Ikonen algemeen
Ikoon geschiedenis
Over de stichting
Schildercursussen
Exposities
Links
Lexikon
HOME
Agenda
Archief
Doen of laten?
HOME
Aanmelden
E-mail ons
Gastenboek
HOME
News
Calender
Articles
HOME

Bulletin: Het archief: Christusafbeeldingen langs de Frankenweg

Dineke Rizzoli

In het Metropolitan museum in New York hangt een wandtapijt uit Brussel. Het stelt de genezing van Keizer Vespasianus voor op het moment dat Veronica hem de zweetdoek van Christus toont. De bisschop van Genua verhaalt in “De Gouden Legenden” [Legenda Aurea] dat de Heilige Veronica als geloofsbode in Rome is. Is de zweetdoek van Christus in Rome? Ik vind dat legenden vaak een verwarrende menging zijn van waarheid en fantasie. Maar ook historische feiten geven niet altijd de verwachte, hechte ondergrond. Ook het heden kent momenten van zekerheid en twijfel. Iedereen heeft zijn eigen denkbeeld. Het is net een wel-niet-weegschaal. Leven is be-wegen. Bevindt de Waarheid ondersteund door geloof, hoop en liefde zich soms in de toekomst? Zeker is dat een rationele vormgeving nooit de ideële beschouwing voorbij kan streven. Misschien zijn de mensen daarom gericht op het komende! Sommigen zoeken op stille, sacrale plaatsen. Velen vinden steun in de Overlevering. Voor anderen betekenen de ikonen symbolen van de Aanwezigheid. Over de twijfel heen ervaren wij de zekerheid van de komende Ontmoeting. Was dat ook de inspiratie van Carolus Borromeus? Wat is zijn relatie tot de Lijkwade van Turijn? Waar treffen wij in West Europa afbeeldingen van Christus aan? De ware? De legendarische? Langs de oude pelgrimswegen!

Wij reizen van Amsterdam naar Rome en Rome voorbij. We reizen voor een groot deel langs de Frankenweg. Deze Middeleeuwse route loopt vanuit Engeland door Frankrijk en door Italië. De weg werd veel gebruikt door kooplieden, avonturiers en vooral door pelgrims op weg naar Rome en Jeruzalem.

Lier
Er schijnt een bleek zonnetje als wij - over de grote rivieren - in Brabant zijn gekomen op weg naar de kathedraal van Den Bosch. De overdenking in de ikonenkapel is een mooi begin voor onze reis. De route gaat dan naar Antwerpen waar wij een afslag van de ring nemen om een bezoek te brengen aan Lier, fiere Vlaamse stad met een rijke geschiedenis.

In het jaar 1516 schenkt Antoon de Lalaing een houten koker [1] aan de abdij van Nazareth [Lier]. De Lalaing werkt als leermeester van Karel V aan het hof van Margaretha Habsburger, regentes van de Lage Landen, hertogin van Savoie. De Nazareth-abdij wordt in de Franse Revolutie gesloten en de koker belandt in de Lierse Sint Gummaruskerk. In de koker zit een kopie van de Heilige Sindone (lijkwade). Conservator Luc Coenen vertelt: “… het toont Christus in tegenstelling met het origineel met wijdopen ogen. Volgens opschrift 1/3 van de ware grootte en vervaardigd naar de Sindone die zich toen nog in Chambéry bevond.” In West-Europa is het later niet meer gebruikelijk de lijdende Christus met open ogen af te beelden. Wij krijgen de kopie in de koker niet te zien want daarvoor moet eerst een afspraak gemaakt worden.

Laon
De weg voert via Brussel naar Mons. Hier nemen wij de Route National nr.2 richting zuid. We rijden door een sombere vlakte bezaaid met oorlogsmonumenten. Dat maakt triest en we denken aan de verschrikkingen van de oorlog. Dan doemt in de verte op een heuvel de machtige kathedraal van Laon op. Wij parkeren vlak onder de stadsmuren. Boven ons toornt de gotische schepping. Al deze verwijzingen naar boven brengen ons in een hemelse stemming. Wat brengt ons hier?


