|
Athos,
wandelingen in de tuin van de Heilige Maagd
Reisverslag naar Athos
Henk
Roos
Athos is sinds de 9e eeuw bekend om zijn kloosternederzettingen.
Tijdens de laat-Byzantijnse periode (1261-1453)
beleefde de Heilige Berg een bloeiperiode. Alle
orthodoxe volken stichtten hier hun kloosters.
Keizers zonden zelfs hun telgen voor een gedegen
opleiding. De Turkse bezetting (1430-1912) eerbiedigde
de soevereiniteit van de monnikenrepubliek.
Lang geleden waren er meer dan
40 kloosters met 40.000 monniken, nu zijn er nog
20 kloosters, die ongeveer 2000 monniken herbergen.
De laatste jaren komen er weer monniken bij, waarschijnlijk
door de toenemende belangstelling voor het contemplatieve
in een vercommercialiseerde wereld.
Gezien vanuit kunsthistorisch
oogpunt is Athos een ongelofelijke schatkamer.
Alle vormen van Byzantijnse kunst zijn hier in
overvloed te vinden: architectuur, schilderkunst,
reliëfs, en manuscripten, zoals de zogenaamde
chrysobullen, verordeningen van de Byzantijnse
keizer, voorzien van zijn gouden zegel. Het aantal
ikonen dat in de kloosters bewaard wordt is ongeveer
twintig duizend. Een klein gedeelte daarvan werd
in 1997 ge'xposeerd in Thessaloniki, in dat jaar
Culturele Hoofdstad van Europa. In het Byzantijns
Museum werden de 'Treasures of Mount Athos' voor
het eerst in de geschiedenis buiten Athos getoond.
'Dat zou ik ook wel eens willen zien' moet ik
destijds tegen mijn geliefde gezegd hebben. Twee
jaar later, tijdens het ontbijt op mijn vijftigste
verjaardag, werd ik verwend met een 'bon voor
een vliegticket Schiphol-Thessaloniki, vertrek
mei 1999'. Fantastisch! Een trip naar de treasures
op locatie, naar de Byzantijnse architectuur en
de grofweg honderdduizend vierkante meters fresco's
in de kloosters! En de ontmoeting met de ikonen
tijdens de liturgie in het eigen heiligdom is
toch wezenlijk anders dan in het museum.
In januari begon ik met de voorbereidingen
voor mijn bezoek aan Athos. Ik telefoneerde met
Pieter Masmeier, die al vele malen op het schiereiland
is rondgetrokken. In Eikonikon hebben we al eens
een impressie van zijn reizen kunnen lezen. Pieter
gaf mij waardevolle praktische tips. In februari
kwam ik telefonisch in contact met Stefanos Canellis,
hoofd van het Pilgrims Bureau in Thessaloniki.
Hij hielp mij hartelijk en snel. 'I have made
the reservation for Thursday the 6th of May 1999,
as the day of your entrance to visit the Holy
Mount Athos. While taking photographs is permitted,
the use of video and movie cameras is strictly
forbidden.'.
Toen moest ik nog met de directie
van mijn school gaan praten. Mijn bezoek zou voor
een dag net buiten de mei-vakantie gaan vallen.
Gelukkig viel daar onder de noemer 'studiedag'
een mouw aan te passen.
De toegang tot Athos is niet gemakkelijk
te verkrijgen. Er zijn allerlei beperkingen. Om
te beginnen: Athos is het enige gebied ter wereld
waar geen vrouw, zelfs geen dier van het vrouwelijk
geslacht een voet mag zetten. De reden hiervoor
is terug te vinden in een oud verhaal. De Maagd
Maria werd tijdens een reis met de apostel Johannes
naar Cyprus door een storm gedwongen op Athos
te landen. Zij heeft toen de daar vereerde heidense
godinnen Artemis en Aphrodite uitgebannen met
de woorden: 'Dit is voortaan mijn tuin en geen
enkele andere vrouw zal hier ooit een voet zetten.'
Volgens een edict van 1060 (het
abaton) van de Byzantijnse keizer Constantijn
IX Monomachus werd het verblijf van alle vrouwen,
'baardlozen', en vrouwelijke huisdieren verboden.
En dat verbod is nog steeds van kracht.
Ook als man word je slechts toegelaten
als je aannemelijk kunt maken dat je serieus religieus
of wetenschappelijk bent geïnteresseerd.
