|

|
Fons Litjens
Het thema van de
´nederdaling ter helle´ was al vroeg
zeer populair. In de vierde eeuw maakte het deel
uit van de religieuze poëzie, de geloofsbelijdenis,
de liturgie en de prediking. De beeldende kunstenaars
kenden echter grote reserves om het thema te verbeelden.
Deze terughoudendheid had te maken met het feit
dat de theologische discussies over de persoon
van Christus nog niet waren uitgewoed.
De kunstenaars behielpen zich met de verbeelding
van taferelen uit het Oude Testament (Jona, de
jongelingen in de vuuroven) en secundaire gebeurtenissen
uit het Nieuwe Testament (de vrouwen bij het graf,
Thomas). Allemaal verwijzingen naar de opstanding
van Christus, die zelf echter in de eerste zeven
eeuwen niet zichtbaar wordt.
De oudste afbeelding
De oudste afbeeldingen van de Anastasis zijn (liever
gezegd ´waren´, want zij zijn door
slijtage haast niet meer zichtbaar) te vinden
in Rome en dateren uit het begin van de 8e eeuw,
tijdens het pontificaat van de Griekse paus Johannes
VII. Zij bieden het kernbeeld van de latere Anastasis-ikoon:
dominant is de figuur van Christus, gevat in een
mandorla van licht. Hij draagt een kruisnimbus
en houdt een boekrol in zijn linkerhand. Christus
stapt op Adam af, die opstaat uit zijn sarcofaag,
maar nog met één voet letterlijk
in het graf staat en grijpt hem bij de pols. Op
één fresco is ook Eva te zien, maar
Christus schenkt haar geen aandacht. Onder zijn
voeten vertrapt hij een gespierde figuur: Hades,
de onderwereld of de dood, die Adam probeert te
verhinderen uit zijn graf te stappen. Het is volgens
de kunsthistorica Anna Kartsonis een ´metafoor
van redding´.
Dit
kernbeeld is nog te zien op een ikoon uit de eerste
helft van de 10e eeuw, die in het begin van de
jaren zestig van de vorige eeuw ontdekt werd door
Kurt Weitzmann in het H. Katharinaklooster in
de Sinaï. Op deze ikoon staan de Anastasis
en de doop van Christus samen uitgebeeld op wat
waarschijnlijk ooit de rechtervleugel van een
drieluik is geweest. Doop en opstanding zijn immers
thematisch nauw aan elkaar verwant. De christelijke
doop wordt door Paulus in zijn brief aan de Romeinen
(6, 3-11) gezien als een delen in de dood, de
begrafenis en de opstanding van Christus.
Theologische achtergronden
Anna Kartsonis heeft zich afgevraagd waarom aan
het begin van de 8e eeuw de Anastasis opeens wel
uitgebeeld wordt. Zij constateert dat in de eeuw
daarvoor ook de eerste afbeeldingen ontstonden
van de dood van Christus aan het kruis en de begrafenis
van zijn dode lichaam. In diezelfde eeuw bemoeide
de kerk zich voor de eerste keer officieel met
de beeldtaal, op het zesde oecumenische concilie
in Constantinopel (680/681). Zij verbood alle
symbolische voorstellingen van Christus en bepaalde
dat hij als mens moest worden afgebeeld ter herinnering
aan ´zijn leven in het vlees, zijn lijden
en zijn heilzame dood en de verlossing, die daaruit
voortkwam, ten bate van de wereld´. Men
ontdekte de propagandistische kracht van de beelden
als orthodox tegenwicht tegen alle opvattingen
over de persoon van Christus, die als ketters
gezien werden.
De Anastasis werd vanaf die tijd een geaccepteerd
beeld. Anders dan alle voorgaande paasvoorstellingen
ruimde de Anastasis immers een plaats in voor
Christus zelf. Bovendien verbeeldde zij op directe
en doeltreffende wijze de betekenis van de opstanding
van Christus voor ons mensen. Voor het eind van
de 9e eeuw was de Anastasis-voorstelling hét
pictogram voor het belangrijkste feest in de kerk.