De ikoon die onze interesse heeft, bevindt zich in de kerk vooraan links in een speciale kapel. De wonderschone mandylion met wittige achtergrond (Foto) draagt de Oud- Slavische tekst: “afbeelding op stof”. Hij wordt vaak vergeleken met de “niet door mensenhand gemaakte” Christusikoon van Novgorod. Beide kopieën uit de 12/13de eeuw zijn gemaakt naar voorbeeld van het doek met het Heilig Gelaat uit Edessa. Enkele wetenschappers menen te weten dat het verhaal van koning Abgar van Edessa een kern van waarheid bevat. Ontving hij echt een doek met het gelaat van Christus? De sindonoloog Ian Wilson neemt aan dat de acheiropoeitos [mandylion] niets anders weergeeft dan de opgevouwen lijkwade. Hoe is toch die geschiedenis van de lijkwade van Turijn? Hierover later meer. Jean Pierre Jorrand bibliothecaris in Laon, vertelt dat de beroemde ikoon geschilderd is door een Serviër voor een orthodox klooster in Bari. De patriarch van Jeruzalem, Jacques Pantaleon de Troyes, later paus Urbanus IV, schonk de Zuid Italiaanse ikoon aan het klooster van zijn zus-abdis. Jorrand vervolgt: ”Later werd het klooster naar Laon verplaatst. In 1795 laten de revolutionairen het klooster sluiten. De mandylion komt dan in bezit van de kathedraal en trekt nog steeds veel pelgrims.” Maar als wij ontroerd voor de ikoon staan, is er niemand anders. Een ervaring op zich, want we voelen ons ook klein in de hoge, gotische kerk.

Lirey
Vanuit Laon loopt de Frankenweg via Reims naar Troyes aan de Seine. Troyes is niet alleen de geboorteplaats van Urbanus IV maar is ook verbonden met de Tempeliers. Deze religieus-militaire orde beschermden de pelgrims en de heilige plaatsen in Jeruzalem. Zowel de eerste als de laatste Grootmeester woonde in de Champagne-streek. Zijn de tempelridders, dragers van een witte mantel met rood kruis, in bezit geweest van de lijkwade?

Het einde van de orde van de Tempeliers is dramatisch. In 1307 worden al de riddermonniken gearresteerd. Grootmeester Jacques de Moray en Heer Geoffroy de Charny van Lirey beëindigen uiteindelijk hun leven op de Parijse brandstapel. Ongeveer 40 jaar later deponeert een andere Geoffroy, misschien een kleinkind van de verbrande, een lijkwade in de door hem gebouwde kerk te Lirey gelegen in het diocees van Troyes. Enige geleerden leggen een verband tussen beide gebeurtenissen. Anderen juist niet. Vrij algemeen wordt aangenomen dat de lijkwade, uiteraard afkomstig uit Jeruzalem, een eeuwenlange tocht [2] heeft gemaakt met een langer verblijf in Edessa, Constantinopel, Athene en vervolgens ook in Lirey. Hoe is de familie aan de doek gekomen? Zekere antwoorden zijn niet gegeven. Wel wordt beschreven dat de Charnys contacten onderhielden met de familie de la Roche, leenheren van Athene in de tijden na de vierde kruistocht. De Sindone blijft in de familie tot 1453. De laatste erfgename Margaretha de Charny, arme weduwe van ook een De la Roche, schenkt of verkoopt het relikwie aan Anna de Lusignan. Wie is zij?

Het stille, landelijke gehucht Lirey [Troyes] getuigt in niets meer van zijn vroegere glorie als drukbezocht pelgrimsoord. We stoppen bij het kerkje. De regen komt in bakken naar beneden. De kerkdeur is open maar de deur in de voorhal is dicht. Pech. Er lopen een paar kinderen met zware schooltassen. Zij bekijken ons verbaasd. Wel ontdekken wij in de kerk van het nabije Chaource vier afbeeldingen van de Veronicadoek. Wat een verering voor het Heilig Gelaat in deze streek!

Chambéry
De tocht gaat verder naar het wereld beroemde, spirituele centrum Taizé [bij Cluny]. We maken er een korte stop. De gasten van de gemeenschap gebruiken ikonen gedurende de diensten in de diverse kapellen. Iemand vraagt of we hulp nodig hebben. Er zijn wat jongens en meisjes die gezamenlijk de straat aanvegen. Dan rijden we over smalle wegen naar Chambéry, stad van de Savoie-familie gelegen bij Lac du Bourget. Het kasteel van Savoie ligt midden in de stad.