Per dag mogen er maximaal tien niet-Grieken het
schiereiland binnengaan. Van de toegelaten pelgrims
wordt wel aangepast gedrag verwacht: zo is het
niet gewenst om in korte broek of korte mouwen
rond te lopen.
Er zijn voor deze beperkingen
wel begrijpelijke redenen: men probeert een stroom
van toeristen te voorkomen, ook om al te grote
druk op de verplichte gastvrijheid van de kloosters
te vermijden. Men wil het comtemplatieve leven
van de monniken niet verstoord zien. Niet voor
niets betekent het Griekse woord voor monnik monachos
'hij die zich afzondert'.
Sinds de 11e eeuw is Athos officieel
bekend als Hagion Oros, de Heilige Berg. Er zijn
sinds die tijd nogal wat kwalificaties bijgekomen:
Berg der Stilte, Tuin van de Heilige Maagd, Bolwerk
en Acropolis van de Orthodoxie, Vaticaan van de
Oriënt, Mekka van het orthodoxe Oosten, 's
werelds oudste democratie, het mooiste landschap
van Griekenland en voorsmaak van het paradijs.'De
oudste en meest kostelijke varianten der vroegst-christelijke
begeestering kunnen daar heden ten dage nog worden
beleefd.'
Pieter Masmeier raadde me aan
om gebruik te maken van de landkaart van Reinhold
Zwerger. Ik schreef een briefje naar Wenen en
korte tijd later ontving ik zijn zeer gedetailleerde
kaart. Heel nauwkeurig zijn de hoogtelijnen hierop
aangegeven. Met de hand heeft Zwerger in rode
inkt de laatste wijzigingen aangegeven zodat je
precies kunt zien welk voetpad 'sehr verwachsen'
is. In het begeleidende boekje geeft de pionier
nog een aantal adviezen: 'Probeer je niet aan
een strak programma te houden. Laat je leiden
door de omstandigheden ter plaatse. Hoe minder
bagage je meeneemt, hoe vrijer je je zult voelen.
Wees niet bezorgd dat je honger zult krijgen.
Een korst brood is altijd wel te vinden. Wat betreft
de dieren op Athos zijn alleen de giftige slangen
gevaarlijk. Het is daarom af te raden om onder
de blote hemel te gaan slapen. Voor zover bekend
is nog nooit een mens aangevallen door de op Athos
levende wolven; lastdieren zijn wel eens door
wolven verwond. Om een bijdrage te kunnen leveren
aan het in stand houden van de overwoekerde paden
zou je een snoeischaar en een paar werkhandschoenen
mee kunnen nemen. Tegen het einde van je pelgrimage
heb je dan nog een nuttig geschenk voor een ijverige
monnik.'
Toen Kees ervan hoorde dat ik
van plan was naar Athos te gaan vroeg hij me onmiddellijk
om een verslag voor Eikonikon te schrijven. Na
thuiskomst schreef Kees mij een briefje met één
woord: 'En???'
Thessaloniki,
dinsdag 4 mei 1999
Zo zit ik dan nu te schrijven
op m'n bed in kamer 106 van Hotel Tourist. Midden
in het oude Thessaloniki, eeuwen geleden de tweede
stad van het Byzantijnse rijk. Ik heb net even
naar huis gebeld om te melden dat ik een goede
reis heb gehad, al vertrok vlucht 154 van Olympic
Airways met enige vertraging, waarschijnlijk door
de bombardementen op Servië. Een medepassagier
wist te vertellen dat je in Thessaloniki de bommen
op de Balkan kon horen vallen. Tegen 18.00 uur
plaatselijke tijd, landden we op vliegveld Makedonia.
Nog snel eigenlijk wanneer je bedenkt dat we een
omtrekkende beweging hebben moeten maken: Duitsland,
Oostenrijk, Hongarije, Roemeni', Bulgarije, Macedonië.
Uit de overal opgeplakte affiches
hier in de stad blijkt de solidariteit van de
Grieken met Servië. Ik ga naar de 5e eeuwse
Agios Dimitrios, de grootste kerk van Griekenland.
Hier ben ik om 20.00 uur (hier 21.00) twee minuten
stil. Het is vandaag 4 mei, de 42e dag van de
Navo-bombardementen. De dood woont nu in Servië,
de heroïsche, laffe, domme, afschuwelijke,
definitieve dood. (Srbljanovic).
