordt. In de drie personen van Roebljov, die het mysterie van de Drieëenheid als geen ander tot zijn essentie heeft weten te reduceren, is het geloof te lezen dat Christus een incarnatie was van God, de Heilige Geest helper en goddelijk is, én, dat Vader, Zoon en Geest onlosmakelijk verbonden met elkaar zijn als Eén. Het hoeft niet te verbazen, dat de tentoongestelde 16de eeuwse Triniteitsikoon grote verwantschap vertoont met Roebljov’s Triniteitsikoon. Immers, de ikoon is overeenkomstig de besluiten van het Stoglav Concilie in 1551 geschilderd:

“De schilder moet de ikonen schilderen naar traditionele voorbeelden zoals van Andrej Roebljov”. Toch zijn er significante verschillen tussen beide ikonen. Op de ‘Utrechtse’ ikoon zijn het huis en de rotspartij prominenter aanwezig en in meer detail uitgewerkt. De tent van Sarah is tot heus architecturaal hoogstandje geworden, waarover een rood kleed is gedrapeerd als in een andere 15de eeuwse copie naar Roebljov’s ikoon van de hand van monnik Paissi. Laatstgenoemde is curieus omdat de mannen in de philoxenie, waaraan de Triniteitsvoorstelling ontleend is, buiten werden ontvangen onder de eik van Mamre, en niet binnen zoals het kleed suggereert. De eik is overigens niet of nauwelijks zichtbaar door plaatselijke beschadiging.

Ook bij de kelk is de ikoon beschadigd en is zowel het werk van de restaurator als het origineel door elkaar heen te zien. Bovendien staan op tafel twee liturgische voorwerpen in plaats van één, zoals bij Roebljov: behalve de kelk heeft de restaurator een kleine huisvormige tabernakel of monstrans geschilderd. De middelste persoon die meestal als Christus wordt geïdentificeerd wegens zijn purperen en blauwe onder- en bovenkleed, zegent de spijzen. Het is alsof Hij de toeschouwer de eucharistische gaven aanbiedt.

Hoewel menigeen wellicht liever naar een Pinkster- dan naar een kruisigingsikoon kijkt, valt juist een uit het Roebljov Museum afkomstige kruisigingsikoon op in Utrecht: door haar schoonheid.

dionisikruiziging kruisiging2dehelft16dearm

Zij bezit eenzelfde soort tederheid als de ikonen van Roebljov, maar is duidelijk gemaakt naar voorbeeld van een ikoon van een ander belangrijk Moskouse meester-schilder uit de 16de eeuw, te weten Dionisius. Dit kunnen we zien aan de compositie die eender oogt op twee aan de linkerzijde ontbrekende rouwende vrouwen na; de slanke, langgerekte, bewegende figuren en het delicate hoewel enigszins afwijkende kleurenpalet. Ook de vier engelen die aan weerszijden van Christus’ lichaam zweven ontbreken ten ene male. De twee boven het kruis zijn er wel. De een heeft omhulde handen als teken van eerbied. Beide engelen huilen om wat Christus door mensen is aangedaan.

De gekruisigde zelf is op waardige wijze afgebeeld. Zijn lichaam is ietwat gebogen naar zijn moeder toegewend, die met haar rechterhand naar hem wijst. Johannes staat links van het kruis met de centurio Longinus achter hem. Maria en Johannes kijken niet bedroefd. Christus heeft hen nog vanaf het kruis getroost met een nieuwe zoon (Johannes) en een nieuwe moeder (Maria, moeder van Jezus). Het kruis staat op de berg Gogoltha, herkenbaar aan de schedel van Adam in de donkere grot eronder. Christus’ houding is er een van totale overgave. Hij geeft zijn leven vrijwillig. Zijn voeten rusten op een dwarsbalkje. Tot die voeten kan een christen zich wenden, omdat Hij de dood heeft overwonnen, doden opwekt en één is met God.

160