Anna de Lusignan is van koninklijke huize. Haar vader is de Franse koning van Cyprus. De familie is sinds de kruistochten in bezit van het eiland. Anna is getrouwd met hertog Ludovic van Savoie, zoon van de antipaus Felice V. De lijkwade komt nu naar Chambéry, hoofdstad van Savoie en wordt dertig jaar verborgen gehouden. In de serie “Riddles of the dead” van de National Geografic, aflevering “Leonardo, the man behind the shroud” wordt gesteld dat Da Vinci zelf dé lijkwade zou hebben vervaardigd. Tegenstanders van deze opvatting komen in de documentaire niet aan bod. Da Vinci is inderdaad in 1482 naar Milaan gekomen en schildert er het Laatste Avondmaal. Maar maakt de zeer kundige en veelzijdige Leonardo ook een vervalsing? Wel stelt de Savoie-familie in 1494 de Sindone ten toon in Vercelli, gelegen op ongeveer 60 km. van Milaan. De wade volgt opnieuw de hertogen naar Italië als zij uitwijken voor de oorlog tussen de Franse koning en keizer Karel V. In het kasteel van Chambéry is inmiddels de Heilige Kapel voltooid. Zodra het weer mogelijk is wordt de Sindone daar bewaard. Na de kapelbrand van 1532 repareren nonnen-clarissen er de doek met een weefsel uit Amsterdam, het zogeheten “telo d’Olanda”. Maar ook deze keer is het verblijf in Chambéry van korte duur.

Turijn
De prachtige bergtocht voert nu naar Italië via de Fréjus-tunnel en het ruime Susadal. In Susa schijnt heerlijk de zon. Het is zondagochtend. Italianen maken - na de H.Mis - een wandeling door de hoofdstraat en kopen heerlijk gebak. Wij wandelen mee en drinken cappuccino met gebak. Turijn, hoofdstad van de Savoie-familie, is daarna snel bereikt. Op de heuvel boven Turijn bezoeken we de basiliek di Superga. Met dit prachtige weer is het er vol dagjesmensen. Het uitzicht over Turijn en de Alpen is majes-tueus. Overal hoor je bewonderend: ‘Oh, Oh’.

In het jaar 1578 gaat Carolus Borromeus, neef van paus Pius IV, als kardinaalpelgrim te voet van Milaan naar Turijn om te bidden bij de Sindone. Hij komt daarmee zijn belofte na, gedaan toen hij tot God bad de pestepidemie in zijn stad te beëindigen. Ter wille van deze voettocht heeft Emanuël Filibert van Savoie de wade naar zijn hoofdstad Turijn laten brengen tegen de wil van de gelovigen van Chambéry in. Het schijnt voor de Savoie-hertog een kwestie van politiek prestige te zijn geweest. Maar de meditatieve tocht van de heilige Carlo Borromeo is beslist een daad van ware religiositeit. Zo bewerkt de lijkwade een toenadering tot God. Dat is ook de zin van de doek. Deze zichtbare afbeelding leidt over de twijfel heen naar Jezus Christus zelf. Het is en blijft een aanleiding om ons af te vragen hoe we als christen in de wereld staan. Het werk van de grote reformator Carolus Borromeus getuigt van Godgerichte inspiratie. Hij probeerde lichamelijk en geestelijk leed te verlichten. Hij richtte veel scholen, charitatieve instellingen en ziekenhuizen op die nog steeds bestaan. Ook in Nederland zijn kerken en scholen naar hem vernoemd. Arona aan het mooie Lago Maggiore is zijn geboorte/bedevaartsplaats. Ter nagedachtenis aan San Carlo hebben bewonderaars er zijn standbeeld opgericht boven op een rots (foto). Het is 35 meter hoog. Onder de arm draagt “Carlone’ het wetboek van het Concilie van Trente. Dit boek is meer dan 4 meter hoog. We kopen bij een kraampje wat V kaarten en een boekje over zijn leven. Er staat in dat na de bedevaart van San Carlo de lijkwade altijd in Turijn bleef.

