Ikonen algemeen
Ikoon geschiedenis
Over de stichting
Schildercursussen
Exposities
Links
Lexikon
HOME
Agenda
Archief
Doen of laten?
HOME
Aanmelden
E-mail ons
Gastenboek
HOME
Alle Rubrieken
Gevraagd of aangeboden
Ikonen algemeen
HOME

Bulletin: Het archief: De Anastasis - een fascinerend beeldthema

Fons Litjens

Jaren geleden heb ik de Anastasis-ikoon voor de eerste keer gezien; ik weet niet meer wanneer. Ik weet wel dat ik geraakt werd, met name door de handreiking die door Chris-tus naar Adam en Eva, naar de mens gedaan wordt. Daarna is er een fascinatie voor dit opstandingsbeeld gegroeid, waarover ik graag iets wil schrijven.


In 1994 liet ik in de viering van de Paaswake tijdens de preek de gelovigen kijken naar deze paasikoon om een antwoord te vinden op de vraag: Wat vieren wij in deze paasnacht? Het antwoord laat zich immers niet geven in logische taal, maar alleen in beelden. Ik hoopte via de ikoon een beeld aan te reiken dat hen zou kunnen raken.
Toen ik enige tijd later twaalf en een half jaar pastoraal werker was binnen de katholieke kerk, wilde de plaatselijke geloofsgemeenschap mij een ikoon cadeau doen. Het werd de Anastasis, naar een voorbeeld van de ikoon van Theofanes de Kretenzer uit 1546, die zich in het Stavronikitaklooster op Athos bevindt.


Drie jaar geleden kreeg ik tijdens een sabbatsverlof de gelegenheid om op zoek te gaan naar de achtergronden van het toch wel vreemde thema van de ´nederdaling ter helle´ van Christus en de verbeelding ervan in de Anastasis-ikoon. Een hulpvolle gids op deze zoektocht was de Amerikaanse kunsthistorica Anna Kartsonis. Bovendien wilde ik meer zicht krijgen op mijn eigen fascinatie voor dit beeld. De godsdienstpsychologe P.E. Jongsma-Tieleman was hierbij een grote hulp. Een verblijf op Kreta tijdens de paasdagen bood mij een kans om met eigen ogen de oorspronkelijke context te zien van deze ikoon, n.l. de paasliturgie van de orthodoxe kerk.

De paasliturgie
Eerlijk gezegd viel mij de rol, die de paasikoon in de liturgie van de paasnacht speelde, een beetje tegen. Ze stond midden op het podium op het plein voor de kerk en werd tijdens de viering herhaaldelijk door de diaken bewierookt. Na afloop werd zij door de gelovigen gekust, maar verder gebeurde er eigenlijk niets mee.
In de dagen na Pasen echter kwam ik de paasikoon tegen achterin elke kerk, die ik binnenliep. Iedereen die de kerk binnenging boog eerst voor haar en begroette haar. Soms lag zij temidden van uitgestrooide bloemen op de draagbaar, die het graf van Christus symboliseerde. De gelovigen moesten voorover buigen in zijn graf om het beeld van zijn opstanding uit de doden te kunnen vereren. Ik vond het een veelzeggend en ontroerend gebaar.

Een vreemd thema
Het is een intrigerend maar ook een vreemd thema, de ´nederdaling ter helle´. In de geloofsbelijdenis wordt weliswaar uitgezongen, dat Christus ´is nedergedaald ter helle´, maar ik kan me niet herinneren er ooit iets over gehoord te hebben in mijn theologieopleiding. Het blijkt ook niet echt een bijbels thema te zijn. De evangeliën spreken er niet over. Alleen in de eerste brief van Petrus (3, 19v) is een summiere verwijzing naar het gegeven te vinden. In de vroege maar na-bijbelse christenheid daarentegen was het thema buitengewoon populair en daarom ook terug te vinden in de oudste paaspreken, die bewaard zijn gebleven.