5
mei, Thessaloniki
Vanmorgen word ik verwacht in
de Pilgrim Office. Om half tien schud ik meneer
Canellis de hand. Hij geeft mij de permit voor
Athos. De permit is geldig voor vier overnachtingen,
in vier verschillende kloosters. Zorg dat je er
voor zonsondergang bent, want dan gaat de poort
op slot.
Tijd voor sightseeing. Na enig
zoeken kom ik bij het kerkje Nicholas Orphanos.
Een heel klein kerkje uit de 4e eeuw, met fresco's
uit de 14e eeuw, vooral over het leven, de vita
van Nikolaas van Myra, de wonderdoener, de populaire
schutspatroon der zeevarenden. Vroeger was hier
ook een klooster. Het kerkje ligt afgezonderd
van het stadsgewoel. Het is hier heel stil. Slechts
wat schildpadjes scharrelen rond het gebouwtje.
Ik klim omhoog naar de oude stadsmuur.
Daar heb je een schitterend uitzicht over de stad.
Rond het middaguur verhuis ik naar hotel Akropol
(Dr.5000), idee van Lonely Planet Guide. Daar
lig ik nu op één van m'n twee éénpersoonsbedden.
De deur naar m'n balkon staat open. Lekker. Het
weer is beter dan gisteren. Ik ga er zo weer op
uit: overdadig lunchen.
In de Molho Bookshop koop ik 'Athos,
The Holy Mountain', van Sydney Loch. Deze Loch,
een Schotse avonturier, vestigde zich in 1928
in de Prosphori-toren in Ouranopolis, op de grens
met de monnikenrepubliek. Loch was protestant
en het is dus wel opmerkelijk dat zijn boek over
Athos een standaardwerk is geworden. Het werd
voor het eerst gepubliceerd in 1957 door de Molho
Bookshop, kort na de dood van de auteur. Bij het
uitwerken van mijn dagboekaantekeningen heb ik
veel gehad aan zijn beschrijvingen. Hier en daar
heb er ik, gecursiveerd, gedeeltes uit overgenomen.
(*Zie, ook voor andere gebruikte boeken de literatuuropgave.)
Vanmiddag ga ik nog een keer kijken
in de grote Dimitrioskerk. Ik loop mee met een
groep Duitsers die met een gids de trap afgaan
naar de crypte. Hier zou Dimitrios in het Romeinse
badhuis de marteldood hebben gevonden. Dimitrios
is de schutspatroon van de stad, bovendien van
heel Griekenland. Ten tijde van keizer Galerius
was hij een enthousiast aanhanger van het nieuwe
geloof. Hij verkondigde Gods woord in de badhuizen
waar veel Romeinse officieren kwamen. In 303 liet
de officier van de wacht hem gevangennemen en
met een lans doorboren. Hij rust in de kerk in
een zilveren sarcofaag.
Verder bezoek ik vanmiddag nog
de kerk van de Agia Sophia (8e eeuw) en de Acheiropietos,
een mooi voorbeeld van een vroeg-christelijke
basiliek. Het is tijd voor de vesper. Met mij
erbij zijn er tien mensen in deze grote oeroude
kerk. Wanneer tijdens de liturgie wordt gezongen
merk je toch wel dat het een handicap is wanneer
je de Griekse taal niet beheerst. Het enige wat
je af en toe verstaat is: kyrie eleison.
6
mei, naar Athos
Ze zijn me vanmorgen vergeten
te wekken maar gelukkig deed m'n eigen wekkertje
het wel. Om 5.00 uur sta ik in't pikkedonker midden
in de desolate stad bij de bushalte met m'n rugzak
op de stoep en m'n ziel onder m'n arm. Vandaag
ga ik het seculiere verruilen voor het monastieke.
In wat voor monnikencel zal ik vannacht verzeild
raken? De brede straat waar ik nu in gedachten
verzonken sta is de Egnatia. Een gek idee dat
deze weg reeds in de oudheid bestond. De legendarische
route verbond Constantinopel met Rome. Na twintig
minuten wachten komt mijn bus 10.
Vanaf busstation Karakassi vertrekt
om 6.00 uur de bus naar Ouranopolis. Ik zit nog
maar net in de bus en het begint te stortregenen.