De wade kreeg hier opnieuw een eigen kapel. Het Italiaanse koninklijk huis koesterde de wade tot aan de dood van Umberto II in 1983. De laatste koning van Italië had het Vaticaan als erfgenaam van de Sindone aangewezen. Eerder, in 1898 mocht de fotograaf Secondo Pia een foto maken van de Sindone. Hij ontdekte op het negatief het gelaat van een gekruisigde man slechts vaag waarneembaar met het blote oog. De lijkwade is sinds het maken van dit eerste fotonegatief het onderwerp van wereldwijd wetenschappelijk onderzoek. Er zijn altijd weer nieuwe ontwikkelingen. De universiteit van Turijn [3] heeft niet lang geleden de gelaatskenmerken van Christus op de Sindone vergeleken met die van bekende ikonen en Veronicadoeken. Zij komen op tientallen punten overeen [4]. Hierop aansluitend heeft het instituut voor informatica uitgaande van de Sindone met de meest moderne technieken een frontaal gelaat samengesteld met weglating van verwondingen en met geopende ogen. Het frappante resultaat is van groot belang voor de iconograaf. De historische en wetenschappelijke documentatie van meer dan honderd jaar onderzoek is te bewonderen in het Turijnse Sindonemuseum [dagelijks open]. Daar willen wij een volgende keer naar toe.

Genua
Opnieuw wacht ons een afwisselende reis die gaat via de wijnstreken van Asti en via Busalla naar Casella in Val Scrivia. Hier op het kleine stationnetje nemen wij de bergtrein naar Genua. Het oude spoortje trekt door een onbedorven, beboste streek. Prachtige uitzichten. Af en toe stopt de trein in een gehuchtje. Op heuvels en in dalen verschijnen dan de eerste huizen van de stad. De trein brengt ons in Hoog Genua dat is ”a monte” [Piazza Manin].

In Genua vlakbij het drukke Piazza Manin staat ingeklemd tussen hoge palazzi een oude kerk: de San Bartolomeo degli Armeni. De kerk (foto links) is moeilijk te vinden want de ingang is ingebouwd in een hoog complex in Corso Armellini. Broederschappen hebben er sinds meer dan zes eeuwen de volgens traditie oudste mandylion ter wereld beheerd. Annalen van de stad Genua uit de 14de eeuw beschrijven dat het de echte Edessa-mandylion betreft [d]. De ikoon (foto) heeft een kostbare, antieke filigrainomlijsting versierd met taferelen die de geschiedenis van koning Abgar weergeven. De kerk bezit ook een reeks schilderijen van O.Ferrari met voorstellingen van de legende. Afgebeeld is het ogenblik dat Christus een doek met zijn gelaat geeft aan de afgezant van de koning van Edessa. Op een ander schilderij zien we dat Abgar geneest van zijn ziekte bij ontvangst van het doek. In hun folder vertellen de Paters Barnabiti de geschiedenis van hun acheiropoeitos. In 944 wordt het doek van Edessa naar Constantinopel overgebracht. De orthodoxe kerken vieren deze gebeurtenis elk jaar op 16 augustus. Als de oprukkende Turken ook Constantinopel bedreigen vraagt de keizer militaire hulp aan de Republiek van Genua. Hij geeft het doek mee aan Leonardo Montaldo, de latere doge. In Genua wordt de ikoon verborgen “a monte” in de Armeense kerk van een groep monniken, die tientallen jaren daarvoor al uit hun vaderland gevlucht zijn. De Bartolomeuskerk lag toen tussen stille, beboste heuvels. Nu raast hier het verkeer. De huidige paters wijzen op het wetenschappelijke onderzoek [5] van de mysterieuze ikoon maar zij vinden de spirituele waarde belangrijker. Zij benadrukken dat christenen in de ikoon het fundament van het geloof, de realiteit van de menswording van Christus beleven.

We nemen de bus om de rijke kathedraal in Laag Genua te gaan bezichtigen. Na het bezoek eten we spaghetti met uitzicht op het paleis van de doge en kopen we wat boeken. Genua is een levendige stad met statige gebouwen. Het treintje brengt ons terug naar Casella. In de tussentijd zijn daar kermis en markt opgebouwd. Het feest duurt tot ongeveer 12 uur ’s nachts en vervolgens heerst er een aangename rust. De volgende dag rijden we naar Lavagna aan zee. Er zijn in deze tijd van het jaar niet zoveel toeristen meer. Maar de laatste jaren is het altijd druk aan de Riviera di Levante. De Via Aurelia slingert vanaf Sestri Levante omhoog over de Passo del Bracco richting La Spezia. Beneden ons liggen de Cinqueterre. De dorpjes klampen zich vast aan de steile berghellingen. Het is hier mooi maar ons doel ligt verderop. We passeren Sarzana en de opgraving van Luni. In Carrara schittert het marmer op de bergen. Het lijkt wel sneeuw.