Evangelie van Nicodemus
In een meer verhalende en dramatische vorm komt de nederdaling ter helle ter sprake in het evangelie van Nicodemus. Toen ik dat voor de eerste keer met eigen ogen las was ik enigszins in verwarring door de plastische taal, die dit evangelie ongegeneerd gebruikt. Het is overigens dezelfde mythische taal, waarin ook de Anastasis-ikoon ´geschreven´ is: het hele mensdom, van Adam tot Johannes de Doper, in het donker van de onderwereld verzameld; het allesetende, onverzadigbare dodenrijk in gesprek met Satan, de erfgenaam van de duisternis, zoon van het verderf; de bronzen poorten en ijzeren sluitbalken van de onderwereld, die verbrijzeld worden; de aartsengel Michaël, die alle rechtvaardigen door de deur van het paradijs leidt, verwelkomd door de goede moordenaar. Met dit soort van beelden, die soms ontleend zijn aan de Griekse mythologie, maar voor het overgrote deel aan de bijbel, wil dit evangelie blijkbaar de lege ruimte vullen, die de bijbelse evangeliën openlieten: Wat is er met Jezus gebeurd tussen Goede vrijdag en Paasmorgen? Wat bete-kent de opstanding van Christus voor ons mensen?

Het antwoord op deze vragen is niet te geven in een historisch, logisch en verstandelijk betoog. Er kan alleen in boventijdelijke en mythische beelden over gezongen, gepreekt en in dit geval verteld worden. Het Nicodemus-evangelie moet niet gelezen worden als een journalistieke documentaire over de ervaringen van de eerste opge-stanen en dus moet ook de ikoon niet bezien worden als een fotografisch beeld van de opstanding. Ze reiken ons daarentegen eerder een overvloed aan archetypische beelden aan die willen helpen te geloven in de opstanding, welke betekenis je ook geeft aan dit woord.


De Handreiking
In 1998 zag ik in de dorpskerk van Durgerdam een affiche hangen van de ikonententoonstelling, die daar gehouden werd. Op dit affiche stond een fragment van de paas-ikoon, waarop alleen te zien is hoe de hand van Christus Adam bij de pols grijpt; verder zijn de biddende handen van Eva en de linkerhand van Adam zichtbaar. De expositie had als titel: De Handreiking. De combinatie van deze titel en het gekozen beeldfragment sloegen bij me in als een bliksemflits. Hier werd verbeeld en verwoord wat mij in de ikoon aantrok. Wat was dat?
Op de eerste plaats verbeeldt de ikoon wat wij op Pasen vieren: de opstanding, niet alleen van Christus maar van elke mens. Dat is wat je de katechetische functie van de ikoon kunt noemen. Maar de ikoon doet meer dan ons instrueren of informeren. Via deze ikoon komt de Handreiking hier en nu naar mij toe. Adam, dat ben ik! Als ik de ikoon vereer met een buiging, een kus, een lichtje of bloemen, dan strek ik als het ware mijn hand uit, zoals alle mensen op de ikoon dat doen, in de hoop dat die vastgegrepen zal worden of als antwoord op de handreiking, die reeds naar mij gedaan wordt.

Dat beeld van de handreiking roept bij mij een heel bijbels taalveld op. Ik heb associaties met de psalmen, waarin gezongen wordt over de rechterhand van God die mij vasthoudt. Ik denk aan het evangelie-verhaal, waarin Jezus de lamme bij de hand neemt en doet opstaan. Wie niet met bijbelse beelden vertrouwd is zal door de Handreiking op andere gedachten en associaties gebracht worden.

Kwetsbaarheid
Op het beeldfragment uit Durgerdam zijn de slappe en machteloze hand van Adam en de uitgestoken en vragende handen van Eva voor mij ook een verwijzing naar de kwetsbaarheid van het menselijke lichaam. Volgens de godsdienstpsychologe Jongsma-Tieleman is het voor veel mensen moeilijk om die kwetsbaarheid, die onze lichamelijkheid met zich meebrengt, te voelen. Liever gebruiken we ons lichaam als instrument voor het verrichten van prestaties en het voelen van onze kracht, en proberen we telkens weer onze grenzen daarin te verleggen naar nog betere prestaties.