We rijden door de Macedonische landstreek Chalkidiki
naar de meest oostelijke landtong, Athos. Het
schiereiland is ruim 45 kilometer lang, en 5 tot
10 kilometer breed.
Om 9.00 arriveren we in de grensplaats
Ouranopolis. Het is nauwelijks licht geworden
want het is zeer zwaar bewolkt, bovendien behoorlijk
koud en winderig. Ik meld me bij het douanekantoortje.
De beambten achter de balie bestuderen aandachtig
mijn paspoort en mijn brief van de Pilgrim Office.
Vroeger schijnt de controle hier strenger geweest
te zijn. Ik heb me laten vertellen dat de aspirant
pelgrim zich eerst in de broek moest laten kijken.
Na betaling van een tientje ontvang
ik een fraaie diamonitirion, m'n verblijfspas.
Het ziet er uit als een diploma en dat terwijl
de beproeving nog moet beginnen.
Het papier verklaart plechtig
dat de Heilige Epistasia, de regering van de monnikenberg,
mij aanbeveelt in de gastvrijheid van de twintig
Heilige en Eerwaardige Kloosters van de Heilige
Berg Athos, met de opdracht mij 'naast liefderijke
ontvangst ook elke mogelijke gastvrijheid en verzorging
te bieden'. Overigens zijn er enkele kloosters
waar je vooraf telefonisch moet reserveren.
De veerpontachtige boot ziet er
gelukkig zeewaardig uit. Ik neem een koffie en
neem plaats tussen louter mannen. De laatste twee
vrouwen verlieten de bus bij een strandje vlak
voor Ouranopolis. Op het achterdek vind ik nog
een stoel. Langzaam verdwijnt de Prosphori-toren
uit het zicht. Na een tijdje varen leggen we aan
bij de eerste skite, een soort monnikendorp. Een
aantal monniken stapt op de boot. Achtereenvolgens
leggen we aan bij de kloosters Dochiariou, Xenofontos
en Panteleïmonos.
'Het
klooster Panteleimon strekt zich uit van de kust
tot de beboste heuvels erachter. Muren, bemoste
daken, groene koepels, en de gouden kruisen van
meer dan dertig kerken en kapellen. Dit grootste
van alle twintig kloosters was rond 1900 het onderdak
voor bijna 2000 monniken; er waren zeer veel arbeiders
in dienst; het klooster bood gastvrijheid aan
zeer veel pelgrims. Tegenwoordig zie je er nog
maar een handvol grijsaards.'
Rond het middaguur bereiken we
het haventje van Dafni. Er staat een oude bus
te wachten, maar die is onmiddellijk afgeladen
vol. De bus is van Nederlandse origine, een afdankertje
zo te zien. '50 zitplaatsen' staat er in 't Nederlands
op, maar ik schat dat er nu wel een man of zeventig
ingepropt zijn. Ik neem een Griekse koffie en
wacht op de dingen die komen gaan.
Dafni bestaat uit enkele winkeltjes,
een postkantoor, pakhuizen, broederlijk naast
een simpele herberg, en een politiepost waar bezoekers
worden gecontroleerd.
Een uurtje later verschijnt er
een bestelbusje. Ik word er als vijftiende pelgrim
ingeperst. De tocht gaat steil omhoog. De weg
is niet geplaveid en blubberig van de regen. Maar
't gaat een stuk sneller dan de muildieren die
we onderweg passeren. Het landschap is van een
overweldigende ongerepte schoonheid. Eindeloze
bossen bedekken de flanken van het schiereiland.
Beneden in het ravijn zien we tussen de bomen
door het grote Xiropotamou-klooster. Zelfs in
dit busje krijgt iemand een telefoontje binnen
op z'n GSM. Ook heel populair hier. Op m'n hoogtemeter
lees ik af dat we klimmen tot 600 meter, daarna
dalen we langs de oostelijke helling weer af tot
300 meter naar Karyes, de 'hoofdstad' van de monnikenrepubliek.
Ik betaal de chauffeur 500 Drachmes en daar sta
je dan. Ik besef dat ik in een andere wereld ben
terechtgekomen. Hier is het laatste stukje van
het eens zo machtige uitgestrekte Byzantijnse
keizerrijk. Terwijl de rest van het verloren imperium
in 1453 met de val van Constantinopel ineenstortte,
is hier een klein stukje gespaard gebleven.
...Vervolg
van dit verhaal: Deel 2
|