Lucca
We verlaten de kust in Viareggio. Het middeleeuwse stadje Lucca is door wallen omgeven (Brede foto op volgende pagina midden). Vanaf de stadspoort fietsen wij naar de Dom San Martino. In de smalle straten zijn de jaarlijkse voorbereidingen voor het feest”Luminara” ter ere van het Heilige Kruis in volle gang. Er heerst een gezellige stemming. ’s Avonds gaan we uitgebreid uit eten. Onze fietsen staan ondertussen tegen een van de huizen die zijn gebouwd op de resten van het antieke Romeinse amfitheater. Die dingen gebeuren in Italië.

In de voorhal van de Dom, achter de mooie gevel met dwerggalerijen, ziet de oplettende pelgrim een labyrint, symbool van zijn lange en moeilijke weg. Binnen links staat een tempeltje, speciaal gemaakt voor het niet door mensenhanden gemaakte Heilig Gelaat van Christus. Het beeld aan het Kruis is naar vroegchristelijk gebruik gekleed in een lang gewaad [colobium]. In Lucca horen pelgrim en toerist een vroom verhaal. Nicodemus, ontroostbaar door de dood van Christus, probeert de Goddelijke gelaatstrekken vast te leggen in hout. Alleen met de hulp van Engelen slaagt hij hierin. Het Santo Volto geeft Christus weer als koninklijke Overwinnaar afgebeeld met wijd open ogen. Uit angst [beelden zijn verboden bij joden en moslims] bewaren de eerste christenen het beeld vele eeuwen op een geheime plaats. In de tijd van het ikonoklasme [beeldenstrijd 726-843] besluit een westerse Jeruzalemganger het beeld over zee naar een veilige plaats te brengen. Hij scheept zich in. Na schipbreuk en veel omzwervingen spoelt het schip aan in Luni, de Etruskische haven bij Sarzana. De bisschop van Lucca, die twist wil voorkomen plaatst de kostbare schat op een kar zonder koetsier. De jonge stieren die de wagen trekken doen de kar in Lucca belanden. Sinds die tijd wordt het Kruisbeeld (foto bovenaan) daar vereerd. Het geniet wereldfaam. In de Middeleeuwen trekken kooplieden, bandieten en bedevaartgangers vanuit de Lage Landen, Engeland en Frankrijk over de “Via Francigena”, de beroemde Frankenweg, via Lucca naar Rome en verder via Monte Sant’Angelo in Zuid Italië naar Jeruzalem. Op de terugweg nemen zij vanuit Lucca kleine afbeeldingen van het Heilige Kruisbeeld mee als reliekaandenken. Met de komst van de Renaissance slaat de westerse ikonografie een nieuwe weg in. Geleidelijk verandert de Goddelijke Christus uit de Vroege Middeleeuwen in de lijdende, menselijke Christus van de Nieuwe Tijd. De betekenis van de kleine kruisbeeldjes wordt dan niet meer begrepen. Eenvoudige gelovigen zoeken een uitleg en er ontstaat een “echte” fabel: het verhaal van Sinte Ontcommer of Wilgefortis [6]. Zij zien in het kruisvormige beeld een moedig jong meisje met wonderbaarlijke baard, door haar moorse vader gekruisigd vanwege haar christelijke geloof. De ‘Heilige’ biedt hulpe bij een onbezorgde dood. In de Buurkerk, het museum van Speeldoos tot Pierement, te Utrecht zien we Sinte Ontcommer op een fresco. In Alphen, Aksel en Bavegem wordt zij nog steeds aangeroepen…

Rome
De Frankenweg leidt ons via Altopascio, een bezoek waard, naar Fucécchio. Wij steken de rivier de Arno over en rijden via het dal van de Elsa [Val d’Elsa] naar Castelfiorentino. Siena bezoeken we deze keer niet. Wat verder richting Rome passeren wij Bolsena, stad van het mirakel van het Heilig Bloed. Hier ontmoeten wij goede vrienden uit Nederland. We hebben samen een gezellige avond. De volgende dag gaan we weer op weg en zien karren vol geplukte druiven. Witte. In Montefiascone kopen we een paar flessen van haar beroemde wijn Est-Est-Est! De Via Cassia [S.S.2] gaat over Sutri, dat in bezit is van een mooie Christusikoon, kopie van de Lateraanse. Rome is nu vlakbij. Petrus en Paulus zijn er begraven. Sinds die tijd bezochten ontelbare pelgrims de Eeuwige stad. Op de dag van onze aankomst (Foto links) zijn er meer dan 300.000 gearriveerd. Zij komen voor de heiligverklaring van de stichter van de Opus Dei, Pater Josemaria Escrivá.