Verdere ontwikkeling
Er is haast geen ander ikonografisch thema aan
te wijzen dat in de loop van de geschiedenis zon
ontwikkeling heeft doorgemaakt als dat van de
Anastasis. Van het kernbeeld, zoals te zien in
Rome, ontwikkelde het zich in de loop van enkele
eeuwen tot de Anastasis-ikoon, zoals wij die nu
kennen.
In de 9e en 10e eeuw kwam het accent minder te
liggen op de strijd tussen Christus en Hades om
het volle licht te laten schijnen op de reddende
handeling: het doen opstaan van Adam.
In die tijd kwam er ook meer aandacht voor de
Hades als plaats van handeling. Afgebeeld werden
de duisternis, bergen en rotsen, de gebroken deuren
en soms het vuur van de hel. De eerste personen
die werden toegevoegd waren koning David en zijn
vader Salomo, altijd onafscheidelijk, zoals te
zien is op een hangertje uit de 9e eeuw. Samen
met Adam zijn zij volgens een gedicht uit de 11e
eeuw: ´de vaders van hem die opstanding
geeft´. David en Salomo moesten de menselijke
afstamming van Christus bevestigen op een beeld,
dat nu juist een illustratie wilde zijn van de
kracht en de macht van zijn goddelijkheid.
Ook Johannes de Doper deed zijn intrede, want
hij speelde immers een prominente rol in de apokriefe
literatuur van het evangelie van Nicodemus.
In de 11e eeuw kreeg de topografie van de Anastasis
de ons bekende vorm: Christus wordt geflankeerd
door twee heuvels alsof zij de weg willen aanduiden
die hij baande uit de dood, zoals Mozes eens deed
bij de uittocht door het water van de zee. De
boekrol in zijn hand is nu ook definitief vervangen
door een kruis, soms gehanteerd als een wapen
om te gebruiken tegen de poorten van de hel, soms
alleen maar symbool van zijn overwinning.
In het beeld verschijnt nu ook de figuur van Abel,
in de bijbel het eerste mensenkind dat de dood
vond, vermoord door zijn broer Kaïn en gezien
als een voorafbeelding van het martelaarschap
van Christus.
Temidden van alle mannen blijft Eva eenzaam als
enige vrouw afgebeeld, want geen enkele andere
vrouwenfiguur vergezelt haar op de Anastasis.
Werd zij aanvankelijk totaal genegeerd, in de
14e eeuw werd ook zij door Christus ferm bij de
hand genomen, zoals te zien is op een fresco in
de Chorakerk in Istanbul.
Aan
het eind van de Middeleeuwen werd de voorstelling
met steeds meer taferelen uitgebreid: de westerse
voorstelling van de opstanding uit het graf, de
vrouwen, Petrus en Johannes bij het graf, de verschijning
aan Thomas en de optocht van de rechtvaardigen
in de richting van het paradijs, aangevoerd door
de goede moordenaar. Het gevaar van deze ontwikkeling
is naar mijn mening dat we door de bomen het bos
niet meer zien en het kernbeeld uit het zicht
raakt. En om dat kernbeeld is het nu juist te
doen: Christus grijpt Adam bij de pols, de plek
waar je het leven voelt kloppen, en doet hem opstaan
uit de dood om te leven.
Afbeeldingen boven:
Hedendaagse ikoon van Jona - Wicky Verbeek
Ikoon van de doop en Anastasis uit het
begin van de 10e eeuw in het H. Katharinaklooster
in de Sinaï
Russische Paasikoon
Literatuur:
Anna D.Kartsonis, Anastasis. The making of an
Image, Princeton 86
A. Jacobs, Nederdaling ter helle als paasikoon,
in: A.J. van der Aalst en A. Jacobs, Gebed in
beelden. Feestikonen in de oosterse kerken, Baarn
1991, pp.107-121
|