De paasikoon is voor alles ook een erkenning van onze afhankelijkheid en behoeftigheid, zowel lichamelijk als affectief. Daarom werd ik ook geraakt door een paasikoon van de Bulgaarse ikonenschilder Julia Stankova), die Adam en Eva volledig naakt en daarmee als zeer kwetsbare mensen afbeeldt.
Het zal niet toevallig zijn dat het de paasikoon is die mij zo fascineert. Blijkbaar helpt zij mij en geeft zij mij de speelruimte om op hoopvolle wijze bezig te zijn met mijn eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid en die van mijn naasten. Bovendien heeft zij mij geholpen in mijn pastorale werk om de Handreiking aan te bieden aan mensen, die zelf of in de ziekte of de dood van hun naasten geconfronteerd werden met de eindigheid en de gebrekkigheid van het menselijk bestaan. Daarbij is mijn ervaring wel, dat niet iedereen gevoelig is voor deze symbolische benadering van de godsdienst en niet iedereen in staat is om de wereld van de religieuze verbeelding te betreden. Het is onthullend om mensen te horen zeggen: ´Oh, het is dus maar een symbool´. Ze bedoelen dan: niet echt, niet waar, niet nuttig, niet bruikbaar.

De hel
Onlangs zag ik een documentaire over de Viëtnamoorlog, onder de titel: ´Descent into hell´. Dit herinnerde mij eraan dat de Hades van de ikoon, als neutrale verblijfplaats voor de gestorvenen, in het westerse spraakgebruik in de loop van de eeuwen is veranderd in de ´hel´, een afschuwwekkende plek van kwelling. Werd deze plek in de Middeleeuwen en nog lang daarna gevreesd als mogelijkheid ná de dood, in de 20e eeuw werd het een vreselijke mogelijkheid ín dit leven.

De donkere grot op de Anastasis-ikoon doet mij dan ook niet alleen denken aan de dood als het einde van het leven, maar ook aan de dood midden in het leven, aan de duisternis die maakt dat mensen elkaar niet kunnen zien. Op Kreta hoorde ik vertellen over een woestijnvader, die de hel beschreef als een situatie, waarin de mensen ruggelings aan elkaar gebonden zijn met als gevolg dat zij elkaar niet in de ogen kunnen zien. De hel als een plek van extreme leegte en eenzaamheid, waar niemands blik meer de blik van een ander kruist. De paasikoon roept op om in zo’n situatie een hand uit te steken en om hulp te vragen; niemand kan het en hoeft het alleen te doen.
De ikoon versterkt de hoop, dat er men-sen zullen zijn die er voor mij willen zijn. Wanneer de omstandigheden zo naar zijn dat er werkelijk niemand is of wanneer menselijke hulp niet meer mag baten, dan nog herinnert de ikoon mij eraan, dat ik het waard ben om hulp en aandacht te krijgen.

Teken van hoop
De ontwikkelingspsycholoog Erikson noemde de godsdienst ooit de hoedster van de hoop, geroepen om tekens van hoop op te richten. De paasikoon is voor mij zo’n teken van hoop. Geconfronteerd met de dood van een naaste of die van jezelf zal voor elk mens de vraag naar het basisvertrouwen, die ons vanaf onze prille kinderjaren in elke fase telkens opnieuw bezighoudt, in ultieme vorm terugkomen. De Handreiking, die de paasikoon verbeeldt, kan onze oudste beelden van vertrouwen opnieuw wakker roepen en ons basisvertrouwen versterken. De ikoon geeft ons echter niet de ruimte om toe te geven aan escapisme. De realiteit van de duisternis en de dood wordt niet ontkend, maar blijft in het onderste deel van de ikoon aanwezig. De ikoon zegt wel, dat mij in Christus een hand wordt gereikt om uit de duisternis en uit de dood op te staan.

Afbeeldingen:
• Fresco in de Chorakerk in Istanbul uit de 14e eeuw
• Detail Paasikoon als illustratie bij ‘De Handreiking’, Durgerdam 3e (boven): Anastasisikoon, Rusland
• Moderne Paas-’ikoon’ van Julia Stankova

Literatuur:
P.E.Jongsma-Tieleman, Ikonen als speelruimte voor verbeelding. Inleiding gehouden op 27 november 1997 op een studiedag van Aktie en Ontmoeting Oosterse Kerken


©Stichting Eikonikon 2010