De bisschop van Breda, Dr. M. Muskens, Romekenner, noemt in zijn boek: “De kerk van de Friezen bij het graf van Petrus” vier bekende relieken: de doornenkroon te Parijs; de lijkwade van Turijn; het doek van Veronica in de Sint Pieter te Rome; de Heilige Trap in Lateranen te Rome.

Boven aan de Heilige Trap in de oude pauselijke kapel bevindt zich een mandylion dat naar men veronderstelt bij de iconoclastische dreiging in Constantinopel door de toenmalige paus naar Rome is gehaald. Maar de geschiedenis van de doek van Veronica wekt bij mij nog meer nieuwsgierigheid op. In de Sint Pieter tegen de linker steunpilaar achter het pauselijke altaar staat een beeld van Veronica en weer daarboven, in de nis tussen twee antieke, gedraaide zuilen wordt officieel de “vera-icona”, de ware ikoon, bewaard. Kronieken vertellen echter dat soldaten van KarelV de doek bemachtigden en verkochten. Een andere mening zegt dat de doek verborgen werd in een van de pilaren van de nieuwe Sint Pieter. Of is er nog een andere mogelijkheid? De geschiedkundige Ian Wilson [7] lid van de “British Society for the Turin Shroud” vraagt zich af : “Wat is er toch met de Veronica[doek] van Rome?” In de tijd van Middeleeuwen en Vroegrenaissance, vertelt hij, werd de Veronica ter gelegenheid van het Heilige Jaar uitgestald voor miljoenen pelgrims komende uit alle windstreken. De speciale Veronica-kapel werd in 1608 gesloopt. Om onduidelijke redenen is de mogelijkheid het doek van dichtbij te beschouwen geminimaliseerd sinds de plaatsing, ná 1608, hoog in de linker steunpilaar van de St.Pieterkoepel. Feit is dat kardinaal Carolus Borromeus in het kader van de Contrareformatie de Heilige Veronica liet schrappen uit het Milanese [ambrosiaanse] Missaal. Wonderlijk is ook de beslissing [8] van paus Paulus V. Hij besloot in 1616 dat op een kopie van de Veronicadoek het gelaat van Christus alleen nog met gesloten ogen mocht worden afgebeeld. Onzekerheid? Aanpassing aan westerse theologie en iconografie van de Nieuwe Tijd? Had de realistische afbeelding van de gestorven Christus de voorkeur gekregen boven de mystieke overdenking van de Godheid in Christus zoals nog steeds gebeurt in de Byzantijnse weergave? De orthodoxe gelovige ervaart door de ikoon dat God hem nabij komt. Deze benadering ging in West-Europa verloren. Maar de ‘moderne’ westerse opvatting verklaart volgens Ian Wilson niet voldoende het pauselijke besluit ten aanzien van de Veronica. Het lijkt vast te staan dat het Vaticaan na de Contrareformatie een grote terughoudendheid heeft ten aanzien van de Veronica. Slechts enkelen hebben de afgelopen eeuw toestemming gekregen het linnen in de nis van de steunpilaar van dichtbij te bekijken. Maar sinds een tiental jaren is er door de jarenlange studie van de Duitse jezuïet, sindonoloog en kunsthistoricus aan de universiteit “Gregoriana” van Rome een nieuwe optie ontstaan. Hij heeft geprobeerd de waarheid over de Veronica te onderzoeken. Professor P.H. Pfeiffer brengt ons naar de bergen van de Abruzzen, Rome voorbij.

Manoppello
Er leven nog beren, wolven en vossen in de uitgestrekte bossen van de Abruzzen. Het is herfst. De beukenwouden tooien zich met schitterende, warme kleuren. Straks in de kaalte van de winter zullen de bewoners de bittere kou ervaren. Vanaf de GRA [rondweg Rome] hebben wij de S.S.5 gevolgd. Dat zijn de Via Tiburtina en de Via Valeria. Voorbij Pópoli, in de omgeving van Manoppello, een van de kleine stadjes van de Abruzzen, ligt het Santuario del Santo Volto. We blijven twee dagen in Manoppello. Bezoeken er ook de abdij van Santa Maria Arabona. Rijke, diverse kapitelen. Een koor van gelovigen oefent kerkelijke gezangen onder leiding van de abt. Na afloop komt hij naar buiten. Er komen wel twintig honden en poezen op hem af. Het lijkt Franciscus wel.”Ik geef ze allemaal te eten” zegt hij verontschuldigend, “maar de bisschop vindt het niet zo prettig. Neemt u a.u.b. een hond mee”.


In 1977 leest de trappiste-iconografe Blandina Paschalis Schlömer in het klooster Maria Frieden te Dahlem [bij Aken] over het Heilig Gelaat van Manoppello (Foto). Zij is er door getroffen en besluit het ‘Santo Volto di Manoppello’ te bestuderen. Zij vergelijkt het Heilig Gelaat met de haar zo dierbare mandylion van Recklinghausen. Verder onderzoek volgt. In 1991, in samenwerking met Professor P.H.Pfeiffer, komt het uiteindelijk tot een nauwkeurige en uitgebreide plaatsing over elkaar heen van Sindone en Santo Volto. Zij stellen vast dat de gelaatskenmerken volledig overeenstemmen. De tentoonstelling “Penuel” in Manoppello vertelt over het onderzoek. Maar op welke wijze ondersteunt Prof. Pfeiffer zijn mening dat het Manoppello-Gelaat de echte Veronica uit de Sint Pieter zou zijn? Hij brengt het volgende naar voren. In 1608 wordt de speciale Veronicakapel afgebroken. Het schijnt dat kort daarna een soldatenvrouw, die haar man uit de gevangenis wilde vrijkopen, de Veronica in Manoppello te koop heeft aangeboden aan de edelman De Fabritiis. Deze schenkt op zijn beurt de kleine doek bij notariële acte in 1638 aan de Kapucijners. Zij beheren de doek nog steeds. Wil het Vaticaan niet weten dat de Veronica indertijd is gestolen? Tot op de dag van vandaag worden er geen uitspraken gedaan. Hoe kwam de Veronica in Rome? Ian Wilson, Vittorio Messori en ook Professor Pfeiffer brengen naar voren dat op het dode Lichaam van Christus in het graf, behalve de wade ook nog een kleinere doek op het Gelaat is gelegd. We lezen hierover bij Johannes 20, 6-7. Het was in die tijd bij de Joden gebruikelijk de onreinheid van een dode meteen te bedekken met meerdere doeken. Professor Pfeiffer denkt dat de kleine doek slechts enkele eeuwen verenigd bleef met de Sindone. Hij merkt op dat uit geschriften blijkt dat dit sudarium, de doek met alleen het Gelaat, begin achtste eeuw uit Constantinopel verdwijnt, terwijl de opgevouwen Sindone dan nog in Edessa is. In diezelfde tijd is er in Rome, in geschriften, sprake van een zweetdoek, het sudarium van Christus. Om het kostbare bezit te beschermen tegen belagers laat de paus er een copie overheen plaatsen en dat zou de mandylion uit de kapel van de Heilige Trap in Lateranen zijn. Als er een beslist einde komt aan de expansiewens van de Byzantijnse keizer ná de woeste verovering van Constantinopel door de Venetianen, laat de paus de ‘Veronica’ weer scheiden van de Lateranen-mandylion en vanaf die tijd promoot hij de verering van de “vera-icona”. De Heilige Veronica zou als bezitster van de Heilige Doek, dus nooit bestaan hebben. Liet de huidige paus daarom in 1997 de desbetreffende statie uit de kruisweg verwijderen? Ian Wilson meent dat er een te grote geheimzinnigheid bestaat rond de Veronica en suggereert de bevoegde persoon meer openheid te betrachten. Professor Pfeiffer liet vele onderzoeken verrichten rond de Manoppellodoek. Zo vond de patholoog-anatoom Dr.Vittore geen pigment op de mysterieuze doek. Het doorzicht is volledig, gelijk een dia, want de doek is volkomen transparant en teer van aanzien. Het is zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde te beschouwen. Bij een bepaalde lichtinval vervalt het beeld geheel. Helaas komt op een reproductie de kracht van de afbeelding niet uit. Het echt zien van deze tere doek met het lieve Gelaat maakte op ons een onvergetelijke indruk. Word je een spiegel van je leven voorgehouden? Professor Pfeiffer heeft tegenstanders, waaronder ook de gezaghebbende Ian Wilson. Is dit werkelijk de “vera-icona”? We weten allemaal dat het leven momenten kent van zekerheid én twijfel. Professor Pfeiffer zal die gevoelens kennen, denk ik.

Conclusie
Het was een lange, leerzame pelgrimstocht. We zouden thuis nog verder kunnen zoeken op internet en later nog andere plaatsen verspreid over Europa kunnen bezoeken, zoals Orviedo in Spanje. Iedere plaats geeft een ander aspect van het uitgebreide onderwerp [9]. Wetenschappers stellen zich nog zoveel vragen! Maar de bezochte plaatsen, de overleveringen en de gevonden onderzoeken wijzen naar mijn gevoel allemaal in één richting. Dus stoppen wij. De tweeledige conclusie is van belang zowel voor de iconograaf als voor de luisterende gelovige.
Het gelaat van Christus vertoont door de eeuwen heen een grote gelijkenis. Wil de iconograaf in zijn kopie van de mandylion aan ieder van ons een aanspreekbare benadering geven van God in Christus dan moet hij deze alom bekende gelijkenis benutten en zich streng houden aan de orthodoxe voorschriften. Naast de spirituale waarde staat -als supplement- het wetenschappelijke onderzoek over de historische echtheid van ikoon-sudarium en Sindone. Maar ook voor de iconograaf telt dat menselijke beperktheid zijn rationele vormgeving begrenst. Hij kan slechts de weg volgen die zijn persoonlijk, tijdgebonden denkbeeld hem aangeeft. Ook Dante volgt in zijn werk “Paradijs” die weg. Hij verhaalt, wat hij gezien heeft. Mensen gaan voorbij, ideeën niet. De bezinning, de overdenking van “de Weg” en vooral het geheim zijn belangrijk voor ons. Dat moeten wij leren van het orthodoxe geloof. Wij beelden de lijdende Christus af. Zij proberen het geheim van de Godheid van Christus weer te geven. Zo schrijft Paul Brenninkmeijer, rooms-katholiek parochiepriester, in zijn brochure ‘Symbool en Werkelijkheid’: ‘De westerse religieuze kunstenaars willen vooral de feiten uitbeelden. Oosterlingen daarentegen zijn geïnteresseerd in het geheim achter de feiten’.
Gelovigen beleven in de eeuwenoude gelijkenis Gods nadering. Deze overgeleverde afbeeldingen putten hun kracht uit het feit dat zij ons het Goddelijke proberen aan te reiken. Zowel in de Sindone, de weergave van de gestorven Christus, als in de afbeelding van het Gelaat van Christus in de ware ikoon, vinden wij de mogelijkheid de kwaliteit van ons leven en onze getuigenis van Christus te onderzoeken en te verbeteren.

Slot van deze mooie reis
Gedurende de reis hebben we veel beleefd en veel ervaren. Misschien zijn we wel te vergelijken met de pelgrim die Dante Alighieri beschrijft in zijn Divina Commedia, deel “Paradiso” vers XXXI regel 103-108. Dante schetst een tastbaar beeld van het aanschijn Gods als hij ons simpel vertelt over een Kroatische pelgrim in Rome:
“Zoals iemand die helemaal uit Kroatië komt
om onze Veronica te zien
er niet genoeg van kan krijgen omdat hij er
zo lang naar heeft verlangd,
en gedurende heel de tijd dat de doek
aan de pelgrims wordt getoond,
in gedachten blijft zeggen:
“O enig ware God, Heer Jezus Christus,
zo zag Uw aanschijn er dus uit!”


Internet-verwijzingen:
1. http://www.treccani.it/mostra santo volto/
2. http://www.shroud.it/events.htm [de reis van de sindone]
3. http://www.sindone.it/
4. http://www.sindone.org/
5. http://www.ilsantovolto.com/
6. http://www.digiboek-50megr.com/ [Mohamed el-Fers]
7. http://www.catholic-forum/ [saints/stvo2001.htm]
8. http://www.voltosanto.it/ [Ian Wilson ook in het engels]
9. http://www.shroud.it/books.htm [een ongelofelijk lange lijst]


(c) Stichting Eikonikon 2014